geen gerelateerde objecten/artikelen gevonden.

Opgroeien in de oude binnenstad

From VerhalenWiki

Jump to: navigation, search

Als geboren en getogen Delvenaar groeide ik op in de oude binnenstad; hetzelfde gebied waar mijn voorouders al zeker een half milennium hun voetstappen hadden liggen. Nu lijkt de binnenstad van de jaren 60 niet de meest ideale plaats voor een kind om zijn jeugd door te brengen. Immers, in die tijd reden er nog volop auto's door de smalle straatjes, waren er niet overal begaanbare stoepen en waren de walkanten van de grachten al even hoog als nu. Groen of speeltuinen waren er niet, dus hoe kon een kind zich daar vermaken? Heel goed, luidt het antwoord.

Nieuwstraat

Ik was slechts twee maanden oud toen mijn ouders vanuit de Plateelstraat naar de Nieuwstraat verhuisden. Hartje stad dus. Ik zou daar acht jaar blijven wonen. Als oudste jongen en derde kind in een gezin van vier kinderen, groeide ik op in een heel warm nest. De gevaren van het verkeer en het water werd ons al jong bijgebracht en vormde dus verder geen beletsel meer om veilig te gaan en staan waar we wilden. En als een kind spelen wil, vindt hij altijd wel een manier om dat te doen. De mogelijkheden daartoe bleken toch legio want direct om de hoek was wekelijks de bloemenmarkt waar ik na afloop zocht naar eenzame, verdwaalde bloemen die ik tot een mooi boeket trachtte te bundelen. Vaak moest mijn moeder daarvoor wel erg lage vaasjes zoeken vanwege de korte stelen, maar dat mocht de pret niet drukken. Soms had ik meer geluk en bleven er veel complete bossen over. De handelaren dumpten die in een bak langs de gracht, waar ik dan in klauterde. Soms werd ik daar weer weggescholden, maar meestal lukte het wel. En het is wel gebeurd dat de huiskamer vol met tulpen stond. In december stonden aan dezelfde Hippolytusbuurt de kerstboomhandelaren. Vol bewondering keek ik hoe houten kruizen onder de kerstbomen werden geslagen. Ook stond op de hoek tegenover de visbanken soms een handelaar met een bak levende palingen die door het zaagsel kronkelden. Dat was voor een klein jongetje natuurlijk helemaal spannend om naar te kijken.

Even verderop was de Markt waar op donderdag ook genoeg te beleven viel en waar we in de zomer klauterden over de tribunes van de taptoe, al dan niet geheel afgebouwd. En natuurlijk ook de taptoe zelf, met alles wat er omheen hing, zoals het oefenen of het opstellen van de corpsen. Ieder jaar bezochten wij het kindermatinee en ik herinner mij nog dat mijn moeder daar een ander jochie, dat er blijkbaar alleen was, over z'n krullenkoppie aaide omdat ze zag dat hij bang was van al dat muziekgeweld. Imposant waren de beremutsen en de militaire muzikanten op de fiets. En natuurlijk de eenzame trompettist die letterlijk hoog van de toren stond te blazen. Maar de meeste indruk wekten de fakkeldragers.

Maar voor een kleine jongen zijn zelfs de visbanken al interessant om naar te kijken. Enorme vissekoppen lagen je dan aan te kijken en wanneer er tussen de vissen een veel te klein exemplaar of een zeester zat, gooide de uitbater die soms naar buiten waarna ik het trots mee naar huis nam, tot grote schrik van mijn moeder. Het hoogtepunt van de week was de donderdag, niet alleen vanwege de weekmarkt en de bloemenmarkt maar vooral vanwege de kippenmarkt op de Boterbrug en de veemarkt op de Beestenmarkt. Het handjeklappen van de boeren was leuk om naar te kijken, maar het was helemaal feest wanneer een een varken ontsnapte en gillend over de beestenmarkt rende met een horde enthousiaste kinderen er achteraan en een boze boer die, zwaaiend met een rotan stok, de achtervolging inzette.

Aan de Oude Delft 157, het huis met de vier vazen dat zo mooi beschreven staat op de site Achter de gevels van Delft, woonde de excentrieke mevrouw Elias waar wij weleens boodschappen voor deden. Daar kregen we dan een stuiver of een dubbeltje voor. Maar liever deden we het voor haar huishoudster Agnes. Niet alleen omdat zij ons er veel meer voor gaf (een dubbeltje of zelfs een kwartje) maar vooral ook omdat zij een gouden hart had, integenstelling tot haar werkgeefster. In de tuin hield mw.Elias pauwen, maar die gingen er steevast vandoor. En uiteindelijk had ze er nog maar eentje over. Ook stond er in haar tuin een soort houthok, dat afgeladen was met oude kranten. Er moet daar een schat aan oude informatie gelegen hebben, want zo'n verzameling aanleggen duurt vele decennia.

Nee, een saaie bedoening was de oude binnenstad zeker niet. Ook voor een kind viel er genoeg te beleven. En ik kijk met plezier terug op deze eerste acht jaren uit mijn leven. Mooie jaren!

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies