4 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
 
Vermeer in het licht : verslag van de restauratie van het Gezicht op Delft en het Meisje met de parel van Johannes Vermeer
: R49692
Het meisje met de parel
: R78172
Vermeer in het licht : conservering, restauratie en onderzoek
: R16945
Vermeer in het licht : conservering, restauratie en onderzoek
: R17548

Het meisje met de parel

Uit VerhalenWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Introductie

Een oproep in de Delftse Post voor bijdragen aan Klompverhalen leverde verschillende reacties op, waaronder een zeer verrassende.
"Hierbij treft u mijn wedervaren in De Klomp, waar ik verliefd werd op het schenkmeisje met die ene oorring", schreef Johannes Vermeer in zijn e-mail.
Het lukte onze vermaarde stadsgenoot niet om vanuit het hiernamaals zijn verhaal op WikiDelft te plaatsen, dus deed ik dat voor hem.


Het schenkmeisje met de parel

De ellende begon in 1660. Niet lang daarvoor was ik getrouwd met Catharina. Alsof dat niet genoeg voeten in de aarde had gehad. Voordat Maria Thins, haar moeder, toestemming had gegeven voor het huwelijk, diende ik me te bekeren tot het katholicisme. Calvinistisch of paaps, zoveel had ik met het geloof niet op, het kon me dus geen donder schelen. Mijn omgeving dacht daar geheel anders over, vooral Geertruida. Catharina en ik waren ingetrokken boven Mechelen, de herberg van mijn vader Reinier Jansz aan de Markt. Trui woonde daar ook, Geertruida, mijn oudere zuster. Het kreng. In het begin was het nog wel te doen. Ze speelde het gewiekst, Trui. Als ik aan het schilderen was, kon ik niemand om mij heen verdragen. Dan stuurde ik Catharina naar beneden, naar het proeflokaal. Aangezien vader meer tijd aan zijn kunsthandel besteedde dan aan de herberg, stond Geertruida achter de toog. Enkele maanden duurde het voordat Catharina mij vertelde hoe Trui haar koeioneerde. Op het moment dat zelfs de clientèle haar belachelijk begon te maken, was de maat vol voor Trien. En toen zijn we naar Maria Thins verhuisd, aan de Oude Langendijk.

In het begin was ik de koning te rijk aan die gracht, een schonere dan vele andere in de stad. Het water stroomde door naar het achterland waardoor de kenmerkende geuren van stilstaande wateren ons onthouden werden. We betrokken enkele ruimtes in het pand van Maria, een kast van een huis met elf kamers. Op de eerste verdieping had ik zelfs een atelier voor mezelf! Aan het einde van de dag kon ik mijn penselen laten liggen waar het me beliefde. Het oker, het vermiljoen, niets hoefde ik op te ruimen. Het was míjn ruimte, waar niemand iets te zoeken had. En toch ging ik op zeker moment de deur uit.

Waarom ik niet direct zijn snode plannen doorzag, is me tot op de dag van vandaag een raadsel. Ik kwam hem tegen in de Choorstraat. Jan Steen kende ik nog uit de tijd dat hij brouwerij De Roscam runde. Waardeloos bier overigens. Hij schilderde een beetje en had – naar eigen zeggen – les gehad van de Duitser Knupfer. Ik beschouwde hem vooral als kopiist van de gebroeders Van Ostade. Maar goed: Jan Steen was terug in Delft. Voor even, zei hij, wat later een grove leugen bleek. Steen schilderde niet onverdienstelijk, zijn Huishouden was best een aardig tafereeltje. In die jaren begon ik naast de kunsthandel, die ik inmiddels van mijn vader had overgenomen, af en toe wat werk te verkopen. Niet veel. Dat kon ook niet, want mijn schilderijen vergen liefde en aandacht, precisie. Alles wat niet helemaal klopt volgens het beeld dat ik in mijn hoofd heb, vernietig ik. Jan Steen stelde me voor naar die tent te gaan aan de Binnenwatersloot, die verderfelijke zaak, om een pul bier te drinken, De Klomp.

Dit is ze dus

Na drie pullen bier wisten we elkaar nog weinig te zeggen. Ik bekeek de smalle pijpenla waarin wij ons bevonden. Al enige jaren was het bedrijf hier gevestigd. Indien je gasten van enig niveau verlangt, zoals mijn vader, dan haal je het toch niet in je hoofd een drankgelegenheid zo’n naam te geven. Nog steeds neem ik het mezelf kwalijk dat ik niet meteen in de gaten had dat hier uitsluitend mensen komen van laag allooi. Maar goed, zo zaten we samen in die ongure zaak. Als mijn schoonmoeder zou weten dat ik hier een stuiver van haar geleende geld zou besteden, was Leiden in last. De Klomp… Terwijl het bier gulpte, stelde Steen me voor aan een schenkwijf, een alleraardigst wicht van een jaar of achttien. Haar ogen verrieden een zacht karakter, maar wat me het meest intrigeerde waren haar oren die strak tegen haar hoofd stonden. Aan haar rechter droeg zij een parel, haar linker was vrij. Getuige van een stille ondeugd. Ondanks dat haar lippen niet krulden toen ik aan haar werd voorgesteld, bespeurde ik een lichte spot. Haar uitdrukking was nog net niet minachtend. Dat heeft mij de das om gedaan.

Catharina had niets in de gaten, die eerste jaren. Onder het mom van ‘onderzoek’ was ik steeds vaker van huis. Het is nog geen twee minuten lopen van de Oude Langendijk naar de Binnenwatersloot. Aldaar, in dat lokaal van hoerenlopers, bierbrouwers en onverlaten, kuste ik mijn parel, nam ik haar op het gerief. Voor jaren ging dat goed, en tot ons beider verbazing en bevrijding ontsproot er geen vrucht. Mijn middelen waren echter snel uitgeput, want van schilderen kwam niet veel in die tijd. Haar portret heb ik vastgelegd, wel honderd keer, maar altijd was ik ontevreden over het resultaat. Jan Steen is getuige geweest van mijn worsteling. Uiteindelijk heb ik besloten uitsluitend haar gezicht te schilderen, de rechterwang, waarbij het niet zichtbaar is dat zij slechts één oorversiering draagt. Eindelijk had ik haar gevangen. Dat schilderij betekende een breuk tussen Jan en mij. Toen pas kwam ik erachter dat zij zijn grote liefde was, en dat hij niet voor mij, maar vanwege haar zo vaak vanuit Haarlem naar Delft reisde.

Jan Steen is getrouwd met… Nee, ik wil haar naam niet meer noemen. Op de bruiloft was ook de lel van haar linkeroor bedekt. Het prutswerk van Jan, die huiselijke en nostalgische tafereeltjes, werd bij bosjes verkocht. Rommel is het, goedkoop geklieder. Maar op een of andere manier spreekt het de mensen aan. Zelfs het gegoede volk verwordt tot cultuurbarbaren. Op de Markt, dat ding, worden zijn schilderijen onder opbod verkocht. Prullaria voor het gepeupel.

Bij verschillende mensen heb ik inmiddels geld moeten lenen. Laatst nog, een bedrag van 200 gulden bij Pieter Claesz van Ruyven. Inmiddels groeit de schuld me boven het hoofd. Zoveel ben ik aan anderen verschuldigd dat ik jaren zal moeten schilderen, en verkopen, om ooit weer op mezelf te kunnen staan. Catharina ben ik verloren, maar wat ik nog veel erger vind: ik ben de parel kwijt, die ik in De Klomp heb gevonden.

Uw Johannes Vermeer

Voor meer Klompverhalen, klik hier!
Klompverhalen.png

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies