geen gerelateerde objecten/artikelen gevonden.

Elferink, Dirk

Uit VerhalenWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Dirk Elferink werd in Delft geboren in 1805, de post-Napoleontische tijd. Er heerste armoe en ook het gezin van Dirk ontkwam hier niet aan. Om de kinderen te kunnen voeden had Dirks vrouw Wilhelmina van der Steen (Delft 1802–1859) een betrekking als werkster. Echter het noodlot sloeg toe toen er in Delft hongersnood ontstond. De strijd om te overleven zou het gezin uit elkaar rukken en Dirk uiteindelijk het leven kosten. Hij werd namelijk een van de leiders van het broodoproer in Delft en kreeg daarvoor gevangenisstraf. In de gevangenis van Leeuwarden overleed hij op 25 oktober 1849 aan kliertering.

Honger

Hongersnood in Nederland, het klinkt onwaarschijnlijk. Maar het was nog maar anderhalve eeuw geleden pure realiteit. Niet alleen in Nederland, maar in heel West-Europa was er honger. De oogsten mislukten door een aardappelziekte waardoor de prijzen van ander voedsel mee omhoog gingen. Deze aardappelziekte was een schimmelziekte die waarschijnlijk vanuit Noord-Amerika was overgebracht. Niet alleen waren de prijzen van voedsel door het mislukken van opeenvolgende oogsten enorm gestegen, ook de aanvoer van graan vanuit Rusland stagneerde doordat, bij gebrek aan wind, de graanschepen vaak wekenlang op de Oostzee dobberden. Het gistte daarom in Europa, en op tal van plaatsen brak er oproer uit: het broodoproer, ook wel aardappeloproer genoemd.

Delftsche Courant

'Gisteren avond omstreeks zeven ure, schoolde eene menigte, voor een goed gedeelte uit vrouwen en jongens bestaande, te zamen voor het huis van Hogendam, koopman in aardappelen, op de Verwersdijk, zich beklagende, dat hij de prijs zijner aardappelen zoude hebben opgeslagen; men begon aldaar, door het werpen van steenen, waaraan het meest de jongens handdadig waren, de glasruiten te verbrijzelen. Hetzelfde geschiedde vervolgens aan de winkels van onderscheidene kooplieden in grutterswaren en broodbakkers, onder welke die van Perk, van Schaik, Engelbregt, Overvoorde, Smit, Nicola, van der Hargh, Harting, Visser, en van den Bogaert, alsmede Baarschot, koopman in aardappelen, het meeste te lijden hebben gehad, zodat bij sommigen niet alleen de glasruiten, maar zelfs het houtwerk van der ramen en blinden vernield werd.'

Aldus een speciale editie van de Delftsche Courant van dinsdag 23 september 1845 (normaliter verscheen de krant alleen op vrijdag).

Rellen

Het geweld beperkte zich niet alleen tot handelaren en kooplieden. Ook de woning van de burgemeester moest eraan geloven. De politie stond machteloos en moest de hulp van het leger inroepen. Patrouilles grenadiers doorkruisten Delft, bijgestaan door een detachement van de cavalerie. Hoewel er op vrijdag 19, zaterdag 20 en zondag 21 september relletjes uitbraken in Leiden, Den Haag en Haarlem, wees niets erop dat op maandag 22 september 1845 in Delft de vlam in de pan zou slaan. In elk van genoemde steden werd de orde hersteld door het leger. Maar in Delft waren de rellen het hevigst.

Foute inschatting

Het was niet zo dat de overheid niets ondernam. Het stadsbestuur had juist de middag voor de rellen nog vergaderd over het beschikbaar stellen van aardappels aan behoeftigen tegen gereduceerd tarief. Helaas heeft dat voorstel het niet gehaald en volstond men met reserveren van een bedrag waarvan de komende winter soep zou worden gekocht, en uitgedeeld aan de armen. Na de rellen werd de soepverstrekking hals over kop vervroegd en werden twee grenadiers bij elke bakker geplaatst om te voorkomen dat brood of grutten onbetaald werden meegenomen. Er werd een samenscholingsverbod uitgevaardigd voor vier of meer personen en een aantal gebouwen onder bewaking geplaatst.

Werkgelegenheidsproject

Een jaar eerder was er een project waarbij onder de burgers geld werd ingezameld om werkloze vaders van drie of meer kinderen aan (tijdelijk) werk te helpen, erg succesvol geweest. Het werk bestond uit het afbreken van stadswallen in de buurt van de Oostpoort, en er een plantsoen aan te leggen. Men besloot na de rellen dit project de komende winter voort te zetten. Een maand na het oproer werd de militaire aanwezigheid in Delft beëindigd. En precies een jaar na de rellen begon het proces tegen de arrestanten.

Getuigenverklaringen

Vele getuigenverhoren werden in de Delftsche Courant gepubliceerd. Zoals dat van grutter J.Smits die maandagavond omstreeks acht uur gewaarschuwd werd dat er

'een groote menigte volks razende en tierende op zijn huis [aan de Geer] aankwam, waarop hij het geraden heeft geoordeeld de deuren, alsmede de blinden voor de ramen van zijnen winkel te sluiten; dat slechts even daarna de volksmenigte voor zijn huis is aangekomen en alle zijne glasruiten met zoveel geweld en onstuimigheid heeft ingeworpen, dat de blinden voor de deur aan stukken naar beneden zijn gevallen.'

Toen de menigte door tussenkomst van militairen was verdwenen, merkte hij dat een van de verdachten de sleutel van zijn deur achterover had gedrukt. Deze kwam hem later terugbrengen, maar eiste in ruil daarvoor geld. Hij gaf hem tien cent. Later kwam de man nog eens terug en eiste gort en paardenbonen, waarvan hij twee kop zou hebben gegeven. Het verhaal werd door verschillende getuigen bevestigd en een van hen verklaarde dat hij uit nieuwsgierigheid was gaan kijken en zag 'dat eenige vrouwen flesschen met jenever bij zich hadden, waaruit zij volle bierglazen inschonken en uitdeelden, om het gepeupel aan te zetten.'
Bakker Smits trachtte tevergeefs plundering te voorkomen door zijn broodvoorraad op straat uit te delen. Een andere bakker, J.van den Bogaert had zich met vrouw, kind en dienstmeid in de bakkerij verstopt toen bij hem de ruiten werden ingegooid. Een aantal jongens klom zijn winkel binnen en nam 46 roggebroden mee. Buiten had iemand, 'gekleed in vuil grijs buis en lompen', de broden aangepakt. Onder het roepen van: 'Brood, brood, hongersnood!' had hij ze aan het volk uitgedeeld. Net toen de jongens zich aan de centenla wilden vergrijpen werd er geroepen: 'Daar komt de wacht!' Op het Oosteinde zou een man voor de deur van grutter Engelbregt geroepen hebben: 'Wie geeft me een stuiver? Dan sla ik zijn ruiten in.' Om vervolgens zijn klomp door de ruit te smijten.

Veroordeeld

Uiteindelijk werden er vier volwassen mannen voor de rellen in Delft bestraft; (D. Elferink, A. Schonnenburg, L. Luureman en J. 't Hoen). Zij werden veroordeeld tot tepronkstelling, vijf tot zeven jaar gevangenisstraf, alsmede een geldboete. Drie jongens werden veroordeeld tot twintig maanden tot drie jaar cel en een geldboete. De enige vrouw werd tot vier jaar cel en een geldboete veroordeeld.

Bron

Bovenstaande tekst werd ontleend aan het boek Delft gezien door de ogen van HET DELFTSE GESLACHT STUIJLING.

Gevangenis in Leeuwarden
Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies