77 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
» Toon alle gerelateerde items uit de collecties van Erfgoed Delft

 
: S6967
: S7156
: S2877
: C13708
: S3206
: S3217
: S4018
: S3052
: S3184
: S2892

De Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek

From VerhalenWiki

Jump to: navigation, search

Brood is al eeuwenlang een belangrijk voedingsmiddel. Bakkers bereidden deeg en bakten het tot brood, of ze bakten het deeg af dat in huishoudens was gemaakt. Rond het midden van de negentiende eeuw ontstonden de eerste broodfabrieken. Een onmisbaar bestanddeel voor brood is gist, een schimmelsoort. Gist was een bijproduct van bierbrouwerijen en branderijen. Deze grondstof was aan bederf onderhevig en de kwaliteit liet nogal eens te wensen over. Daar kwam verbetering in toen Jacob Cornelis (roepnaam Jacques) van Marken in 1869 bij Delft een fonkelnieuwe gistfabriek oprichtte.

Delft Archief, ca.1890

Voorgeschiedenis

Na een gymnasiumopleiding in Amsterdam studeerde Van Marken aan de Polytechnische School in Delft, de voorloper van de TU. Hij ging werken bij de Photogenische Gasmaatschappij in de hoofdstad. De werkzaamheden stonden hem niet erg aan en veel vertrouwen in de toekomst van het bedrijf had hij ook niet. Al spoedig nam zijn loopbaan een andere en beslissende wending. Van Marken werd gevraagd om mee te werken aan de oprichting van een gistfabriek. De kwaliteit van het gistprocedé in ons land liep achter bij vernieuwende ontwikkelingen in het buitenland. De directeur van de 's-Gravenhaagsche Brood- en Meelfabriek, F.W. van der Putten, wees Van Marken op een nieuwe methode voor de vervaardiging van gist die zojuist was ontwikkeld in Wenen. Van Marken maakte twee 'spionagereizen' naar Oostenrijk-Hongarije om nader kennis te maken met de gistfabricage. In het jaar 1869 verwezenlijkte hij zijn plan voor de bouw van een gistfabriek. Naast gist werd er ook alcohol (destijds spiritus genoemd) geproduceerd.Het restproduct 'spoeling' werd verkocht als veevoer.

Voor de vestiging van de fabriek viel de keuze op een terrein gelegen in de gemeente Hof van Delft, net ten noorden van de stad Delft. (Bron 1) Belangrijke factoren waren de ligging in de nabijheid van een ruim afzetgebied (de grote steden), de aanwezige infrastructurele voorzieningen (vaarwater en een spoorlijn) en een ruime arbeidsmarkt (Delft). De aandeelhouders, merendeels uit de gegoede Amsterdamse bovenlaag, brachten een kapitaal van ƒ 150.000,- bijeen. Aannemer van de fabriek was de Delftenaar Jasper den Braanker, die begon als een eenvoudige molenbouwer, maar zich steeds meer richtte op werkzaamheden voor de plaatselijke fabrieken. (Bron 2) In het najaar van 1869 liep de vergunningaanvraag bij Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. (Bron 3) In december werden twee kolossale stoommachines in de fabriek geïnstalleerd. (Bron 4)

Eerste jaren

Zeven afbeeldingen van de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek en het Agnetapark. In het midden interieurbeelden van de fabriek (omgeven door allegorische voorstellingen onder meer verwijzend naar grondstoffen, handel en bedrijf) met centraal afgebeeld het distilleerlokaal, daaronder het gistlokaal en daarboven het vaandel van de fabriek met onder meer de leus De Fabriek voor Allen, Allen voor de Fabriek. Daaromheen met de klok mee van linksonder naar rechtsonder zijn afgebeeld: De kruideniers- en manufacturenwinkel (ten westen van de spoorlijn bij de overweg tussen de Laan van Altena en de Noordelijke Avenue); het interieur van het uitspanningslokaal (café-biljart) in de Villa (een niet meer bestaand gebouw ten oosten van de spoorlijn nabij de genoemde overweg); bovenaan over de volle breedte een panoramisch gezicht op het Agnetapark, gezien naar het oosten met op de achtergrond de fabriek en aan de horizon rechts de torens van de Oude- en Nieuwe Kerk. Links zijn de in 1884-1886 gerealiseerde woningen te zien met de muziektent, de woning van directeur Van Marken en de in 1891 gebouwde drukkerij. De woningen rechts, aan de andere zijde van de vijver, waren gezien enkele ontwerptekeningen wel voorzien maar zijn in die vorm nooit gerealiseerd. Achter de bovenzijde van het vaandel is de achterzijde van het oorspronkelijke houten gebouw De Tent te zien. Rechtsonder het panorama is het interieur van De Tent te zien tijdens een muziekuitvoering. Daaronder de Villa, het uitspanningsgebouw aan de oostzijde van de spoorlijn. Het onderschrift is als volgt: 1. Agnata-park - 2. Uitspanningslokaal in de "Villa" - 3. Kruideniers- en manufactuurwinkel - 4. De "Tent"- 5. de "Villa"- 6. Distileerlokaal - 7. Gistlokaal - 8. Banier. Helaas staan in de prent geen nummers vermeld. Met dank aan de heer W. Weve te Delft voor aanvullende informatie. ((Delft Archief, 1890, Pieter Adrianus Schipperus

Op 20 april 1870 werd een begin gemaakt met de productie en vier dagen later werd de eerste gist drooggeperst. De productie over de eerste maanden noemde Van Marken in het jaarverslag van de Gistfabriek 'onbevredigend'. Hij bracht dat in verband met de onervarenheid van directie en werklieden. De eerste 'technische' resultaten overtroffen echter de verwachtingen van de jonge ondernemer. (Bron 5) De financiële uitkomsten daarentegen waren de eerste jaren negatief. Hoewel teleurgesteld over het feit dat de aandeelhouders niet onmiddelijk hun winst konden behalen, bleef Van Marken overtuigd van het welslagen van het bedrijf. (Bron 6) En terecht: de gistafzet vertoonde een gestaag stijgende lijn en vond 'tot goede prijzen aftrek in Engeland en Frankrijk'. De aanvankelijke bezwaren tegen de toendertijd ongebruikelijke, ten dele uit mais bereide spiritus, werden overwonnen. En aan de spoeling, door de boeren eerst gewantrouwd omdat de kwaliteit afweek van het vertrouwde produkt uit Schiedam, werd langzamerhand door velen de voorkeur gegeven. Eind 1873 waren de verliezen over de aanloopjaren ingehaald en in 1875 werd voor de eerste maal over het voorafgaande jaar dividend uitgekeerd aan de aandeelhouders.

Maison Neuve

Oorkonde voor de zilveren medaille uitgereikt aan Maison Neuve uit Delft voor hun parfum tijdens de tentoonstelling 1880-1881 in Melbourne Australië. Het was op initiatief van Agneta dat de Van Markens in 1873 voor eigen rekening de parfumeriefabriek Maison Neuve te Delft oprichtten, waarvoor de alcohol (spiritus) van de gistfabriek kon worden betrokken. De onderneming stond op naam van J.C. van Marken, omdat een vrouw onder de toenmalige wetgeving niet handelingsbekwaam was, maar in werkelijkheid werd dit parfumeriebedrijf door Agneta geleid. Zij behaalde daarmee uitstekende resultaten, waarvoor ze internationale erkenning verwierf in de vorm van verschillende prijzen en onderscheidingen, zoals deze oorkonde. Eind 1886 verkocht zij het bedrijf. bron: www. historici.nl (1880, Hamel & Ferguson)

Een van de twee hoofdproducten van de Gistfabriek, spiritus of alcohol, was goed bruikbaar als bestanddeel voor reukwater. Het was daarom niet zo gek dat in 1873 een parfumeriefabriekje werd opgericht, Maison Neuve geheten, waarvan Agneta van Marken-Matthes zelf de bedrijfsvoering op zich nam. Op de Wereldtentoonstelling in Parijs behaalde ze zelfs een prijs met een luchtje van Maison Neuve. Het bedrijf werd in 1883 van de hand gedaan, waarschijnlijk omdat behalve de Gistfabriek ook de nieuw opgerichte Oliefabriek alle aandacht opeiste van het echtpaar.

Personeel

Rij mensen voor de oliebollenwagen van de Gist- en Spiritusfabriek in het Agnetapark. Uit: personeelsblad Gistfabriek. (Ca.1900

Uit de brieven van Van Marken blijkt dat de zorg voor het welzijn van zijn werknemers al in de moeilijke aanvangsfase een constant aandachtspunt voor hem was. (Bron 7) Maar om leuke dingen voor de mensen te kunnen doen moest er wel eerst geld in kas zijn en dat was bij de Gist pas na 1875 het geval. Een van de eerste maatregelen op het terrein van de arbeidsvoorwaarden leek meer dit bedrijfsbelang te dienen, dan dat het de arbeiders plezierde. In de fabriek werd namelijk een premiestelsel ingevoerd dat toegepast werd wanneer er sprake was van een productieverhoging. Omdat de premie gebaseerd was op de toenmalige bereidingswijze van gist en al snel achterhaald werd door wetenschappelijke en technische ontwikkelingen, werd deze prestatiebeloning korte tijd later vervangen door een 'toewijdingspremie'. Deze premie, waarbij vooral het plichtsbesef telde, werd jaarlijks per afdeling toekend. Dit systeem werd door de uitbreiding van het bedrijf en de groei van het personeel weer onuitvoerbaar. In 1906 kwam hier een 'diensttijdpremie' voor in de plaats, een premie op grond van het aantal dienstjaren.

Voor- en tegenspoed

Ging het met de afzet van het bedrijf inmiddels naar wens, tegenslagen waren er ook. Zowel de Gist- als de Oliefabriek werden in de eerste jaren van het bestaan enige malen door brand getroffen. In 1878 brandden het beslag- en het distilleerlokaal van de Gistfabriek volledig uit, waardoor kostbare apparatuur verloren ging en de productie enige maanden stil lag. Twee jaar later verwoestte een brand de maalderij. Omdat de granen onmiddellijk ergens anders gemalen konden worden was er nu geen productieonderbreking. Dat de jaren 1879 - 1881 desondanks voorspoedig verliepen blijkt uit het overzicht van uitgekeerde dividend. De achtergrond van het gunstige tij was dat de gist met name in de zomermaanden een toenemende afzet vond, dankzij de betere houdbaarheid dan concurrerende merken. De uitbreiding ging verder: in 1879 kwam er een mouterij gereed en twee jaar later werd er naast de oorspronkelijke fabriek een tweede neergezet ('Fabriek B'). Toch bleven de financiële resultaten aanvankelijk wat wisselend.

Onderzoek en ontwikkeling

Het succes van de introductie van een betere kwaliteit gist hing nauw samen met onderzoek en innovatie van product en productiemethode. Een succesvol vervolg hing weer af van de vraag of onderzoek en ontwikkeling voor blijvende verbeteringen konden zorgen. De voorwaarden waren in ieder geval aanwezig: in 1882 werd een aparte proeffabriek opgericht en drie jaar later een bacteriologisch laboratorium. Succesvol ondernemen hangt verder af van het doorzettings- en organisatievermogen bij de fabrieksleiding en van een goede keuze van de medewerkers. In 1882 werd neef Frans Waller, net als Van Marken afgestudeerd aan de Polytechnische School, benoemd tot hoofd Fabricatie. Een andere medewerker waar het bedrijf veel aan te danken had was dr. M.W. Beijerink, hoofd van het laboratorium. De ontwikkelingen luidden een tijdperk in van doortastend wetenschappelijk en technisch onderzoek en verdere verbetering van bedrijf en product. (Bron 8) De fabriek werd in deze periode voorzien van electrische verlichting (Bron 9) en een telefoonaansluiting. (Bron 10)

Bron: Delft Archief

Het streven naar kwaliteitsverbetering mondde uit in de introductie van het merk 'Koningsgist' (1886). Als bijproduct van de gist bleef, na de destillatie van de spiritus, een spoeling over die geschikt was als veevoer. In de winter vond dit product voldoende afzet, in de zomer echter niet en werden grote voorraden in halfnatte toestand in putten bewaard. Een ondragelijke stank was het gevolg. Dat de verkoop werd opgehouden door de opslag drukte de prijs. Een oplossing werd gevonden in de bouw van een spoelingdrogerij, die in 1890 in bedrijf ging. Het nieuwe product, de gedroogde spoeling, werd met succes op de binnen- en buitenlandse markt afgezet. Van Marken behartigde zelf de public relations in binnen- en buitenland om zijn bedrijven, de producten en het personeelsbeleid aan te prijzen. Tal van prijzen en onderscheidingen waren de beloning.

25-jarig bestaan

Het 25-jarig bestaan van de Gist- en Spiritusfabriek in 1895 kon dan ook groots gevierd worden, met enorme feesten in het Agnetapark en een allegorische optocht door de stad Delft. De optocht moest het bedrijf voorstellen en de samenwerking tussen kapitaal en arbeid, een thema dat Van Marken na aan het hart lag. De toekenning door commissarissen van een levenslange premie van vijf procent op de overwinst werd door hem onmiddellijk afgestaan voor het zojuist opgerichte Fonds voor aanvullings- en invaliditeitspensioenen. Dit Fonds was slechts een van de door Van Marken geïntroduceerde arbeidsvoorwaarden. Zo werd een personeelsvertegenwoordiging geïnstalleerd die overleg voerde met de directie, een unicum voor ons land. Verder werden een bibliotheek en sociale voorzieningen als een levensverzekering, een weduwen- en wezenfonds en een ziekenfonds voor werknemers opgericht. Voor arbeiders werd een schaftlokaal ingericht, eveneens een bijzonderheid in die tijd.
imageproxyImageInPage.php?filename=TMSMEDIA%2FINDUS%2FB+31-633_fz.jpg&width=125&bg=ffffff&x.jpg

De fabriek tijdens de Tweede Wereldoorlog

In het bevrijdingsnummer van De Fabrieksbode, Nederlandsche Gist & Spiritusfabriek, mei 1945, worden 7 personeelsleden herdacht. (Vast/los personeel) Naam en daarachter bewerkt. Data o.a. van Digitale Stamboom en Gens Lias, en O.G. S. Uitgezocht en bewerkt: P.L.Krul, 21-02-2012

Jac. De Wolf, vast, Dortrecht, 13-05-1940 Wolf, Jacobus de, *, Amsterdam, 05-08-1904, zn. van Wolf, Jacobus de en Bouwer, Maria, distilateur, soldaat, mil. onderdeel, 2-II-2R.W., †, Dortrecht, 13-05-1940, aangifte jan. 1941 (actenr. 8) begraven, militair ereveld Rhenen

Ir. R.C.H. Koumans, vast, concentratiekamp Orangiënburg, 14-03-1942 Koumans, Robert Herman Cato, *, Oengaran, 11-05-1892, zn. van Koumans, Johannes Jacobus, arts, en Leeflang, Catharina (Cato) Jacoba, geh. met Stortenbeker, Johanna Ida, elec.tech.ing, lid verzet, †, Sachsenhausen, 14-03-1942, aangifte, 31-12-1946 (815)

D.P. van Geel, los, Berlijn-Spandau, 22-02-1943, bomscherf (D=B) Geel, Bernardus Petrus, *, Delft, Molsteeg 26 A, 18-11-1921, zn. van Geel, Bernardus, grondwerker, en Koevoets, Catharina, fabr.arb., wonende Delft Koepoortstraat 26, †, Berlijn-Spandau, 16-01-1943, aangifte: 22-06-1946, (401) ereveld Loenen, Apeldoorn

E.H.Schlarmann, los, Berlijn-Spandau, 06-10-1943, bomscherf Schlärman, Eduard Heinrich, *, Vrijenban, Brasserskade, 01-11-1920, zn. van Schlärman, Ferdinand Anton, fabrieksarbeider, en Starre, Arnoldina Johanna Hendrika van der, wonende Delft Brasserskade 138, †, Berlijn-Spandau, 06-10-1944, bomscherf, aangifte: 25-01-1950, (78) ereveld Osnabrück

P.Strijbos, vast, Den Hoorn, 20-09-1944, doorgereden met fiets bij aanhouding en doodgeschoten Strijbos, Pieter, *, Maassluis, 05-11-1891, zn. van Strijbos, Jacob en Lamme, Maaike, schipper, geh. met Schevicoven, Niesje van, †, Den Hoorn, 20-09-1944 (582)

H.W.Meijer, vast, Rees, 06-02-1945, met een razzia opgepakt Meijer, Hendricus Wilhelmus, *, Delft, Bagijnhof 8, 11-01-1909, (25) zn. van Meijer, Bernardus Heinrich, hoefsmid, en Gruwel, Maria Catharina, geh. met Friedrichs, Lucia Margarethe, fabr.arb, N.G.& S.F, opgepakt razzia Delft 09-12-1944, †, Rees bij Emmerich, 09-02-1945, aangifte: 22-06-1946 (416) begraven, Katl. Friedhof, Rees

S.J. Koestel, vast, Den Haag, 19-04-1945, granaatscherf Deze naam was/is niet te traceren.


Uit De Fabrieksbode van Zaterdag 23 juli 1949 No. 29 (In Monheim (een fabriek van de Gist sinds 1926) was er de directeur die 25 jaar jubileerde als directeur. Met een autobus erheen en daarover een verslag.) Daaruit het volgende:

In memoriam

Iets terzijde van de autoweg, die van Emmerick naar Rees leidt, ligt in de gemeente Rees het R.K. kerkhof. Hier liggen een aantal Hollanders begraven, die gestorven zijn tijdens hun verblijf in het kamp Rees, als vele slachtoffers van de Duitse terreur. Keurige, netjes aangeharkte graven met eenvoudige houten kruizen. Sommige van deze kruizen dragen een naam, een herinnering aan de mens, die hier zijn leven liet. Andere dragen geen naam. o.a. 13 op één rij met het opschrift: Onbekend. Nederlander. Uit Delft vier jonge mensen: ter Gouw, Dekker, v.d. Heuvel en Meijer. Wij brachten hen een stille groet. Vele gedachten kwamen bij ons op, maar we zeiden weinig tegen elkaar en gingen stil weer weg naar de auto.

(Namen uitgewerkt hieronder) ter Gouw (Zonder ter) Gouw, Willem Petrus, *, Delft, Sint Anna Bogerd 12, 01-07-1909, (470) zn. van Gouw, Leendert, kleermaker, en Kleijs, Maartje, groenteophaler, opgepakt razzia Delft, 09-12-1944, †, Rees, 08-01-1945, aangifte: 22-06-1946, (403) ereveld Düsseldorf-Oberbilk

Dekker Dekker, Jacobus Josephus, *, Hof van Delft, 30-03-1919, zn. van Dekker, Gerardus Cornelis, warmoezier, (1911) en Valk, Hendrika Cornelia van der, tuinman, †, Rees, 28-01-1945, aangifte, 22-06-1946 (391) begraven, Katl. Friedhof, Rees

v.d. Heuvel Heuvel, Adrianus van den, *, Schiedam, 14-02-1917, zn. van Heuvel, Jan van den en Schrumpf, Jaantje Christina, geh. met Muis, Catharina, †, Rees, 29-01-1945, begraven erebegraafplaats Loenen

Meijer. (Zie boven)

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies