181 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
» Toon alle gerelateerde items uit de collecties van Erfgoed Delft

 
Bord met portret van Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723)
: 144352
Anatomische les van Cornelis 's Gravensande
: 102114
: S3670
Portret van dr. Cornelis 's-Gravesande (1631-1691)
: 105604
: S7282
: S3834
: 144353
: S7153
: S7197
: S7403

Leeuwenhoek van, Antoni

Uit VerhalenWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

Antoni van Leeuwenhoek is geboren op 24 oktober 1632 te Delft. Hij is bekend geworden door zijn zelf gefabriceerde microscoop en door zijn ontdekkingen in de microbiologie en celbiologie. Daarnaast was hij ook een handelsman, landmeter, glasblazer en wijnroeier. Door zijn bijdrage aan de wetenschap is hij terecht gekomen bij de Royal Society in Londen.

Biografie

Antoni van Leeuwenhoek

Jeugd

Antoni van Leeuwenhoek werd geboren op 24 oktober 1632 in Delft. Zijn vader heette Philips Antonyzoon en zijn moeder Margaretha Bel van den Berch. Op 4 november 1632 werd hij gedoopt als Thonis Philipszoon. Later noemde hij zichzelf Antoni van Leeuwenhoek, omdat zijn ouderlijk huis in de Leeuwenpoort (een straatje aan het Oosteinde nabij de Oostpoort) in Delft stond. Toen hij 6 jaar oud was stierf zijn vader. Antoni heeft, toen hij naar de middelbare school ging, bij zijn oom gewoond in Benthuizen. Hij was 16 toen zijn stiefvader overleed. Op jonge leeftijd toonde hij al grote belangstelling voor sterrenkunde, wiskunde, scheikunde en natuurkunde. Dit blijkt uit de hoeveelheid boeken die hij daarover in bezit had.

Gezin

Barbara de Meij was de eerste vrouw van Antoni. Ze kregen vijf kinderen, hadden een eigen winkel in linnen, garen en band en woonden in Delft. In 1666 overleed Barbara de Meij. Van Leeuwenhoek trouwde voor de tweede keer in 1671 met Cornelia Swalmius. In 1694 stierf Cornelia. Alleen Antoni en Maria, zijn dochter, bleven samen achter. Ook de rest van zijn kinderen was namelijk overleden.

Carrière

Antoni ging in Warmond naar de middelbare school en ging vervolgens studeren in Amsterdam. Hij werd bij het bedrijf van William Davindson opgeleid tot kassier en boekhouder. In Delft begon hij in 1654 een manufacturenwinkel.
Van Leeuwenhoek werd door de Gemeente Delft benoemd tot o.a. landmeter, wijnroeier (meten van hoeveelheden wijn), kamerbewaarder van de schepenen en generaal-wijkmeester. Dit was vrij snel achterelkaar gebeurt. Toch was hij nog niet tevreden en leerde zichzelf glasblazen, slijpen en polijsten om goede lenzen te krijgen. Deze lenzen gebruikte hij om een betere microscoop te maken. Dit was de aanleiding voor zijn theorieën over de microbiologie en celbiologie.

Levenseinde

Op 26 augustus 1723 overleed Van Leeuwenhoek in zijn geboortestad, bijna 91 jaar oud. Volgens de verhalen dicteerde hij op zijn sterfbed een brief aan de Royal Society waarin hij het fladderen van zijn middenrif zo grondig beschreef dat de aandoening de ziekte van Van Leeuwenhoek wordt genoemd. Hij werd op 31 augustus 1723 in de Oude Kerk te Delft begraven.
De Delftse dichter Poot schreef een grafschrift voor hem:

Heeft elk, o wandelaer, alom
Ontzagh voor hoogen ouderdom
En wonderbaere gaven,
Zoo zet eerbiedigh hier uw' stap:
Hier legt de gryze wetenschap
In LEEUWENHOEK begraven.

Delft

De bronzen plaquette op het hek van de Oude Delft 116
Van Leeuwenhoek is dus geboren en begraven in Delft. Hij heeft alleen een deel van zijn jeugd niet doorgebracht in Delft. Dit was toen hij naar de middelbare school in Warmond ging. Hij woonde in die periode bij zijn Oom in Benthuizen. Toen hij trouwde met Margaretha is hij weer in Delft gaan wonen. Antoni was gehecht aan de stad, hij verliet niet graag zijn stad Delft en ontving het liefst de gasten bij hem thuis. Helaas staat zijn geboortehuis aan het Oosteinde er niet meer. Ook het huis dat hij kocht aan de Hippolytusbuurt, huis Het Gouden Hoofd, is verdwenen. Geen standbeeld is er van hem in Delft te vinden. Slechts een gevelsteen en een bronzen plaquette herinneren aan de belangrijke Delftenaar.



Microscoop

Voorgeschiedenis

Hans Lippershey, Sacharias Jansen, Jan Swammerdam en Robert Hooke hebben de microscoop en de telescoop uitgevonden, al eerder gebruikt en er belangrijke ontdekkingen mee gedaan. De eerste microscoop was al in 1595 uitgevonden. Antoni van Leeuwenhoek was dus niet de uitvinder van de microscoop. Wel heeft hij een andere, een betere, microscoop uitgevonden, waardoor hij vaak wordt gezien en beschouwd als de uitvinder van de microscoop.
Waarschijnlijk is van Leeuwenhoek geïnspireerd geraakt door het microscopisch natuurwetenschappelijk onderzoek van Hooke, wat stond beschreven in het boek 'Micrographia'. Dit was een zeer populair boek in de tijd van Antoni over Hooke’s eigen observaties door een soort microscoop. Het boek werd door veel mensen gelezen en de kans is groot dat van Leeuwenhoek het ook gelezen heeft.

Bijdrage van Leeuwenhoek

De microscoop van Antoni van Leeuwenhoek.
Antoni heeft geen natuurwetenschappelijke opleiding gedaan en heeft zonder enige kennis van vreemde talen zichzelf de kunst van het observeren en beschrijven aangeleerd. Ook was hij een verbazingwekkende vakman die zichzelf glas leerde blazen, slijpen en polijsten. Hierdoor had Van Leeuwenhoek de beschikking over lenzen en loepen. Door zijn kennis over lenzen en loepen kon Antoni sterke lenzen ontwikkelen die tot wel 480 keer konden vergroten. Jan Swammerdam en Robert Hooke gebruikte een microscoop met oculair en objectief die maar tot 30 keer konden vergroten. Dit was dus niets vergeleken met de lenzen van Antoni van Leeuwenhoek.

Werking van de microscoop

Van Leeuwenhoek gebruikte vrijwel altijd een microscoop met één lens tussen twee metalen plaatjes. Het voorwerp van onderzoek bevestigde hij op een pen die hij met een aantal schroeven ten opzichte van de lens kon verplaatsen. Zo kon hij het object positioneren en scherpstellen. Zowel het metalen frame als de lenzen maakte Van Leeuwenhoek zelf. Het bijzondere van Van Leeuwenhoeks microscopen ligt dus enerzijds in de kwaliteit van de lenzen en anderzijds in het type van de microscoop.
Het sterkste exemplaar wat bewaard is gebleven heeft een vergroting van 270x. Het maakt nu deel uit van de collectie van het Utrechts Universiteitsmuseum. Van Leeuwenhoek maakte meer dan vijfhonderd microscopen, waarvan er slechts tien zijn overgebleven.

Werkwijze van Antoni

Antoni was een autodidact. Hij had geen voorkennis over microscopie of van vreemde talen. Wel had hij een exclusieve kennis over lenzen. Meestal sleep hij de lenzen, een enkele keer gebruikte hij geblazen exemplaren. Hoe hij zulke sterke lenzen kon maken blijft voor iedereen een vraag. Er wordt gespeculeerd dat hij zijn lenzen uit het bolletje maakte dat aan het einde van de blaaspijp overblijft. Antoni van Leeuwen beschikte over een goed belichte ruimte, en veel geduld, wat nodig was om het maximale uit de microscoop te halen.
Hij bekeek geen eerdere ontdekkingen van de microscopie, waardoor hij een kind van de Verlichting was. Zijn autodidactheid werkte in zijn voordeel, omdat hij hierdoor geen hypothese had en alles heel nauwkeurig opschreef in briefen aan Reinier de Graaf en andere Nederlanders. Hij was niet bang voor de reacties van de mensen, die de ontdekkingen erg onwaarschijnlijk zouden gaan vinden.

Waarnemingen

Tot de originele waarnemingen van Van Leeuwenhoek behoren:

  • Kleine diertjes in stilstaand water
  • Spermatozoïden
  • De anatomie van vlooien
  • Plantenanatomie
  • Rode bloedlichaampjes
  • Embryonale stadia van diverse dieren

Biologisch wereldbeeld

De ontdekking van de microscopische natuur is misschien wel de grootste ontdekking van de zeventiende eeuw. Voor het biologisch wereldbeeld was de introductie van de microscoop nog veel belangrijker dan de ontdekking van nieuwe continenten. Het feit dat de eerste microscopisten datgene wat zij observeerden als werkelijkheid accepteerden, getuigt van een groot vertrouwen in het eigen waarnemings- en interpretatievermogen. In de Middeleeuwen zouden microscopische waarnemingen ongetwijfeld zijn afgedaan als zinsbedrog. Van Leeuwenhoek is een kind van zijn tijd, de Verlichting.

Royal Society

Royal Society
De Royal Society of London for the Improvement of Natural Knowledge is een Britse academie voor wetenschappen. Na een voordracht van Christopher Wren tijdens een bijeenkomst in Gresham College is de academie opgericht, op 28 november 1660. De twaalf oprichters kwamen elke week samen om te discussiëren over de nieuwe wetenschappen en om experimenten uit te voeren. Door zijn ontdekkingen kwam Antoni van Leeuwenhoek in aanraking met Royal Society. Reinier de Graaf introduceerde van Leeuwenhoek in 1673 introduceerde bij Royal Society. Reinier de Graaf was op de hoogte van de ontdekkingen van Antoni, doordat hij alle waarnemingen en conclusies in brieven van hem ontving.

De Royal Society reikt nog steeds de oudste wetenschapsprijs ter wereld uit. De Copley Medal wordt namelijk al sinds 1731 uitgereikt. Vanaf 1665 publiceert ze ook het langst bestaande wetenschappelijke tijdschrift, de Philosophical Transactions. Ook de uitvindingen van Antoni werden hierin gepubliceerd. Dit gebeurde vanaf 1674. In 1680 werd hij benoemd als lid van de Royal Society. Hij kreeg erkenning voor al zijn wetenschappelijke producties.
Andere bekende leden waren Albertus Seba, Gabriel Fahrenheit en Christiaan Huygens.

Over Leeuwenhoek is een uitgebreide website, met veel informatie.

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies