geen gerelateerde objecten/artikelen gevonden.

Crinck, Jan Jacobsz

Uit VerhalenWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

In de jaren 1624 en 1625 werd Delft door een pestepidemie geteisterd. En ook in het jaar 1627 zou deze vreselijke ziekte weer toeslaan in de Prinsenstad. Opmerkelijk dus dat juist in het tussenliggende jaar 1626, op de elfde augustus, zowel Maertgen Jacobs als haar man, de soldaat Jacob Crinck, overleden. Was het toch de pest geweest die hen velde?
Hoe dan ook, de vier kinderen van het gezin Crinck, twee meisjes en twee jongens, waren in één klap wees geworden. Het was het weeshuis der gereformeerden binnen Delft dat zich ontfermde over de kinderen.
Nadat het tehuis hen opnam werd er gezocht naar een leer- en werkplek voor de kinderen. Voor de twaalfjarige Jan Jacobsz Crinck werd als snel een werkplek voor de duur van twee jaren gevonden: hij mocht als leerjongen aan de slag bij Jan Thomasz Brant. Niet duidelijk is of Brant uurwerkmaker of vuurwerkmaker was, want hij komt als beide afwisselend in de archieven voor. Uurwerkmaker ligt het meest voor de hand, omdat het geslacht Brant meerdere uurwerkmakers en goudsmeden voortbracht. De weduwnaar Brant was zelf net hertrouwd met Trijntje Jansdr. en woonde op het Oude Delft (westzijde). Zijn nieuwe leven zou overigens maar van korte duur zijn want Brant overleed in 1630.
Niet duidelijk is of Jan Crinck tijdens deze opleiding zijn vaste hand had verkregen of dat hij die van nature had meegekregen. Hoe dan ook werden zijn artistieke talenten in het weeshuis opgemerkt en die deden de regenten van het huis besluiten Jan in de leer te doen bij een kunstschilder. De keuze viel op de Haagse schilder Hans Bogaert. Hans had zich als kunstschilder vanuit Antwerpen in de hofstad gevestigd. Hij schilderde met olieverf onderwerpen als boerentaferelen, marines en genrevoorstellingen. We mogen daarom aannemen dat ook Jan zich met dit materiaal en in deze onderwerpen bekwaamde.
Deze opleiding van Jan zou vijf jaar duren ‘om thantwerck van schilderen te leeren’, te beginnen op 27 maart 1632. Het eerste jaar zou het weeshuis nog zorg blijven dragen voor de kleding van Jan, daarna zou Hans Bogaert die taak overnemen. Maar Hans kreeg het uiteindelijk voor elkaar dat ook het tweede jaar nog wat kleding, waaronder een mantel, door het weeshuis verstrekt werd. Want, zo vond hij, een leerling-kunstschilder in de residentie moest er toch wat fashionable en chique uitzien.
Helaas werd Jan Jacobszoon Crinck nooit de meester-schilder die hij had kunnen zijn; hij stierf namelijk op 20 oktober 1635. Eveneens een jaar waarin de pest huishield in Delft.
Ook Jans vijf jaar jongere broer Mels had schilderstalenten. Hij was als leerling-plateelbakker en -schilder aan de slag gegaan bij Cornelis Jansz van der Graeff, die uiterst tevreden over hem was.

Bronnen: DTB-Delft, Ecartico, Weeshuis der gereformeerden binnen Delft, RKD, ONA-Delft.

Uitleg gebruikte termen en afkortingen

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies