2 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
 
op het veroveren van de Zilvervloot door Piet Hein
: 103849
: S7226

Goudsmid

Uit VerhalenWiki

Ga naar: navigatie, zoeken
Edelsmid Daniël Jacobsz de Berch
In de Gouden Eeuw was Delft een der belangrijkste steden in een van de belangrijkste en machtigste landen uit die tijd. De handel bloeide, en wie daar een graantje van mee kon pikken, wilde dat ook graag aan de buitenwereld tonen. Een ideaal klimaat voor goud- en zilversmeden dus. Delft heeft dan ook door de eeuwen heen honderden edelsmeden gekend, die zich voornamelijk vestigden op en rond de Markt en langs de statige grachten als de Oude Delft, Hippolytusbuurt en Voorstraat. Net als in andere beroepsgroepen het geval was, waren ook de edelsmeden verbonden in een gilde, nl. het Sint-Eloygilde. Men begon daar als jongetje van ongeveer twaalf jaar het vak te leren (zgn.leerjongen), vervolgens werd men gezel en uiteindelijk meester edelsmid. Om meester te worden moest men eerst een examen afleggen, de zgn. meesterproef. Wanneer men daarvoor slaagde mocht men zich meester goudsmid (of zilversmid) noemen. Een nieuwe meester graveerde zijn naam in een koperen plaat, de insculpatieplaat, en sloeg daar vervolgens zijn meesterteken naast. Hij mocht zich nu in Delft als edelsmid vestigen en genoot diverse rechten en plichten bij het gilde. Het gilde daarentegen stelde zich protectionistisch op m.b.t. haar leden. Uit de meesters werden jaarlijks keurmeesters gekozen, ook wel gezworenen genoemd. Tevens koos men elk jaar een nieuwe hoofdman of deken. Ongeveer tot aan 1650 werd een edelsmid tot de hogere klasse van de bevolking gerekend, na die tijd zag men het beroep steeds meer als een ambacht. Een edelsmid is afhankelijk van een hoogconjunctuur. Het is daarom begrijpelijk dat de Delftse donderslag (ontploffing kruithuis 1654) ook een donderslag betekende voor de Delftse edelsmeden, evenals de grote stadsbrand van 1536 en het rampjaar 1672.
Reken-boeck.vande.goutsmeden foto J.W.S.
De edelsmeedkunst in Delft stond op een zeer hoog niveau, hetgeen valt af te leiden van de items die bewaard zijn gebleven. Grote namen zijn o.a. Groen, Brandt en de Grebber omdat van hen prachtige voorwerpen bewaard gebleven zijn. Echter, veel meer voorwerpen zijn verloren gegaan of verdwenen tijdens de vele roerige tijden die Delft gekend heeft. Tijdens diverse oorlogen en de beeldenstormen zal veel goud en zilver zijn ontvreemd of omgesmolten. Het is daarom te kort door de bocht om bijvoorbeeld de Grebber tot Delfts grootste goudsmid te bestempelen. Maar dat hij een zeer begaafd goudsmid was staat vast. Het duurde vaak 6 a 7 jaar na het meesterschap dat een meester als gezworene optrad en vaak nog langer tot hij als deken werd aangesteld. Een uitzondering vormde Jacob Matijsz van der Stolck die in 1545 de meesterproef met succes aflegde en reeds op 1 december 1547 als deken van het gilde werd gekozen.
Nautilusbeker van Adriaen Claesz de Grebber

Ongetwijfeld zal hij dus zeer begaafde goudsmid zijn geweest, maar helaas is er van zijn hand geen item bewaard gebleven. Hij woonde aan de Hippolytusbuurt waar zich momenteel huisnummer 24 bevindt. Edelsmeden vormden vaak dynastieën omdat het beroep van vader op zoon ging. Zonen van edelsmeden waren vaak als leerjongen intern bij het gezin van collega-smeden. Wanneer deze collega een leuke dochter had, volgde uit het een vaak het ander, tot tevredenheid van wederzijdse ouders. Zo zijn veel edelsmedenfamilies aan elkaar verwant. Hier een aantal namen van edelsmeden die op deze manier onderling verwant waren: Brandt-Stuling-Couwijn-Stolck-Grijp-van den Berg-Vrericx-Cruijswegh-enz. Als je zo’n dynastie uitpluist kom je al gauw op een twintigtal edelsmeden die direct of indirect aan elkaar gelieerd zijn. In 1957 werd in museum het Prinsenhof de tentoonstelling Delfts zilver georganiseerd, waarbij een groot aantal zilveren kunstvoorwerpen van Delftse origine werd samengebracht.
N.b.: de benamingen goudsmid en zilversmid zijn verwarrend omdat het niets zegt over het materiaal (goud of zilver) waarmee de edelsmid werkt(e), maar wel over het formaat van de vervaardigde voorwerpen. Een zilversmid houdt zich vnl. bezig met de vervaardiging van grote voorwerpen zoals bekers, kelken enz. bijvoorbeeld kerkzilver. Een goudsmid legt zich meer toe op kleinere voorwerpen zoals ringen of andere sieraden.













Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies