geen gerelateerde objecten/artikelen gevonden.

Mespel van der, Petrus

Uit VerhalenWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Petrus van der Mespel (1860–1928), begraven te Delft op 24 augustus 1928.

Tonnenmannen aan het werk in Delft

Petrus van der Mespel was tonnenman van beroep. We hebben het dus over de tijd dat riolering niet of nauwelijks bestond en de mensen hun behoefte deden op een ouderwetse kakdoos waar de fecaliën opgevangen werden in een tonnetje. De ton moest uiteraard van tijd tot tijd geleegd worden en werd daartoe opgehaald en geledigd door de tonnenman. Deze kwam met een boot (de tonnenschuit) of een kar (de Boldootkar) bij de mensen langs.
Petrus deed zijn werk met berusting. Het was geen baan waar men naar uitkeek, maar het bracht in ieder geval geld op om vrouw en kinderen van te onderhouden. Op een dag hoorde hij ineens een klap. Toen hij omkeek zag hij nog net een schooljongen hard weglopen, terwijl hij uit een omgeschopte strontton de inhoud over de straat zag vloeien. Met gebalde vuisten riep hij de jongen nog iets na, maar die was allang uit het zicht verdwenen. Mopperend ruimde Petrus de rotzooi op om daarna zijn weg te vervolgen.
Enkele dagen later, hij was het voorval al bijna weer vergeten, was hij weer helemaal in zijn werk verdiept. Het was wat drukker op straat want de school was zojuist uitgegaan. Dus zo af en toe kwamen er wat groepjes kinderen langs. Er klonk een geluid. Een bekend geluid. Het geluid van een ton die omgeschopt werd, gevolgd door het geluid van rennende jongensvoeten. Weer die belhamel! Weer de rotzooi opruimen! 'Maar,' dacht Petrus, 'Ik zal hem een lesje leren!' De eerstvolgende keer dat Petrus in de bewuste straat zijn plicht vervulde, hield hij de tijd in de gaten. Op het moment dat de scholen uitgingen, stelde Petrus zich verdekt op. Lang hoefde hij niet te wachten want al snel kwam daar de kwajongen aanlopen. Schichtig om zich heen kijkend of de kust veilig was. Toen hij zich overtuigd had dat de tonnenman niet te zien was kreeg hij een ondeugende grijns op zijn gezicht en begaf zich richting een ton die bij de kar op de grond stond. Kans om die om te trappen kreeg hij niet, want Petrus sprong te voorschijn en greep de knul stevig beet. Wat hij de jongen gezegd heeft vertelt het verhaal niet. Maar met de hand die nog vrij was opende Petrus de ton en stak zijn hand er diep in. Het bange, gillende joch zag zijn onvermijdelijk lot naderen. Een volgeschepte hand, met daarin het stinkende goedje ging richting het gezicht van de jongen. En werd daar volledig in uitgesmeerd.
Vanaf die tijd kon Petrus ongestoord zijn werk doen. Zonder dat hij, wanneer de school uitging, steeds over zijn schouder hoefde kijken of zijn tonnen wel veilig waren. De kwajongen heeft hij nooit meer gezien.

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies