6 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
 
Plattegrond van Delft na de stadsbrand van 1536
: 104871
: S3609
Drie abdijen uit de XIIe eeuw : eene studie, op den aard en de maatschappelijke beteekenis der kloosters in de middeleeuwen
: R21691
De Goudse kloosters in de Middeleeuwen
: R26022
Het oorkondewezen van enige kloosters en steden in Holland en Zeeland, 1200-1325
: R30021
Het oorkondewezen van enige kloosters en steden in Holland en Zeeland, 1200-1325
: R77108

Kloosters in de Middeleeuwen

Uit VerhalenWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

In de middeleeuwen trokken veel mensen zich terug uit de wereld om zich in alle rust aan godsdienstige taken te kunnen wijden. Zij vormden religieuze gemeenschappen waarin zij volgens een bepaalde regel samenleefden. Bekende regels waren die van Sint-Benedictus, Sint-Franciscus en Sint-Augustinus. Als zo'n gemeenschap zich echt afsluit van de wereld, spreken we van een klooster. Dit woord is afgeleid van het Latijnse 'claustrum' dat 'afsluiting' betekent.
De bewoners legden drie geloften af, die betrekking hadden op kuisheid, armoede en gehoorzaamheid. De eerste hield in dat zij zich zouden onthouden van contacten met het andere geslacht. Mannen en vrouwen vormden dan ook doorgaans afzonderlijke kloosters. De enige man in een vrouwenklooster was de priester die de zielzorg uitoefende en de sacramenten bediende. Met de gelofte van armoede deden de bewoners afstand van al hun privé-bezit; zij brachten al hun wereldse zaken onder in de gemeenschappelijke kas. Ten slotte beloofden zij gehoorzaamheid aan God, aan de regel van het klooster en aan hun overste.

Kloosters in Delft

Kloosters in delft

De kaart van Jacob van Deventer, getekend in de jaren 1556/1557, geeft een handzaam beeld van het Delftse kloosterlandschap in de middeleeuwen. Binnen de muren van Delft, toentertijd een stad van circa 15.000 inwoners, bevonden zich acht kloosters. De meeste werden bevolkt door vrouwen en waren voortgekomen uit de religieuze opwekkingsbeweging rond 1400 die bekend staat als de Moderne Devotie.

Vrouwenkloosters

Het oudste en rijkste vrouwenklooster was Sint-Agatha, gesticht in 1400. Het was gevestigd op een voorname plaats in de stad, pal tegenover de Oude Kerk. Sint-Agatha behoorde tot de Derde Orde van Sint-Franciscus en speelde een vooraanstaande rol in het overkoepelende Kapittel van Utrecht, waartoe meer dan 150 kloosters in de Nederlanden behoorden. Sint-Agatha telde in de vijftiende eeuw meer dan honderd zusters en was daarmee ook het grootste klooster van Delft.
Een afsplitsing van Sint-Agatha was Sint-Barbara, sinds 1405 gevestigd aan de Oude Delft tegenover de Breestraat en eveneens behorend tot de Derde Orde.
Een derde huis van deze orde was Sint-Ursula, voor het eerst genoemd in 1450 en gelegen in het oosten van de stad aan de tegenwoordige Gasthuislaan.

Twee vrouwenkloosters waren begonnen als huizen van de Derde Orde maar gingen later in hun bestaan over naar orde van Sint-Augustinus. Het eerste was Sint-Agnes, waarschijnlijk gesticht omstreeks 1403 en overgegaan in 1423; het lag vlakbij de Oostpoort. Het andere was Sint-Anna, voor het eerst genoemd in 1441, maar waarschijnlijk al ouder. Uiterlijk in 1464 heeft Sint-Anna de overstap naar de orde van Sint-Augustinus gemaakt. Dit klooster was gelegen aan de Annastraat in het uiterste noorden van de stad, in een gebied dat pas aan het einde van de veertiende eeuw binnen de stadsvrijheid was komen te liggen.
Een zesde vrouwenklooster, dat aanvankelijk ook tot de Derde Orde behoorde, was Onze-Lieve-Vrouwe in Nazareth, ter plaatse van de tegenwoordige Paardenmarkt. Tegen 1469 gingen deze zusters over tot de strengere tweede orde van Sint Franciscus en werden zij clarissen genoemd.

Mannenkloosters

Koningsveld

In de binnenstad waren twee mannenkloosters. In 1449 hadden de minderbroeders zich in Delft gevestigd met enige voorbehouden van het stadsbestuur. Zij voorzagen in hun onderhoud door te bedelen, bijvoorbeeld tijdens hun drukbezochte preken. Daarvoor bouwden zij een kolossale kerk in het hart van de stad, ter plaatse van de latere Beestenmarkt.
Ten noorden van de Choorstraat vinden we de cellebroeders, voor het eerst genoemd in 1490. Zij maakten zich onder meer verdienstelijk met de zorg voor pestslachtoffers.

Buiten de stadsmuren

Buiten de stadsmuren stonden nog eens drie kloosters. Ten zuiden van Delft lag Koningsveld, bewoond door een kleine twintig adellijke nonnen. Zij behoorden tot de orde van Prémontré. Koningsveld werd gesticht in 1251 door Ricardis van Holland, een tante van graaf en Rooms-Koning Willem II, die Delft in 1246 stadsrecht had gegeven.
Ten noorden van de stad bevond zich sinds de jaren 1430 het mannenklooster Sion. De broeders volgden de regel van Sint-Augustinus en werden reguliere kanunniken genoemd.
In 1469 stichtte Frank van Borselen, graaf van Oostervant en weduwnaar van Jacoba van Beieren, ten westen van Delft het kartuizerklooster Sint-Bartholomeus in Jeruzalem. Kartuizers leefden bijna als kluizenaars, volslagen afgezonderd van de wereld. Op hun terrein stond een aantal kleine huisjes, cellen genoemd, waarin de monniken zich terugtrokken voor meditatie en gebed.

Andere kloosters

En dan waren er nog drie 'buitenbeentjes'. Ten eerste het bagijnhof aan de Oude Delft, een vrouwengemeenschap die al bestond in de dertiende eeuw. Zij legden niet de drie geloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid af en vormden dus geen echt klooster.
Ten tweede het voormalige huis van de broeders des gemenen levens Sint-Hiëronymusdal, gelegen aan de Oude Delft tegenover de Nieuwstraat. Zij maakten zich verdienstelijk met zielzorg in andere kloosters en met onderwijs aan de jeugd. Sint-Hiëronymusdal was gesticht in de eerste jaren van de vijftiende eeuw. Het werd in 1536 na de stadsbrand opgeheven; de gebouwen werden sindsdien bewoond door priesters die dienst deden in kerken in Delft en omgeving.
En ten slotte een opgeheven vrouwenklooster, dat van Sint-Maria-Magdalena aan de Verwersdijk. Tijdens een ernstige pestepidemie in 1557 werden de goederen overgedragen aan het Oude Gasthuis, dat de gebouwen in gebruik nam als pesthuis. Voor deze overdracht werd toestemming gegeven door de prior van Sion, dus we mogen aannemen dat de zusters net als de bewoners van Sion de regel van Sint-Augustinus volgden.
Sommige kloosters waren niet groter dan een eenvoudig huis met enkele bewoners, andere vormden uitgebreide complexen met tientallen kloosterlingen. In de loop van de zestiende eeuw kregen kloosters het moeilijk. Onder meer door de opkomst van het protestantisme waren steeds minder mensen bereid te kiezen voor het kloosterleven. Toen Delft zich in 1572 aansloot bij Willem van Oranje en de Opstand tegen het Spaanse, katholieke gezag, werden de kloosters opgeheven.

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies