19 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
» Toon alle gerelateerde items uit de collecties van Erfgoed Delft

 
St. Joris gasthuis
: 102245
Rapport der commissie inzake de rechtspositie van het St. Joris Gasthuis
: R65349
Rapport der commissie inzake de rechtspositie van het St. Joris Gasthuis
: R77949
Gegevens betreffende het Sint Joris Gasthuis te Delft
: R56919
Een verraderlijke kooloxyde vergiftiging (uit het St. Joris-Gasthuis te Delft)
: R51768
Het buitengesticht van het St. Joris Gasthuis te Delft
: R60521
Het buitengesticht van het St. Joris Gasthuis te Delft
: R60522
Geleden leed : geschiedenis van het St. Joris Gasthuis gedurende de Tweede Wereldoorlog, geplaatst in het kader van de Nederlandse gezondheidszorg en de psychiatrie rond die periode
: R67841
Voorwaarden van opneming en verpleging in het krankzinnigengesticht "Het St. Joris Gasthuis" te Delft
: R23659
: 104255

Difference between revisions of "Het St. Joris Gasthuis"

From VerhalenWiki

Jump to: navigation, search
m (Tekst vervangen - "[[categorie:" door "[[thema:")
m (Literatuur en bronnen)
Line 53: Line 53:
 
===Literatuur en bronnen===
 
===Literatuur en bronnen===
 
''Boeken''<br>
 
''Boeken''<br>
*Bouricius, L.G.N., ''Het Sint Joris Gasthuis''(Delft 1927)<br>
+
*Bouricius, L.G.N., ''Het Sint Joris Gasthuis ''(Delft 1927)<br>
*Slangen, Jaak, ''Van Koningsplein naar Lazarusklap, fragmenten uit de geschiedenis van Psychiatrisch Centrum Joris te Delft''(Delft 1994)<br>
+
*Slangen, Jaak, ''Van Koningsplein naar Lazarusklap, fragmenten uit de geschiedenis van Psychiatrisch Centrum Joris te Delft ''(Delft 1994)<br>
  
 
''Internet''<br>
 
''Internet''<br>

Revision as of 10:55, 25 October 2016

Inleiding

Vroeger hoorde je weleens Die is geschikt voor Delft. Met Delft werd dan Het Sint Joris Gasthuis bedoeld, waar al heel lang gekken werden opgesloten en behandeld. Hoe kwam het dat Delft één van de eerste steden met een zogenaamd dolhuis was, waarom werd daar door andere mensen zo spottend tegenaan gekeken en hoe heeft het Gasthuis zich eigenlijk ontwikkeld tot wat het nu is? De antwoorden op deze vragen, hopen wij te geven in het volgende artikel.

Voorgeschiedenis (1394–1677)

Lutherse kerk
Eerste beginselen van Het St. Joris Gasthuis (1394–1573)

Het Sint Joris Gasthuis wordt officieel opgericht in 1677. Het Sint Joris Gasthuis bestaat echter al veel langer, het was voor deze tijd echter onderdeel van andere instanties, en niet zelfstandig. Het Sint Joris is vermoedelijk ergens rond 1394 al opgericht, waarom of door wie is onbekend. Voor het eerst wordt deze stichting genoemd in een bron uit 1407, waarin graaf Willem II de stadbestuurders van Delft toestemming gaf om subsidie te geven aan Het St. Joris Gasthuis. Ook bestaat er een bron uit rond deze tijd die toestemming vraagt om een kapel te bouwen om zo de zondige mensen, gekken waren immers bevangen door het kwaad, te kunnen bekeren. Deze kapel is de huidige Lutherse kerk aan het Noordeinde.
Het Gasthuis van toen kunnen we niet vergelijken met een ziekenhuis of iets in die richting, het was meer een onderdak voor zwervers, bedelaars, reizigers en andere doelgroepen, in realiteit trok Het Gasthuis ook veel criminaliteit aan. Er was hier gratis eten en drinken te verkrijgen, en de dagelijkse mis werd dan op de koop toegenomen. Hierdoor werd het Sint Joris Gasthuis een rare mengeling van verpleeghuis, daklozencentrum en bejaardentehuis.
Het Gasthuis bestond voornamelijk uit een baaierd, een ruimte waar reizigers en zwervers konden overnachten. Hoe het er precies uitgezien heeft weten we niet, maar er is wel het één en ander over bekend. Vanaf de ingang aan de straat was er een breed middenpad naar het koorhek, achter dit koorhek bevond zich het altaar. Aan weerszijde van het midden pad bevonden zich half-afgesloten ruimtes waar zieken en anderen een plekje kregen om te overnachten. In praktijk betekende dit dat er ook veel misdrijven plaatsvonden in het Gasthuis en dat het weinig meer te maken had met een verpleeghuis. Dit kwam o.a. doordat er weinig toezicht was, op wat er allemaal gebeurde in Het Gasthuis.

Van Gasthuis tot Dolhuis

Oorspronkelijk was Het St. Joris Gasthuis dus helemaal niet gericht op krankzinnigen en kwamen die maar zelden voor. Maar vanaf de Late Middeleeuwen groeide en groeide Delft, er kwamen steeds meer mensen in de stad wonen. In deze toenemende stedelijke cultuur veranderde ook de normen en waarden van mensen. Mensen die anders waren, werden vroeger misschien nog wel getolereerd of simpelweg verstoten, maar dat kon in de stad Delft niet meer. In deze periode zie je dat Delft verder ontwikkeld was dan zijn omgeving, Delft liep op zijn omgeving vooruit. Waar de omgeving de gekken nog tolereerde of, werd er in Delft nagedacht hoe je deze mensen het best kon bestrijden. Dit kwam omdat de mensen in Delft bang waren dat hun financiële positie in gevaar verkeerde door de aanwezigheid van gekken. Het was nog niet zo simpel om deze mensen te bestrijden want wat doe je met mensen die niet passen binnen de normen en waarden van de stedelijke cultuur. Het probleem werd overgelaten aan de stedelijke armenzorg.
Vervolgens was het voornaamste doel van de stedelijke armenzorg deze mensen van straat te houden, zodat de andere mensen geen last van ze hadden. Om dit doel te bereiken werden de ergste gevallen opgesloten in zogenaamde dolhuisjes. Deze dolhuisjes waren eigenlijk gewoon kooien. De overige gekken werden gebrandmerkt zodat het goede volk deze mensen kon onderscheiden. Ook werden deze gekken ’s nachts opgesloten in een aparte zaal. Deze dolhuisjes en de aparte zaal werden ondergebracht in Het Sint Joris Gasthuis. Dit betekent niet dat de baaierd van Het St. Joris Gasthuis gesloten werd, er kwam voor het gasthuis alleen een nieuwe taak bij.

Tijdens de Republiek(1573-1677)

Tijdens de Republiek kreeg het St. Joris Gasthuis een nieuwe functie, het werd een zogenaamd pesthuis. Op deze manier werd geprobeerd de pest te bezweren. Er was al een pesthuis in Delft dat stamde uit de Middeleeuwen, maar omdat dit te duur was om te onderhouden, kregen Het Sint Joris er een functie bij. Ook werd het als onderdak voor gewonde soldaten ingericht. Na de 80-jarige oorlog werd het Sint Joris gereorganiseerd. De baaierd werd gesloten, waardoor het doel steeds meer het verzorgen van gekken werd. In het haardstedenregister van 1600 staat Het Sint Joris als dolhuis vermeldt. De behandeling van deze gekken werd al snel alweer veranderd. Vives en Coornhert, twee zestiende-eeuwse geleerde, waren tot het idee gekomen dat arbeid zou kunnen helpen tegen gestoordheid. Zo werden de gekken gedwongen opgesloten en werden ze verplicht tot het verrichten van arbeid. Deze arbeid was o.a. spinnen.

Oprichting van het Sint Joris Gasthuis(1677)

Informatie.jpeg
Van oorsprong was Het Sint Joris een zelfstandige onderneming, hoewel het bestuur van Delft al vrij snel een zekere invloed kreeg door het geven van subsidies. Vanaf 1579, met de hervormingen, werd het onder beheer van de stedelijke armenzorg gesteld, zodat het niet meer onafhankelijk was. Deze stedelijke armenzorg heette vanaf 1618 De kamer van Charitate, afgeleid van Charitas, liefdadigheid. Dit was een organisatie die een samenwerking was tussen de staat en de protestantse kerk. Onder leiding van de kamer van Charitate werden het een en ander aan hervormingen doorgevoerd.

In 1677 werd door het stadsbestuur voorgesteld dat Het Sint Joris Gasthuis ging fuseren met het Tuchthuis (de plaatselijke gevangenis) en zelfstandig werd. De waarschijnlijke reden voor dit voorstel is dat de Kamer van Charitate vond dat Het Sint Joris Gasthuis te duur was in onderhouden. Eerder was er al afgesproken dat het Tuchthuis samen met Het St Joris Gasthuis een onafhankelijke instelling zou worden als ze Het Sint Joris Gasthuis zouden afstoten. Deze fusie geldt als de officiële oprichting van het Sint Joris Gasthuis. Het Gasthuis kreeg een zogenaamde binnenvader, iemand die de financiën bijhoud. Deze functie was niet nieuw maar kreeg een nieuwe invulling bij Het Sint Joris Gasthuis.
Om onkosten te bestrijden, stelde het stadsbestuur Het Sint Joris vrij van enkele belastingen. Het St. Joris moest de onkosten voor arme gekken betalen, terwijl de criminelen die er werden opgesloten werden geacht hun eigen kost te verdienen.

Ontwikkeling van Het Sint Joris Gasthuis

De Delftse Gouden Tijd (1677-1796)

Door de fusie van het Dolhuis en het Tuchthuis ontstond vooral in de loop van de 18e eeuw wel een probleem: er was vrijwel geen afzonderlijke aandacht meer voor de verzorging van de echte krankzinnigen. Bij de behandeling werd er geen onderscheid meer gemaakt, er was alleen behandeling voor lichamelijke ziekten en als er meer psychische problemen optraden, werd je opgesloten of geboeid, afhankelijk van waar de bewaker zin in had. Ook werden tijdens het werk de zwakzinnigen veelal gediscrimineerd en met rotklusjes opgescheept.
Na de officiële oprichting van Het Sint Joris Gasthuis veranderde de aanpak voor gekken. Ze werden onderverdeeld in drie groepen, afhankelijk van hun agressiviteit en het gevaar voor de gemeenschap. De patiënten die het meeste in de war waren, werden de uitzuinigen genoemd. Zij werden opgesloten in kleine aparte cellen, sommigen werden zelfs vastgeketend in een aparte galerij. De half-gekken werden bij elkaar ondergebracht in een kleine zaal en de gezeggelijken mochten vrij rondlopen, maar werden ‘s nachts opgevangen. Naar het ideaal van die tijd werden de krankzinnigen hierbij zoveel mogelijk aan het werk gezet.

Franse tijd (1796-1812)

Tijdens de Franse tijd (1795-1812) waren er ook een aantal veranderingen. Het Sint Joris raakte door de financiering van de Fransen onder andere haar belastingvoorrechten kwijt en kreeg vrijwel geen geld meer uit de steden waar hun patiënten vandaan kwamen. Hierdoor ontstonden er financiële problemen en ging de zorg verder achteruit. Wel werd er door de Fransen oplossingen bedacht voor de vele ontsnappingen uit het dolhuis: criminelen moesten aparte kleding dragen en werden op een bepaalde manier geknipt. Ook werden er delen van het dolhuis verbouwd om ontsnapping tegen te gaan en kwam er permanente bewaking. Ook werden er tralies en verzwaarde deuren geplaatst.

Een tijd van hervormingen(1812-1900)

Toen de Fransen uit Nederland waren vertrokken, verdwenen ook de financiële problemen. Het Tuchthuis werd weer gescheiden van het gekkenhuis. Na onderzoek bleek dat de omstandigheden voor de krankzinnigen belabberd waren. Dit onderzoek werd gevoerd in opdracht van de landelijke overheid. Toen bleek dat dit in meerdere gasthuizen het geval was, werd er in 1841de eerste krankzinnigen wet ingevoerd. Hierna had het Sint Joris twee opties: of de deuren sluiten of grondig moderniseren. Men besloot om te reorganiseren. Er kwamen twee locaties: een hoofdgebouw aan de Annastraat (waar later een nieuw binnengesticht voor in de plaats kwam) en een buitenverblijf in de Vrijenbanse polder. Na deze hervormingen nam het aantal patiënten snel toe.
Kort na de hervormingen kwam de inspectie nog een keer langs. Het Sint Joris voldeed niet aan de toenmalige eisen op het gebied van hygiëne en professionaliteit. Zo was er alleen verwarming op de grote ontmoetingszaal en in de kamer van de directeur; de slaapkamers waren niet verwarmd. Er moest nog een reorganisatie plaatsvinden, anders werd het deze keer definitief gesloten. Na deze reorganisatie bleven vernieuwingen volgen en ging het lange tijd heel goed met het Sint Joris. Wel kreeg het gemeentelijke bestuur meer invloed.
Na 1859 kwam er meer aandacht voor medische verbeteringen. Er kwam nieuw medisch personeel en er werd een strak dagschema ingevoerd, wat uiteindelijk niet bleek te werken. Meerdere reorganisaties volgden. Bij deze reorganisaties was het telkens de vraag, hoe kun je geestesziekten het best behandelen. In de loop van de 19de eeuw werden fysieke problemen als oorzaak gezien van geestesstoornissen. Daarom werd de focus gelegd op de genezing van deze fysieke problemen. Sociale en psychische problemen werden behandeld door te zoeken naar mogelijke fysieke problemen, als deze problemen er niet waren, werd er aangenomen dat de psychische problemen slechts een inbeelding waren van de desbetreffende persoon.
In 1884 werd de tweede Krankzinnigenwet opgesteld. Weer was de vraag: sluiten of moderniseren? Weer liet het Sint Joris zich niet op zijn kop zitten en gingen veranderen. Zo werd de riolering verbeterd en waren er vele financiële herzieningen. Door de nieuwe wet werd het ook mogelijk om patiënten tegen hun wil in op te nemen. Dat deze hervormingen niet alleen maar goede gevolgen hadden blijkt uit het aantal ontsnappingspogingen in het jaar 1895. De inspectie vernam dat er minimaal 8 ontsnappingspogingen waren in dat jaar. Ook waren er veel conflicten tussen doctoren en personeel. Deze conflicten gingen over hoe patiënten behandeld moesten worden, of er dwangwindelen gebruikt moesten worden ja of nee, enz. Tijdens deze tijd kwam ook het gebruiken van dwangmiddelen ter discussie. Bijvoorbeeld het vastmaken van patiënten met ijzeren kettingen, werd niet meer aanvaard.

Woelige jaren (begin 20e eeuw)

Tijdens de crisisjaren begin 20e eeuw werd het idee van arbeidstherapie herboren. De patiënten werden onder toezicht te werk gesteld, om eenvoudig werk zoals touwpluizen en matten vlechten te verrichten. Deze arbeidstherapie heeft tot de Tweede Wereld Oorlog stand gehouden.
Gedurende de oorlog heeft het Sint Joris verschillende levens van Joden en andere onderduikers gered, door hen op te nemen in het Gasthuis. Tijdens de Hongerwinter was er veel te weinig voedsel, waardoor er in 5 maanden tijd 110 patiënten overleden. Een opvallend feit was dat in het Sint Joris weinig mensen vanwege hun geestesziekten naar concentratiekampen zijn gestuurd, dit was in andere Gasthuizen wel het geval.

Tegenwoordig

Het oude buitenverblijf
Een tijd van veranderingen (1954-heden)

Vanaf 1954 is de behandeling van geestesziekten erg veranderd. Door de opkomst van de medicijnindustrie kwamen er medicijnen voor patiënten die eerder niet goed geholpen konden worden. Ook kwamen er vanaf die tijd echte psychiaters, zodat er meer plaats was voor persoonlijke behandeling. De patiënten kregen zelf ook meer invloed, er werd naar hun mening geluisterd.
Daarnaast kwamen er in de loop der jaren veel nieuwe gebouwen bij het buitenverblijf; er kwam een eigen opleidingscentrum voor leerling-verplegenden, een hoofdgebouw voor de bestuurders en administratie, een economiegebouw met een keuken, restaurant, winkel en kapper, een personeelsflat, nieuwe paviljoenen en losse woningen voor begeleid wonen.
De algemene opinie keerde zich in de jaren '70 steeds meer tegen de toen gebruikelijke ideeën over gekken. Er werden stichtingen opgericht om de vooroordelen over gekken bij mensen weg te nemen. Maar vooral speelde de vraag Wie is er nu eigenlijk gek?. Ook kwamen er overal in Nederland veel alternatieve vormen van hulpverlening, waarbij de patiënten zelf alle invloed hadden op hun behandeling. De politieke discussie over psychiatrische inrichtingen en kritiek tegen het Joris laaiden op. Uiteindelijk scheidde het Sint Joris zich volledig van de Delftse gemeente af en werd een zelfstandige organisatie. Ook werd het interne bestuur meerdere keren hervormd, men ging van één hoofdbestuurder naar een meer verdeeld bestuur.
Vanaf de jaren tachtig ging het beter met de welvaart, waardoor in het Joris de arbeidstherapie werd verminderd en er meer mogelijkheden tot creatieve therapie en vrijetijdsbesteding kwamen. Ook werden de behandelingsmethoden meerdere malen bekritiseerd, waarna het personeelsbeleid veranderde.
Het Sint Joris verplaatste in 1981 volledig naar een nieuwe locatie: ’t Verlaat. Het stadsgesticht en de gebouwen van het buitengesticht werden op het hoofdgebouw na gesloopt. Het oude hoofdgebouw wordt nog steeds als museum over het St. Joris gebruikt. Daarna is men gebouwen en afdelingen blijven bijbouwen, tot het werd wat het nu is, het huidige gesticht aan de Sint Jorisstraat.
Tenslotte werd in 1994 De Wet Bijzondere Opnemingen in psychiatrische Ziekenhuizen ingevoerd. Deze lijkt erg veel op de wet van 1884, maar legde wel officieel vast dat de patiënten meer rechten hadden dan vroeger. Ze hebben officieel meer inspraak in hun behandeling gekregen. Verder zijn de behandelingsmethoden blijven verbeteren, en tot op de dag van vandaag worden die methoden aangepast naar de laatste onderzoeken.
Tegenwoordig is het Sint Joris onderdeel van GGZ Delfland, een grote organisatie die op meerdere locaties werkt in de regio Delft, Westland, Oostland en regio Nieuwe Waterweg Noord. Hier horen ook het RIAGG in Delft en de psychiatrische afdeling van het Reinier de Graaf Gasthuis bij.
Uit ons artikel is gebleken dat, Delft een van de eerste steden met een gekkenhuis was omdat ze financieel erg welvarend waren, en er al heel snel een stedelijke cultuur met de daarbij behorende waarden en normen is ontstaan. Verder blijkt dat Delft aanvankelijk als stad voor gekken werd gezien, omdat Delft zijn omgeving ver vooruit liep. Ook de manier waarop mensen tegen gekken aankijken, verandert. Dit is sterk afhankelijk van tijd en mode van dat moment. Ook de financiële situatie van mensen speelt hier een belangrijke rol.
Het Sint Joris Gasthuis in Delft heeft dus een hele ontwikkeling meegemaakt. Van dolhuis voor die gekke Delftenaren, tot waardig psychiatrisch centrum. Een instelling die zich zal blijven ontwikkelen en die tot op de dag van vandaag mensen met psychische problemen op weg helpt.

Literatuur en bronnen

Boeken

  • Bouricius, L.G.N., Het Sint Joris Gasthuis (Delft 1927)
  • Slangen, Jaak, Van Koningsplein naar Lazarusklap, fragmenten uit de geschiedenis van Psychiatrisch Centrum Joris te Delft (Delft 1994)

Internet

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies