7 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
 
Portret van Cornelis Musius, omringd door taferelen uit zijn martelaarschap, 1572
: 104033
: C43116
Lumey, de vossestaart
: R63810
De tocht van Lumey naar Amsterdam in 1572
: R67391
: S3278
Een moeilijk oogenblik in het leven van Prins Willem I
: R52244
De martelaren van Gorcum
: R61650

Lumey

Uit VerhalenWiki

Ga naar: navigatie, zoeken
Willem II van der Marck, heer van Lumey
Willem II van der Marck, beter bekend als Lumey, werd geboren als telg van een adellijk geslacht dat naast prins-bisschoppen ook nogal wat dubieuze personen voortbracht. Willem zelf zou eveneens naast beroemd ook berucht worden. Zijn wiegje stond in Lummen, Belgisch Limburg. In het Frans van die tijd werd Lummen als Lumey uitgesproken hetgeen zijn naam verklaart.

Samen met tientallen andere edellieden uit het prinsbisdom Luik besloot Lumey zich aan te sluiten bij het protestantse geloof. Lumey was een bijzonder wreed man met een diep gewortelde haat tegen katholieken. Deze haat kwam deels voort uit het feit dat hij bloedbanden had met de door de Spanjaarden onthoofde Graaf van Egmont. Bij deze onthoofding van Egmont en Horne (ook wel Egmond en Hoorne) zweert de heer van Lumey zijn baard en nagels te laten groeien tot hij wraak genomen heeft. Dit levert hem de bijnaam 'admiraal Langnagel' op.
Nog te vaak wordt Lumey in zijn functie als geuzenvoorman als bevrijder gezien, maar in feite was hij een meedogenloos man. Op zijn tochten stonden moord, plundering en afpersing centraal. Desondanks was Prins Willem van Oranje genoodzaakt van de diensten van deze edelman gebruik te maken omdat de geuzenvloot aanvankelijk het enige machtsmiddel was waar de prins de beschikking over had.
Die geuzenvloot had in het prille begin toestemming om van de Engelse havens gebruik te maken. Maar door de piratenacties van Lumey werd die toestemming ingetrokken, waarna de vloot een zwervend bestaan op de Noordzee in het vooruitzicht had. Geen haven was er waar ze aan land konden gaan. En het kon dus niet uitblijven dat ze tijdens een maartse storm voor de Hollandse kust terecht kwamen. Een veerman genaamd Koppelstock zag de vloot aan de monding van de Maas liggen en greep zijn kans om de admiraal te verzoeken het nabij gelegen Den Briel te bevrijden. Lumey zag dit eigenlijk niet zitten, maar toen hij hoorde dat er in Den Briel geen Spaans garnizoen gelegerd was, was zijn besluit gauw genomen. Den Briel werd ingenomen en diende nu als uitvalsbasis om ook andere Hollandse steden van het Spaanse juk te bevrijden.
De geuzen waren te verdelen in twee groepen; de watergeuzen die vanaf hun vloot de strijd aangingen en de bosgeuzen die de strijd op het land voerden. Het was een samenraapsel van mensen uit alle geledingen van de maatschappij. Van edelen wiens bezittingen door de bezetter waren geconfisqueerd en deze met strijd wilden herkrijgen, tot zeelui, arme sloebers en zelfs criminelen. Een stelletje ongeregeld dus, dat moeilijk in de hand te houden was. De naam geus is afgeleid van het Franse gueux, dat schooier of armoedzaaier betekent. Een scheldnaam eigenlijk die al snel tot erenaam werd opgewaardeerd.
De ene na de andere stad werd door de geuzen ingenomen of sloot zich bij de geuzen aan. Op 23 juli 1572 trekt Lumey Delfshaven binnen, een dag later valt Rotterdam. De stad Delft stuurt ijlings twee onderhandelaars die al na een paar uur terug in Delft zijn met de eisen van Lumey. Delft weet nog een paar dagen tijd te rekken tot op zondag 27 juli Lumey met zijn legers zich aan de Rotterdamse poort in Delft melden. Hoewel de stad op 24 juni nog besloot trouw te blijven aan Filips II en geen geuzen in de stad toe te laten, rest Delft niets anders dan officieel de kant van de prins te kiezen en het Spaanse gezag de rug toe te keren. De stad blijft gevrijwaard van plundering.
In 1572 nemen zowel Lumey als prins Willem van Oranje hun intrek in Delft. Oranje woont in het Sint-Agathaklooster, waar zijn vriend Cornelis Muys (Musius) rector is. Lumey bewoont het zogenaamde Gemeenlandshuis waar tegenwoordig Hoogheemraadschap Delfland gevestigd is. Dit is op een steenworp afstand van waar Willem van Oranje verblijft.
Musius had vanwege de godsdienstige spanningen de schatten van het klooster laten verstoppen om plundering en diefstal te voorkomen. Tijdens een diner in huize Oranje werd Cornelis Musius dusdanig beledigd door Lumey dat hij zich niet langer veilig voelde in Delft en besloot naar het nog katholieke Amsterdam te vluchten. Willem van Oranje, boos over de vlucht van Muys, gaf Lumey de opdracht hem naar Delft terug te halen. Lumey wist Musius bij Den Haag in te halen, maar in plaats van hem naar Delft terug te brengen werd hij ontvoerd naar Leiden alwaar de stadspoorten na aankomst terstond gesloten werden. Belust op de verborgen schatten van het Sint-Agathaklooster liet Lumey Musius vreselijk martelen om hem zijn geheim prijs te laten geven. Uiteindelijk werd hij opgehangen.
Nadat eerder al zeventien priesters sterk tegen de wil van Willem van Oranje in gemarteld en gedood waren in Gorkum (de zgn. martelaren van Gorkum) was de moord op Musius de druppel die de emmer deed overlopen. Het betekende het begin van het einde van Lumey. Hij werd ontslagen als admiraal van de geuzen en heeft op verschillende plaatsen gevangen gezeten, waaronder Delft, kasteel Hongingen (Rotterdam-Kralingen) en kasteel Gouda.
Uiteindelijk werd hij door de Staten het land uitgezet waarna hij terugkeerde naar het land van Luik. Op 1 mei 1578 werd Lumey begraven na te zijn overleden aan de beet van een dolle hond. In werkelijkheid zou hij echter zijn vergiftigd.

Geuzen
Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies