geen gerelateerde objecten/artikelen gevonden.

Ambachten (gebiedsnamen)

Uit VerhalenWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Ambachten rond Delft

De ambachten

De grond in Delft en omgeving was in de middeleeuwen eigendom van de graaf van Holland. Die had hier een groot landbouwcomplex, de hof van Delft. De hof viel geleidelijk uiteen in een aantal aparte rechtsgebieden. Het bekendst is de afsplitsing van Delft, dat in 1246 stadsrecht kreeg. Maar al eerder waren er afzonderlijke 'ambachten' (naam voor een gebied) ontstaan, zoals Vrijenban, Sint-Maartensrecht, Abtsrecht en Vrouwenrecht, en later volgden er nog meer. Het restant behield de oude naam Hof van Delft.

De ambachtsheer had de bevoegdheid om bestuur en rechtspraak van een ambacht te regelen. Hij benoemde een schout als zijn zaakwaarnemer en deze koos uit de aanzienlijkste inwoners een college van schepenen of gezworenen. Zij bezaten slechts de lage rechtspraak. Dit betekende dat zij geen lijfstraffen konden opleggen, maar alleen boetes tot een bepaald bedrag. Vergrijpen waar een zwaardere straf op stond, werden voorgelegd aan de baljuw van Delfland, die de hoge rechtspraak kon uitoefenen.

Een ambachtsheerlijkheid kon in bezit zijn van een overheid, zoals de graaf, maar ook van andere instellingen of zelfs particulieren. Sint-Maartensrecht was van het domkapittel in Utrecht, Abtsrecht van de abdij van Egmond en Vrouwenrecht van de abdij van Rijnsburg. De graaf was op den duur alleen nog ambachtsheer van Hof van Delft en Vrijenban. De ambachten rond Delft vormden een onoverzichtelijke lappendeken waarvan de onderlinge grenzen niet vast lagen. In 1944 publiceerde professor J.F. Niermeyer een boekje over Delft en Delfland, hun oorsprong en vroegste geschiedenis, met daarin een kaart van de situatie zoals die volgens hem rond 1400 moet zijn geweest.

Zelfs voor de inwoners zelf was het soms onduidelijk in welk ambacht ze nu precies woonden of welk land ze bezaten. Volgens een belastingregister uit 1561 lagen enkele percelen land van het klooster Koningsveld vroeger binnen Hof van Delft maar werden ze nu tot Poortland gerekend. De singel bij Koningsveld was ook al van ambacht veranderd: die behoorde voorheen onder Poortland en kwam nu onder Vrijenban. Er konden verschillende redenen zijn waarom iemand niet blij was als bleek dat zijn bezit in een ander ambacht kwam te liggen. Zo gebeurde het transport van land voor het gerecht van een ambacht waartoe het behoorde. Transportbrieven konden opeens niet meer geldig zijn wanneer het perceel in een ander ambacht lag. Wanneer dit door het gerecht opnieuw bevestigd moest worden kostte dit geld. Ook kon het zijn dat de belastingen in een ander ambacht hoger waren.

Bezit dat verspreid lag over verschillende ambachten was administratief lastig te beheren. Dit probleem werd ten dele goedgemaakt door de samenwerking tussen de besturen en gerechten van de kleine ambachten. Vaak hadden ze dezelfde functionarissen, zoals schout, secretaris en bode. Daarnaast werden verschillende handelingen gemeenschappelijk geadministreerd, zoals de overdracht van onroerend goed, trouwen voor het gerecht en het verschijnen voor de weeskamer.

Nieuwe indeling ambachten

Herindeling van ambachten

In 1581 werd de toenmalige graaf van Holland, de koning van Spanje, van zijn rechten vervallen verklaard. De grafelijkheid kwam daarmee in handen van de Staten van Holland. Die verkochten de ambachtsheerlijkheden Hof van Delft en Vrijenban in 1724 aan Catharina Margaretha Beck, die woonde op de buitenplaats Sion. Haar weduwnaar Gijsbert van Hogendorp verkocht de ambachtsheerlijkheden in 1738 aan de stad Delft.

In 1795 werden de ambachtsheerlijkheden opgeheven. Particulier bezit van overheidsgezag strookte niet met de idealen van de Franse Revolutie. Een ambacht zou voortaan 'municipaliteit' heten en worden bestuurd door vertegenwoordigers van de inwoners. Sinds 1798 spreken we van gemeenten. Een lijst van de ambachten rond Delft, met hun bestuurders in 1787, is hier te vinden.

De groeiende verwarring over de grenzen van de plattelandsgemeenten leidde tot pogingen om deze duidelijker vast te leggen. In 1811 werd besloten tot een radicale omwenteling. Alle kleine, versnipperde gemeenten werden samengevoegd tot enkele grotere. Zo kreeg Delft een flinke uitbreiding. Ten oosten van de stad gingen alle ambachten op in een gemeente Pijnacker en ten westen in een gemeente 't Woudt. Maar deze situatie duurde slechts kort: in 1818 werden alle gemeenten weer in hun grondgebied hersteld.

De situatie was daarmee weer net zo onwerkbaar als voorheen. In 1822 begon men ten behoeve van de invoering van het kadaster met het bepalen van de grenzen tussen de verschillende gemeenten. Die tussen Delft en Pijnacker bleken zo onregelmatig dat men concludeerde dat het onmogelijk was om die 'met eene genoegzame juistheid' vast te stellen en de werkzaamheden werden gestaakt. In 1826 werd besloten tot een ruil tussen Hof van Delft en Vrijenban. Het besluit werd uitgevoerd in 1832. Hof van Delft kreeg alle grond van Vrijenban aan de westzijde van Schie, Delft en Vliet, in ruil hiervoor kreeg Vrijenban alle grond van Hof van Delft aan de oostzijde daarvan. Beide gemeenten ruilden ook grond met Delft. Biesland werd ingelijfd bij Vrijenban en Hoog en Woud Harnasch bij Hof van Delft.

Een nieuwe samenvoeging vond plaats in 1855. Abtsrecht en Vrouwenrecht/Ackersdijk werden toegevoegd aan Vrijenban. Hof van Delft kreeg Groeneveld erbij. Het aantal voormalige ambachten dat nog bestond als gemeente, was daarmee teruggebracht tot twee. In 1921 werden de beide plattelandsgemeenten rond Delft opgeheven. Hof van Delft werd verdeeld tussen Delft en Schipluiden. Vrijenban werd verdeeld tussen Delft en Pijnacker.

Hof van Delft

Hof van Delft

Hof van Delft was een van de grote ambachten rond Delft. Het was achtereenvolgens ambachtsheerlijkheid (tot 1795), municipaliteit (1795-1798) en gemeente (1798-1811). De enige kerk stond 't Woudt. De inwoners gingen voor hun kerkelijke plichten ook naar omliggende plaatsen, zoals Delft en Schipluiden.

In 1812 werd de gemeente opgeheven; het grondgebied werd verdeeld tussen de gemeenten Delft en 't Woudt. Maar in 1818 werd Hof van Delft weer een zelfstandige gemeente. Bij een herindeling in 1826 werd een einde gemaakt aan de verwevenheid van Hof van Delft en Vrijenban. Al het Hof van Delfts grondgebied ten oosten van de Schie en Delft werd gevoegd bij Vrijenban; al het Vrijenbans gebied ten westen van de Schie ging tot Hof van Delft behoren. In 1832 werd de gemeente Hof van Delft uitgebreid met de opgeheven gemeente Hoog en Woud Harnasch, in 1855 kwam Groeneveld erbij.

Aan het eind van de negentiende eeuw begon de stad Delft behoefte te krijgen aan grond voor haar woningbouw en industrie. Diverse annexatieplannen werden opgesteld en afgewezen. Het tij was echter niet te keren: op 1 januari 1921 hield de gemeente Hof van Delft definitief op te bestaan. Haar grondgebied werd verdeeld tussen de gemeenten Delft en Schipluiden.

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies