1 gerelateerd item gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
 
Historie van de vlucht van Huig de Groot - een schoolboek
: R62841

Groot de, Hugo; De Vlucht van

Uit VerhalenWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Gevangenschap en vlucht van Hugo de Groot

Hugo Grotius, door Michiel Jansz. van Mierevelt, 1631
Johan van Oldenbarnevelt, landsadvocaat en raadpensionaris van de Staten van Holland, wordt op bevel van Stadhouder Prins Maurits omstreeks 9 uur in de ochtend van 29 augustus 1618 gearresteerd in het Haagse Stadhouderlijk Kwartier. Dezelfde ochtend treft dit lot Hugo de Groot, pensionaris van Rotterdam en de pensionaris van Leiden, Rombout Hogerbeets.


Opsluiting

Na enkele uren worden de gevangenen opgesloten in aparte kamers boven de Rolzaal, achter de Ridderzaal. De Rol- of Pleitzaal is een rechtszaal waar de besluiten op papierrollen aan de muur hangen. Hugo komt als advocaat-fiscaal regelmatig in deze ruimte. Nu zit hij daarboven gevangen. De vensters van zijn cel worden deels dichtgetimmerd. Al gauw heeft hij gebrek aan frisse lucht en last van slapeloosheid en maagklachten. Hij mag wel studeren maar bezoek is verboden. Al op 3 en 10 september komt uit Rotterdam het verzoek haar pensionaris vrij te laten; zonder effect.

Verweer

In september schrijft Hugo een verweer aan de Prins. Hugo schuift de schuld van zich af door te verklaren altijd orders van Johan Van Oldenbarnevelt te hebben uitgevoerd. Pas in 1622 komt hij op voor Van Oldenbarnevelt in zijn Verantwoordingh van de wettelijcke regieringh van Hollandt.Hugo wordt verhoord op 1 en 2 oktober, vier maal tussen 17 november en 14 december en enkele malen van 18 tot 23 januari 1619. De laatste verhoren vinden plaats op 4 februari en 4 en 6 maart. Johan van Oldenbarnevelt hoort zijn vonnis op 12 mei 1619. De zonnige maandagmorgen daarop wordt hij door een Utrechtse beul onthoofd op een plankier voor de ingang van de Ridderzaal.

List

De familie stuurt listig nieuwtjes. De gevangenen ontvangen ieder een boek van de 16de eeuwse dichter Janus Secundus, dat begin 1619 wordt heruitgegeven. Enkele gedichten zijn vervangen door nieuw gedrukte mededelingen in gelijke Latijnse versmaat. De list wordt al gauw ontdekt.

Het vonnis

Na bijna negen maanden gevangenschap hoort Hugo op zaterdag 18 mei zijn vonnis in de Rolzaal. Hij krijgt levenslange gevangenschap en al zijn bezittingen worden in beslag genomen.
Tijdens dezelfde zitting krijgt Rombout Hogerbeets hetzelfde vonnis te horen.
De Groot en Hogerbeets worden in de nacht van 5 op 6 juni 1619 overgebracht naar Slot Loevestein aan de Waal bij Gorinchem. De tocht gaat deels per wagen en deels per schip. Er zijn veel toeschouwers. Hugo’s vrouw Maria van Reigersberch komt 12 juni naar Loevestein met twee dienstbodes en de onmisbare inboedel. Van de 5 kinderen gaan er mogelijk maar drie mee. Het gezin bewoont kamers in de noordelijke Riddertoren. Hogerbeets vrouw Hillegonda Wentzen komt ook met enkele van haar kinderen naar Loevestein. Contact tussen Hugo en Rombout is verboden.
Als ‘lieutenandt-commandeur’ van het slot is Jacob Prouninck van Deventer aangesteld. Jacob is achterdochtig en controleert regelmatig brieven en onverwacht de kamers. Hij haat Hugo de Groot.
Hugo’s vader Jan de Groot zou ooit Jacob’s vader gevangen hebben gezet. Het kan verkeren. Prouninck saboteert persoonlijke contacten en de levering van voedsel en brandstof. Hogerbeets zit drie dagen opgesloten met zijn op 19 oktober 1620 overleden vrouw Hillegonda. Als pesterij?
Hugo is door de slechte situatie veel ziek maar studeert en schrijft veel. Van de Leidse Universiteit komen er geregeld boeken. Voor het verzenden hiervan wordt een kist gebruikt. Deze wordt vaak gecontroleerd op brieven en breekijzers. Maria en Hillegonda mogen voor inkopen wekelijks twee keer naar Woudrichem of Gorinchem. Per persoon is er 24stuivers per dag te besteden.
Zowel Hugo als Maria proberen de gevangenschap om te laten zetten in een ballingschap. Dat wordt alleen toegestaan als Hugo schuld bekent. Dat is voor hen uitgesloten. Hugo schrijft:

‘Mijnheer, ik verhaal dit wat langer om UE. te doen verstaan de redenen waarom ik ongenegen ben om de voorzeide proceduren en sententiën goed te keuren, of om tegen mij zelven een vonnis te wijzen in zaken, waarin mijn geweten mij tot nog toe niet heeft getuigd dat ik kwalijk zou hebben gedaan. Ik bid UE. dit te houden voor mijn vast besluit, genomen na aanroeping van Gods genadigen bijstand en na langdurig beraad. Ik gevoel dat, als ik mij zelven en mijne kinderen in dier voege zou hebben verongelijkt, dat ik dan de onrust van mijn eigen hart niet zou kunnen verdragen. Kan UE. zonder zulk een schuldbekentenis iets doen tot mijne verligting..... ik zal ten hoogste verblijd zijn. Wil het niet gebeuren, zoo hoop ik nog dat de goede God mij niet ongetroost zal laten in mijne droefheid, en te zijner tijd mij uit deze bijzondere of anders uit de algemeene aardsche ellende verlossen zal.’

De ontsnapping

Boekenkist waarin Hugo de Groot ontsnapte
Dan ontstaat het plan met de boekenkist. In Gorinchem leert Maria de koopman in garen en lint Adriaen Daetselaer - ook wel boekhandelaar genoemd - en zijn vrouw Johanna Daetselaer-Van Erp kennen. Zij willen meehelpen. Maria bestudeert hoeveel tijd de overtocht tussen het slot en Gorinchem kost. Past Hugo wel in de kist? Is het sleutelgat groot genoeg voor ventilatie?

Is twee uur in een kist liggen haalbaar?
Op zaterdag 20 maart 1621 spreken Maria en Daetselaer af voor de maandag. Prouning is dan afwezig en is er veel drukte door de jaarmarkt in Gorinchem. Die Paasmaandag 22 maart 1621 is het ruw weer met een stevige wind. Vroeg in de ochtend kruipt Hugo in de kist, gekleed in linnen onderkleding en zijden kousen. Hij gebruikt een Nieuw Testament als hoofdkussen. Zijn kleren en sloffen liggen naast zijn bed met gesloten bedgordijnen. Hugo lijkt zo nog te slapen.

Vier of vijf soldaten halen de kist op. De dienstbode Elsje van Houweningen gaat mee. Wanneer de soldaten bij het sjouwen van de zware kist achterdochtig uitroepen: “Daar moet de Arminiaan in leggen” en een van hen zegt dat hij een boor zal halen “en boren hem in zijn gat dat er drek uitloop”, reageert Elsje gevat: “Dan moest gij een boor hebben van hier tot aan zijn kamer toe”.
Als de schipper een gammele loopplank wil gebruiken zegt Elsje: “Wat zal dit zijn? Zult ge op zo’n dunne plank het koffer in het schip slepen? Zodoende zou ’t licht in ’t water vallen, dan was alles bedorven. ’t Zijn kostelijke boeken, die geleend zijn en daar zorg voor dient gedragen”. Als de boot los komt zwaait Elsje met haar halsdoek richting het slot als het afgesproken teken dat alles goed gegaan is. Deze vreemde handeling legt zij aan de schipper uit als een plagen van een knecht die niet wil geloven dat zij de boottocht vanwege de wind durft te maken.
Vanwege de wind wordt de kist op haar verzoek goed vastgebonden. Zij vermaant een soldaat die op de kist gaat zitten en met zijn laarzen tegen de wand bonkt. Er zou ook kwetsbaar porselein in de kist liggen! Elsje weet de schipper te overtuigen de kist direct naar Daetselaer te brengen. Daar wacht volgens haar de beurtschipper voor het vervoer richting Delft. Zij vraagt de schipper en zijn zoon om een berrie of draagbaar te gebruiken en geen kruiwagen. De zoon voelt iets bewegen en roept: “Vader, daar leeft iets in de koffer!”. Elsje merkt op:“Ja, boeken hebben geest en leven”.
Hugo kruipt rond 10.00 uur uit de kist in het huis ‘De Gulden Roos’ van de Daetselaers. Elsje keert terug naar slot Loevestein. Hugo verlaat later als metselaar verkleed het huis via de achterpoort aan de Groenmarkt. Hij weet bij het veer aan de Merwede te komen. Via Waalwijk - Loon op Zand - Tilburg - Baarle - Hoogstraten - Brecht - Antwerpen – Gent en Calais vlucht hij naar Parijs.

Gesnapt!

Maria wil in Hugo’s studeervertrek bij het invallen van de duisternis kaarsen aansteken. Net of hij er zit te werken. Zij vergeet dit. Als Prouninck bij terugkomst de donkere ramen ziet stormt hij naar boven en bemerkt de ontsnapping. Hij laat zich met een aantal soldaten overzetten naar Gorinchem, waar hij het vluchtadres ontdekt en doorzoekt. Diep in de nacht stuurt hij nog een troep ruiters naar Waalwijk, waar ze na middernacht aankomen. Te laat!
Maria zelf loopt het gevaar van gijzelneming, maar wordt na enkele dagen vrijgelaten, met Elsje en de kinderen. Nauwelijks in Parijs schrijft Hugo ter ere van een vriend het gedicht Silva ad Thuanum. Hierin eert hij ook Maria en de door haar bedachte list met de boekenkist die hem ‘uit zijne slaafse band’ verloste.

Samengesteld uit vele verhalen is de vluchtroute van Hugo de Groot als volgt:

  • Omstreeks 8.30 uur op maandag 22 maart 1621 wordt de kist naar de veerschuit gebracht
  • Overtocht naar Gorinchem over de Waal-Merwede
  • Ongeveer 10.00 uur aankomst in Gorinchem in het huis ‘De Gulden Roos’
  • Vroege namiddag rond 14.00 uur vertrek uit Gorinchem via de Merwede
  • Te voet door Land van Altena
  • Overtocht van de rivier de Maas naar Waalwijk
  • Op de avond van 22 maart met een kar vanaf Waalwijk richting Antwerpen
  • Dinsdag 23 maart: aankomst te Antwerpen
  • Op 3 april 1621 verlaat Hugo Antwerpen en bereikt via Gent en Calais zijn einddoel Parijs
Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies