geen gerelateerde objecten/artikelen gevonden.

Aquasie en Quame

Uit VerhalenWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

Het verhaal van de neven Aquasie en Quame is voor het grote publiek bekend geworden door de roman De zwarte met het witte hart van Arthur Japin. Op boeiende wijze vertelt hij de belevenissen en ontwikkelingen van de twee prinsjes vanaf het moment dat zij door koning Kwaku Dua II aan de Nederlandse regering geschonken worden tot aan hun dood. Aan het boek ging een periode van tien jaar onderzoek vooraf. Japin geeft met zijn boek de geschiedenis gezicht en emotie.

Afrika

Fort Elmina uit de atlas Blaeu van der Hem.

In 1637 lukte het de WIC na herhaalde pogingen het fort Elmina, in het huidige Ghana, op de Portugezen te veroveren. Het zou een belangrijke rol spelen in de transatlantische slavenhandel.
In september 1836 ging een Nederlandse expeditie van hieruit op weg naar de machtige stam van de Ashanti's. De Nederlandse regering had opdracht gegeven met de Ashanti-koning Kwaku Dua II een overeenkomst te sluiten. In ruil voor wapens moest de koning rekruten leveren voor het leger dat in Nederlands-Indië de orde moest handhaven. Deze rekruten waren in feite slaven van de koning. Met van Nederland geleend geld, dat vervolgens zou worden ingehouden op de soldij, konden zij zich vrijkopen.
Na een barre tocht van enkele weken door de jungle werd het hof van koning Kwaku Dua II bereikt. Het lukte de delegatie een overeenkomst af te sluiten, na dagen van wachten, het bijwonen van allerlei ceremonies en het uitwisselen van geschenken. De Nederlanders sloten de ceremonies af met vuurwerk.
Als de Nederlanders de volgende ochtend willen vertrekken, biedt de koning hun twee jongens aan, zijn zoon en een neef. In 'Extract uit het dagboek der Reize van eenen Officier van der Nederlandsche Zending naar den Koning van Ashanté, (in het Binnenland van Africa,) in de jaren 1836 en 1837' (gepubliceerd in het Bataviaasch Nieuwsblad van 11 juli 1904), staat vermeld:

Den volgenden morgen stelde de Koning ons zijnen zoon en neef voor, en verklaarde deze beide prinsen bestemd te hebben ons naar Holland te vergezellen, en verzocht ons voor beiden de meeste zorg te dragen, waaraan wij beloofden te zullen voldoen.

De jongens moeten ongeveer tien jaar oud zijn geweest.

Nederland

Men kon niet anders dan de prinsjes meenemen en ze gingen op weg naar het koude Nederland. Na een kort verblijf in een kazerne in Hellevoetsluis werden de jongens naar de Franse school van S.J.M. van Moock in Delft gebracht. Hun namen Kwasi Boakye en Kwame Poku werden te Afrikaans gevonden en kregen een meer Franse klank: Aquasie en Quame.
Omdat hun geboortedata niet bekend waren, werden deze gekoppeld aan hun eerste Nederlandse ervaringen. Zo kreeg Aquasie de geboortedag 24 april (1827, soms ook 1828), de dag dat de delegatie vanuit Fort Elmina weer naar Nederland vertrok. Quame kreeg als geboortedag 21 juni (ook de ene keer 1827 en de andere 1828), waarschijnlijk de dag van aankomst in Nederland.

Delft

De kostschool van Van Moock was een 'bijzondere school der tweede klasse'. Dit was een school die niet door de overheid werd gefinancierd en die winst beoogde te maken. Naast interne leerlingen volgden er een paar alleen de dagschool. Hier kregen ze een opleiding van 'enig niveau', waardoor ze toegelaten konden worden op de universiteit. De school was gevestigd aan het Oude Delft 480, het huidige nummer 161.
Van Moock stond bekend als intellectueel. Hij had verschillende boeken op zijn naam staan over onderwerpen als onderwijsmethoden, vaderlandse geschiedenis, het schrijven van opstellen en vooral over het onderwijs in de Franse taal. Zijn magnum opus was het Frans-Nederlands en Nederlands-Franse woordenboek, waaraan hij vanaf 1820 al zijn vrije tijd moet hebben besteed. Kort na verschijnen van dit woordenboek overlijdt Van Moock.
Een van de officieren van de expeditie, van Drunen, was aangesteld als voogd van de jongens. Op de boot van Afrika naar Nederland had hij hun de eerste woorden Nederlands geleerd. van Drunen schrijft verslagen over hun vorderingen en is zeer over hen te spreken. Aquasi doet het goed in de exacte vakken en Quame heeft artistieke gaven, met name voor tekenen en muziek. In die tijd kende Nederland één onderwijsinspecteur die in zijn eentje alle scholen van Nederland bezocht, Van Wijnbeek. Hij is iets gematigder in zijn verslag over de prinsen:

Zij hadden reeds eenige vorderingen in het lezen van het Nederduitsch, in het schrijven en in het rekenen gemaakt. De jongste was den ouderen verre vooruit en kwam mij voor een goedhartig kind te zijn. De oudste scheen eenigszins hooghartig te zijn.

Ze worden uitgenodigd aan het hof van koning Willem II en het hof van hertog Bernard van Saksen-Weimar. Tussen Hermann, de derde zoon van Saksen-Weimar, en Aquasie ontstaat een regelmatige briefwisseling tot de dood van Aquasie in 1901.

Aquasie Boachi
Er wordt van de prinsen een levensgroot portret met generaal Verveer (de leider van de expeditie waarmee ze terugkwamen) gemaakt door Raden Saleh, een bekend schilder. Het portret wordt aan de koning van Ashanti aangeboden. Hij weigert het echter en het schilderij blijft in Fort Elmina hangen, waar het na een paar jaar grotendeels is vergaan.

In juni 1843 doet Aquasie toelatingsexamen om te gaan studeren aan de in 1840 opgerichte Koninklijke Academie in Delft. Ook Quame doet in 1844 met goed gevolg het toelatingsexamen. Dit lijkt een goede mogelijkheid om, op termijn, terug te keren naar Afrika om hun volk verder te helpen. In 1843 worden beide jongens gedoopt in de Nederlands Hervormde Kerk van Delft.
In 1847 haalt Aquasie het laatste examen en besluit zijn studie in Freiberg te vervolgen. Daar studeert hij bij de destijds beroemde Bernhard von Cotta en doet in 1849 met goed gevolg examen voor mijningenieur.

Nederlands-Indië

Aquasie besluit niet terug te gaan naar Afrika. De Nederlandse regering weet niet goed wat ze met hem aan moet en stuurt hem als 'buitengewoon aspirant-ingenieur' naar Nederlands-Indië. Na verloop van enige jaren komt hij er achter wat de toevoeging 'buitengewoon' betekent: hij zal nooit een leidinggevende functie kunnen krijgen. De algemene opinie was dat in een land waar de inlandse bevolking eronder moest worden gehouden, er geen zwarte in een positie boven blanken kon staan.
In Nederlands-Indië valt hij onder De Groot, waarmee hij in zijn studententijd een slechte relatie had. Deze werkt hem tegen en kleineert hem. Zo adviseert hij Aquasie niet in te gaan op een uitnodiging van hertog Bernard van Saksen-Weimar en mag hij slechts het werk doen van een bureau-ambtenaar. Als hij hierover zijn beklag doet wordt hij in het gelijk gesteld, maar veel schiet hij daarmee niet op.

Aquasie Boachi met twee (buitenechtelijke) kinderen
Op 30 december 1853 wordt Aquasie tegelijk met zijn collega's benoemd tot ingenieur derde klasse, weer met de toevoeging 'buitengewoon'. Hij beklaagt zich over De Groot. Hiermee bereikt hij dat hij jaarlijks van april tot oktober zelfstandig werkzaam kan zijn.

In 1856 gaat Aquasi met verlof naar Nederland om zich te beklagen bij Willem III over de toevoeging 'buitengewoon' aan zijn functie. Hij komt erachter dat De Groot deze toevoeging heeft bedacht. Hij wordt in het gelijk gesteld maar er verandert niets. Omdat hij altijd onder De Groot zal blijven vallen, neemt hij ontslag in ruil voor een jaarlijkse (ruime) toelage van de regering. Daarnaast krijgt hij op Java land in erfpacht toegewezen waar hij een plantage kan beginnen.
Hier bouwt hij een nieuw leven op, zonder de vernederingen van De Groot. Omdat hij geen goed administrateur is, leidt hij verlies en gaat zijn plantage failliet. Daarna vestigt hij zich in Bantar Peteh, ten zuiden van Buitenzorg. Hier woont hij tot hij in 1901 aan een slopende ziekte overlijdt. Hij laat een aantal buitenechtelijke kinderen na bij inlandse vrouwen.

Afrika

Quame blijkt niet zo'n studiebol en maakt zijn studie niet af. Hij begint een militaire loopbaan en wordt korporaal. Hij voelt zich ontheemd en wil terug naar Afrika. Met zijn Europese kennis hoopt hij aanspraak te kunnen maken op de titel van koning en zo de Ashanti's verder te helpen. Hij is immers neef van de Ashanti-koning Kwaku Dua II en heeft dus koninklijk bloed.
In september 1847 wordt zijn verzoek ingewilligd. Bij zijn afscheid krijgt hij van Willem II een piano en een kostbaar geweer cadeau. Het wordt een desillusie. Terwijl hij op fort Elmina verblijft, wordt de Ashanti-koning van zijn plannen op de hoogte gesteld. De koning laat weten dat hij niet welkom is, zolang hij de taal van zijn volk, het "Twi", niet beheerst. In het fort en in de omgeving is echter niemand die hem deze taal kan leren. Hij leeft tussen twee werelden en in geen van beide voelt hij zich thuis. In februari 1850 beneemt hij zich van het leven met het geweer dat hij van Willem II heeft gekregen.

Bronnen en literatuur

Aquasi Boachi op wikipedia
internetpagina "Het verhaal achter"
Inventarissen uit het archief van Delft
De zwarte met het witte hart, roman van Arthur Japin

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies