1250 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
» Toon alle gerelateerde items uit de collecties van Erfgoed Delft

 
Portret van Willem van Oranje
: 104632
Allegorie op de deugden van Willem van Oranje
: 105311
Portret van Willem van Oranje op 22-jarige leeftijd
: 105533
Doodsportret van Willem van Oranje (1533-1584)
: 105261
Groepsportret van de vier broers van Willem van Oranje
: 102024
'De moordt des Prinsen van Oranje, te Delft, in den Jaare 1584'
: 128290
Portret van Willem van Oranje (1533-1584)
: 105008
Plaque grafmonument Willem van Oranje
: 133075
Kruik met wapen van Willem van Oranje
: 125759
Schotel met een portret van Willem van Oranje
: 105126

Oranje van, Willem

Uit VerhalenWiki

Ga naar: navigatie, zoeken
Prins Willem van Oranje

Willem

Willem van Oranje (of Willem de Zwijger), ook wel Vader des Vaderlands, wordt op 24 april 1533, op Slot Dillenburg, in het gebied Nassau in Duitsland, geboren. Hij is de zoon van graaf Willem van Nassau-Dillenburg, beter bekend als Willem de Rijke en Juliana van Stolberg.

Prins van Oranje

Als Willem elf jaar is, erft hij alle bezittingen van zijn neef René van Chalon, die door een kanonskogel om het leven komt. Tot de erfenis behoort ook een gebied in Frankrijk, het Prinsdom Orange. Voortaan mag hij de titel Prins van Oranje-Nassau voeren en is hij in één klap de rijkste edelman in de Nederlanden.
De streng katholieke Keizer Karel V bepaalt echter dat Willem alleen aanspraak op de erfenis kan maken als hij een katholieke opvoeding krijgt. Zijn protestantse ouders sturen Willem daartoe in 1544 naar het hof in Brussel, waarmee zij hem de kans geven een invloedrijk man te worden. Dat hij een uitstekend diplomaat wordt, blijkt uit de woorden van een tijdgenoot die hem omschrijft als 'een wijs persoon, met een natuurlijk overwicht en door iedereen geliefd'.
Op 8 juli 1551 huwt de achttienjarige prins met Anna van Egmont, de rijke erfdochter van Maximiliaan van Buren. Met dit huwelijk vergroot Willem van Oranje zijn belangen in de Nederlanden. Op 19 december 1554 wordt zijn eerste zoon geboren: Philips Willem van Oranje. Hij krijgt in totaal veertien kinderen van vier verschillende vrouwen.

Willem en Karel V

Willem is op 22-jarige leeftijd al vijf jaar kamerheer van Karel V. Hij adviseert de koning in veel zaken. De Prins is een echte steunpilaar voor de vorst. Karel is vanaf zijn zestiende jaar koning van Spanje en de gebieden in Amerika. Een jaar eerder neemt hij ook het bestuur van de Nederlanden op zich. Op negentienjarige leeftijd mag hij zich keizer van het Heilige Roomse Rijk noemen. Hij verzuchtte ooit 'dat hij meer kronen had dan zijn arme hoofd kon dragen'. Hij streeft naar bestuurlijke en godsdienstige eenheid en probeert overal gelijke wetten en regels in te voeren. Hiertoe vervaardigt hij in 1550 het beruchte 'Bloedplakkaat': het verspreiden en bezitten van ketters materiaal, het bijwonen van ketterse bijeenkomsten, het prediken van ketterij en het huisvesten van ketters, wordt met de dood bestraft.
Zijn enorme rijk bestuurt hij vanuit Brussel. In de Raad van State spelen de hoge edelen een belangrijke adviserende rol, echter tot ongenoegen van deze edelen wordt er te weinig gebruikgemaakt van de Raad.
In 1555 doet Karel V om gezondheidsredenen afstand van de troon. Hij heeft last van een erfelijke afwijking aan het kaakgewricht, beter bekend als de 'Habsburgse kin'. Kenmerken hiervan zijn een dikke, afhangende onderlip en een vooruitstekende onderkaak. Samen met zijn slechte gebit wordt praten en eten, waar hij zo van houdt, steeds moeilijker. Daarnaast lijdt hij aan jicht en maagproblemen.

Willem en Filips II

Zijn zoon Filips II wordt heer der Nederlanden en het jaar daarop ook koning van Spanje. Filips II is, net als zijn vader Karel, streng rooms-katholiek. Filips is anders dan zijn joviale vader, hij komt maar moeizaam tot besluiten. Hij pakt de ketters nog harder aan dan zijn vader.
Onder Filips II beleeft Spanje een bloeitijd, maar komt het rijk financieel aan de rand van de afgrond. Vloten en legers zijn nodig om de Spaanse heerschappij in Midden- en Zuid-Amerika in stand te houden. In Europa vormen de Turken, de Engelsen en aartsvijand Frankrijk een voortdurende bedreiging. Het besturen van zijn enorme rijk is een kostbare zaak.
Aanvankelijk is de relatie tussen Filips en Willem vriendschappelijk, ze zijn immers samen opgegroeid. Filips probeert Willem aan zich te binden door hem in 1556 te benoemen tot Ridder in de Orde van het Gulden Vlies.
In 1559 benoemt Filips Willem tot stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht en treedt in die hoedanigheid op als plaatsvervanger van de koning. Mede in verband met de oorlog tegen Frankrijk krijgt Willem van Filips belangrijke diplomatieke opdrachten. Hij wordt betrokken bij de onderhandelingen die leiden tot de Vrede van Cateau-Cambrésis. Daardoor leert hij de belangrijke mensen van Europa kennen. Hij ontmoet de keizer van Duitsland, de koning van Frankrijk en is samen met de hertog van Alva een van de belangrijkste raadsheren van Filips.
Filips' benoemt een gouverneur voor de Nederlanden: de 'landvoogdes' Margaretha van Parma, zijn halfzus. Hij bepaalt dat zij zich laat adviseren door kardinaal Granvelle, een zeer gehaat man. Zij mag geen belangrijke beslissingen nemen zonder zijn toestemming. Hierdoor voelen de Nederlandse edelen zich buitenspel gezet.
Als koning verkiest Filips steeds meer Spaanse adviseurs boven de prins, zoals Ruy Gómez de Silva en de topdiplomaat van Franse afkomst Nicolas Perrenot. Hij laat bij Madrid een klooster-paleis bouwen, het Escorial. Hier voelt hij zich meer thuis dan in de kille Nederlanden, waar hij de taal ook niet spreekt. De harde aanpak van de ketters zorgt bij Willem voor veel irritatie. Als Filips in het najaar van 1559 naar Spanje vertrekt, vindt niemand dat erg.

De beeldenstorm

Willem wil dat beide geloven vreedzaam naast elkaar bestaan. In 1564 pleit hij voor gewetensvrijheid en een gematigder optreden tegen de protestanten.
De winter van 1565 is zeer koud en het volk heeft het zwaar te verduren doordat de oogsten zijn mislukt. Daarbij breken ziekten als pokken, lepra en de pest uit. Ook onder de elite heerst onvrede. Had de hoge adel altijd een zeer belangrijke taak in het bestuur, nu moet zij haar macht delen met ambtenaren.
De kettervervolging wekt steeds meer weerzin op bij de bevolking. De zware belastingen drukken op de Nederlanden. Dit alles leidt tot verzet. Wanneer in 1566 duizenden soldaten het land plunderen, bereikt de crisis een dieptepunt.
Op 5 april 1566 trekken 400 edelen te voet door Brussel om bij landvoogdes Margaretha van Parma een 'smeekschrift in te dienen, waarin wordt gevraagd om vezachting van de maatregelen tegen de ketters. Om haar gerust te stellen fluitsert een van haar raadgevers haar in: 'Wees niet bang mevrouw, ce ne sont que des "gueux"' (het zijn slechts bedelaars). De volgende dag belooft Margaretha van Parma de vervolgingen te verzachten. De edelen nemen de scheldnaam over en noemen zich in het vervolg 'geuzen'.
Een korte tijd is er een gevoel van vrijheid. Veel protestantse vluchtelingen keren uit het buitenland terug. Bij gebrek aan een kerk houden zij diensten in de open lucht, de 'hagenpreken'. De plekken waar deze werden gehouden worden ook wel 'de groene kerk' genoemd. Al gauw worden de preken door duizenden mensen bijgewoond. Dan doet het gerucht de ronde dat Margaretha de hagenpreken met geweld zal neerslaan. De stemming wordt steeds grimmiger.
Op 10 augustus 1566 houdt Sebastiaan Matte in het dorpje Steenvoorde in Vlaanderen een hagenpreek. Duizenden mensen bezoeken zijn preek. Hij dondert erop los en zet zijn gehoor in vuur en vlam. De ene na de andere katholieke kerk ondergaat hetzelfde lot: 'guijten die nauwelic eenen schoen an der voeten hadden' werpen zich op kerken en kloosters. Heiligenbeelden worden kapotgeslagen, schilderijen worden beschadigd of vernietigd. De Beeldenstorm raast door de Nederlanden. Cultuurbezit van onschatbare waarde wordt binnen een paar weken vernietigd.

De vlucht van Willem

Willem van Oranje en andere hoge edelen als Egmont en Horne treden wel op tegen de aanstichters van de Beeldenstorm, maar naar de mening van Filips niet hard genoeg. De koning zegt geen heerser over ketters te willen zijn. De hertog van Alva wordt met een leger naar de Lage Landen gestuurd om te laten zien dat rebellie niet wordt getolereerd. Margaretha probeert Filips te waarschuwen, dat Alva met zijn leger de situatie alleen maar zal verergeren. Ondertussen eist zij van de edelen dat zij een eed van trouw aan Filips moeten afleggen. Hierin moeten zij beloven zich in te zetten voor het rooms-katholieke geloof, beeldenstormers te vervolgen en ketterij uit te roeien.
Willem van Oranje weigert. 'Ik heb geweigerd de eed te zweren, omdat deze eed mij ertoe kan verplichten mijn vrienden en verwanten, mijn eigen zoons en zelfs mijn echtgenote, die Luthers is, naar de slachtbank te leiden. De hardvochtigheid waarmee men in onverminderde mate tegen de protestanten optreedt, heeft mij allang diep gegriefd. Deze eed is in strijd met mijn menselijke gevoelens, ik kan hem dus niet afleggen.' Willem neemt ontslag als stadhouder en vlucht in april 1567 met zijn gezin naar de Dillenburg in Duitsland.
Duizenden mensen besluiten de komst van hertog van Alva niet af te wachten en ontvluchten de Nederlanden. Willem probeert zijn vriend graaf van Egmont over te halen. Deze vertrouwt echter op de vriendschap en goedheid van Filips. Volgens overlevering nemen zij afscheid met de woorden: 'Vaarwel, prins zonder land! Vaarwel, graaf zonder hoofd!'

De Hertog van Alva

Onder leiding van Alva trekken 10.000 Spanjaarden, Italianen en meisjes van plezier naar de Nederlanden. In Brussel aangekomen, stelt Alva een rechtbank in, de Raad van Beroerten in de volksmond al gauw de Bloedraad genoemd. Tot de straffen die de Raad uitdeelt, behoren martelen, ophangen en verbranden.
Tot grote ergenis van het volk worden Spaanse soldaten zelfs bij burgers ondergebracht. Het bewind van Alva duurt zes jaar. Onder zijn leiding worden 12.000 processen gevoerd, ruim 1000 mensen geëxecuteerd en 60.000 mensen ontvluchten de Nederlanden.
Begin 1568 worden veel edelen, zowel hoge als lage, voor de Raad van Beroerte gedaagd. Ze hebben volgens Filips II niet genoeg gedaan om de beeldenstorm te voorkomen. Alle bezittingen van Willem worden verbeurd verklaard en op straffe van de dood wordt hij uit de Nederlanden verbannen. Bovendien laat Alva de toen 13-jarige Filips Willem als troef naar Spanje ontvoeren.
In één klap is Willem zijn oudste zoon en een groot deel van zijn bezittingen kwijt. Hij ziet zich gedwongen de wapens op te pakken om zijn bezittingen terug te krijgen en zijn eer te redden. Hij laat weten vóór geloofsvrijheid en tegen de tirannie te strijden. De Prins verkoop een groot deel van zijn bezit en brengt hiermee een huurleger op de been.

De Slag bij Heiligerlee

Filips II gaat opnieuw belastingen heffen om zijn Spaanse leger te kunnen betalen, tot groot ongenoegen van de burgers. Willem en zijn broers besluiten de Nederlanden op drie plaatsen vanuit Duitsland binnen te vallen. Zij hopen dat het volk bij deze inval massaal in opstand zal komen.
In april 1568 probeert een huurleger in opdracht van Willem van Oranje Roermond te veroveren, tevergeefs. Op 23 mei hebben zijn broers wel succes tijdens de beroemd geworden Slag bij Heiligerlee. Er ligt wel een schaduw over deze overwinning. Broer Adolf komt per ongeluk met zijn paard in de vijandelijke linies terecht en sneuvelt. De aanval wordt gezien als het begin van een militaire strijd die ongeveer 80 jaar zal duren: de Tachtigjarige Oorlog, ook wel bekend als de Nederlandse Opstand.
Na deze overwinning trekt Willem van Oranje met 20.000 soldaten in oktober de Maas over. De bevolking is via pamfletten opgeroepen in opstand te komen, maar houdt zich koest. Het is de allereerste oorlog waarin op grote schaal gebruik wordt gemaakt van pamfletten. Via deze weg roept Willem de inwoners van de Nederlanden op hem te steunen in de strijd. De pamfletten staan vol symboliek, maar dit is niet voor iedereen begrijpbaar. De propaganda richt zich niet tegen het geloof of Terwijl Willems geld opraakt, trekt Alva zijn leger strategisch heen en weer. Kort daarop trekt Willem zich terug in afwachting van gunstigere omsstandigheden. De Prins zit diep in de schulden en verkoopt in Straatsburg zijn laatste tafelzilver en veldmeubels.
Als vergelding voor de Spaanse nederlaag bij Heiligerlee in 1568 laat de hertog van Alva in Brussel in drie dagen tientallen edelen terechtstellen, met maar één doel: angst zaaien. Hiervoor laat hij zelfs de populaire katholieke graven van Egmont en Horne ombrengen. Ondanks alles blijft van Egmont tot het einde toe katholiek en blijft hij trouw aan de Spaanse koning.

Het verzet van Willem van Oranje

In 1568 neemt Willem een ingrijpend besluit: hij stelt zich aan het hoofd van het gewapend verzet tegen Filips II. Hoewel het verdedigen van zijn eigen positie en niet het bevrijden van de Nederlanden of van de nieuwe religie zijn directe doel is, wordt hij leider van de Opstand tegen wil en dank.
Willem verleent aan de geuzen op zee, de zogenaamde watergeuzen, kaperbrieven, een vergunning waarin staat wie wel en niet aangevallen mag worden. De watergeuzen is een diverse groep en bestaat uit edelen wiens bezittingen zijn afgenomen, koop- en ambachtslieden , avonturiers, vissers en ook echte piraten. Lumey wordt hun aanvoerder: "Ik zweer voor God dat ik mijn haar, mijn baard en nagels zal laten groeien totdat de dood van Egmont en Horne gewroken is!". Vrijwel zonder onderscheid te maken overvallen de geuzen ieder schip dat ze tegenkomen. Ze verlammen de handel en plunderen bovendien kustgebieden. Ze vormen zo'n plaag dat de Prins besluit predikanten aan boord van de schepen te plaatsen.
De Franse protestanten, de hugenoten, proberen onder leiding van admiraal Coligny een belangrijke positie te verwerven. Hierdoor heeft Alva het druk met Frankrijk en heeft niet in de gate dat Willem met deze hugenoten voorbereidingen treft voor een tweede inval. De Franse hugenoten zullen de watergeuzen over het land ondersteunen. Tegelijkertijd staan ook vanuit Duitsland aanvallen op stapel. Vanuit Engeland hoopt Willem op steun van de protestantse koningin Elisabeth. In het open veld is het leger van Willem niet opgewassen tegen de Spaanse troepen. Maar op zee hebben de opstandelingen de overhand.
Op 1 april 1572 worden de opstandelingen door een storm aan land gedreven. Zij besluiten de stad Den Briel te veroveren. Zij martelen en vermoorden enkele katholieke geestelijken en plunderen katholieke kerken. Als ze de buit naar de schepen willen brengen, besluiten ze Den Briel voor de Prins bezet te houden. De beroemde uitdrukking: Op 1 april verloor Alva zijn bril slaat dus op Brielle, Frans voor Den Briel.
De verovering van Den Briel heeft een domino-effect. Steeds meer steden, Vlissingen, Bergen, ALkmaar, Leiden, Haarlem, kiezen de kant van de Prins. Hij kan niet voorkomen dat er excessen plaatsvinden waardoor de Opstand het karakter krijgt van een burgeroorlog. Tijdens de inname van Zutphen worden priesters vermoord, nonnen verkracht en kerken verwoest. Ondertussen verovert Willem Roermond en Leuven, maar dan slaat het noodlot opnieuw toe.
Willem denkt verzekerd te zijn van de steun van de hugenoot en Franse admiraal Gaspard De Coligny. In augustus 1572 vindt in het zeer katholieke Parijs een bijzonder bruiloft plaats. Eén van de protestantse leiders zal trouwen met de zus van de katholieke koning Karel IX. De gehele protestantse adel is bij het feest aanwezig. Dan vindt een mislukte aanslag plaats op admiraal Gaspard De Coligny. Uit angst voor wraak laat Karel IX de belangrijkste hugenotenleiders vermoorden: "Dood ze allemaal! Zodat er niet één overblijft om het mij later te verwijten". De Coligny wordt één van de eerste slachtoffers van de Parijse Bloedbruiloft. In de massale lynchpartij die volgt worden tijdens de Bartholomeüsnacht alleen al in Parijs 2000 hugenoten omgebracht. Het volk ziet dit bloedbad als startschot om in heel Frankrijk nog zo'n 20.000 hugenoten af te slachten. Willem van Oranje moet op zoek naar andere bondgenoten.

De wraak van Alva

De slachting onder de hugenoten in Parijs heeft grote gevolgen voor het leger van Lodewijk, één van de broers van Willem. Lodewijk capituleert. Na de val van Bergen stokt de tweede aanval. Willem van Oranje besluit de leiding over de Opstand op zich te nemen en gaat naar Holland. In november 1572 neemt hij zijn intrek in het Prinsenhof in Delft.

De broers van Willem van Oranje;Atelier van Wybrand de Geest, Rijksmuseum
Alva geeft zijn zoon Don Frederik opdracht de opstandige steden streng te straffen. Hij trekt een bloedspoor door de Nederlanden. In Mechelen blijft niets of niemand gespaard, in Zutphen gaan "500 burgers, rug aan rug gebonden, de ijskoude IJssel in. Gespartel en spattend water, doodsangst en doffe berusting. Een vloek, een laatste schreeuw. Dan stroomt de IJssel weer in stilte voort"...

Don Frederik trekt met zijn leger naar het westen en komt bij Naarden. In de hoop een vreselijk lot bespaard te blijven, geeft de stad zich over. Dat hadden ze beter niet kunnen doen: slechts 60 mensen overleven het bloedbad. Don Frederik trekt op naar Haarlem, deze stad geeft zich niet zomaar gewonnen. De strafcampagne eindigt in Alkmaar waar de victorie begint.
Zonder zijn broers had Willem van Oranje nooit zo ver kunnen komen in zijn strijdt tegen Filips II. Zijn broer Adolf kwam op bij de Slag bij Heiligerlee, zijn broers Hendrik en Lodewijk kwamen om op de Mookerhei. Alleen Jan, zijn oudste broer, zal de Nederlandse Opstand overleven. Omdat Willem III, de achterkleinzoon van WIllem van Oranje, kinderloos sterft, wordt Jan de stamvader van het huidige koninklijk huis.

Leidens Ontzet

In oktober 1573 trekken de Spanjaarden naar Leiden, nadat ze Haarlem hebben verovert. Door de afschrikwekkende voorbeelden van Naarden en Haarlem besluit het stadsbestuur van Leiden zich niet over te geven. De Spanjaarden willen de bewoners uithongeren. De Leidenaren op hun beurt. hopen dat de troepen van Willem van Oranje de stad snel zullen ontzetten. Hub geduld wordt flink op de proef gesteld.
Bijna geeft de stad zich over aan de Spaanse troepen. Een anonieme Leidenaar schrijft in zijn dagboek: "Op donderdag 12 augustus zijn in Leiden twee boodschappers aangekomen met brieven van de Prins, die inhielden dat hij hoopte, door de genade Gods, binnen acht dagen de stad te ontzetten, en de burgers uit hun benarde situatie te verlossen, door middel van het doorsteken van de dijken (...) Hij bedankt de voorname burgers en de bevolking zeer voor de goede trouw die zij de Prins bewezen hadden". Maar het water stijgt te langzaam en de honger slaat toe. Door de hongersnood en de pest sterven rond de negenduizend mensen.
Een jaar later, op 3 oktober 1574, ziet Cornelis Joppens vanaf de stadswal een rij fakkels in de duisternis verdwijnen. Om te bewijzen dat de Spanjaarden zijn vertrokken, sluipt Cornelis naar de schans. Hij vindt er hutspot op een dovend vuur en in geen velden of wegen zijn vijandelijke soldaten te bekennen. Later die dag komen de geuzen naar de stad. Wie nog kracht heeft springt in het water en zwemt de schepen tegemoet. Wittebrood, haring en brokken kaas wordt uitgedeeld.
De volgende dag komt de Prins naar de stad. Hij wordt dankbaar toegejuicht. Als beloning voor hun bewezen moed krijgt Leiden een universiteit. Nog ieder jaar wordt het Leids ontzet gevierd, wordt witte brood en haring uitgedeeld en het beleg nagespeeld.
Koning Filips II kondigt in september 1575 een staatsbankroet af. Voor het leger en de duizenden schuldeisers is er van de ene op de andere dag geen geld meer. Dit geeft de opstandelingen hoop. De soldaten slaan aan het muiten, schansen worden massaal verlaten. Al plunderend trekken de Spaanse troepen naar het zuiden. In Limburg gebruiken ze vrouwen en meisjes als levend schild. Ze vallen Maastricht aan en richten er een bloedbad aan. In 1576 wordt ook de stad Antwerpen verwoest tijdens de beruchte Spaanse Furie. Eindelijk ondernemen de Staten-Generaal actie.

De Unie van Utrecht

Op 8 november 1576 wordt de Pacificatie van Gent gesloten, een verdrag tussen Willem van Oranje, de opstandige gewesten Holland en Zeeland en de Staten-Generaal. De ketterplakkaten worden geschorst en er zal gewetensvrijheid heersen. De Staten-Generaal eisen dat Filips zijn troepen terugtrekt en nemen zelf soldaten in dienst. Over de religie worden de Nederlandse gewesten het niet eens. Protestanten mogen alleen in Holland en Zeeland hun geloof in het openbaar belijden.
Het lukt Willem van Oranje niet de eenheid te bewaren. Als de afspraken van de Pacificatie van Gent worden geschonden, verliest een deel van de Nederlanden het vertrouwen in hem. In het zuiden verklaren enkele gewesten zich in de Unie van Altrecht weer trouw aan koning Filips II. De overige gewesten verenigen zich in 1579 in de Unie van Utrecht en zetten de strijd voort. Deze Unie van Utrecht wordt beschouwd als het begin van de Nederlandse Republiek.
In juli 1581 wordt Filips II, in het beroemde Plakkaat van Verlatinghe, afgezet als heerser. Deze Acte kan worden gezien als de Nederlandse Onafhankelijkheidsverklaring en dient in 1776 als voorbeeld voor de Amerikaanse Declaration of Independence.
In het buitenland is Willem naarstig op zoek naar bondgenoten en een geschikte plaatsvervanger voor Filips II. Hij schuift hiertoe de katholieke Prins van Anjou naar voren, wat door velen niet wordt begrepen. Zijn populariteit krijgt een flinke knauw.

Moord

Moord op Prins Willem van Oranje door Balthasar Gerards

Filip II zet in 1580 een prijs op het hoofd van Willem: hij vaardigt een ban uit over de Prins, die daardoor vogelvrij wordt verklaard. Degene die de kans ziet hem te vermoorden, zal een bedrag van 25.000 gouden dukaten ontvangen, in de adelstand worden verheven en straffen voor eventueel eerder begane misdaden worden kwijtgescholden. Vanaf dat moment is Willem van Oranje zijn leven niet meer zeker. In 1572 heeft de Prins zijn intrek genomen in het Sint Agathaklooster in Delft, dat sindsdien Het Prinsenhof heet.
De Fransman Balthasar Gerards wil het vertrouwen van de prins winnen. Hij doet zich voor als een protestant en beweert dat hij fel tegen de Spanjaarden is. Gerards doet voorkomen dat hij Francois Guyon heet en Hugenoot is. Hij krijgt opdracht om naar Frankrijk te gaan met de gezant Noël de Caron. Willem geeft Gerards geld om betere kleding te kopen. In plaats daarvan schaft hij zich een, voor die tijd zeer modern, (radslot)pistool aan. Op dinsdag 10 juli 1584 dineert Willem met Rombertus van Uylenburgh, burgemeester van Leeuwarden in de Prinsenhof. Na dit diner loopt Willem de trap af en wordt van zeer korte afstand door Gerards met een pistool doodgeschoten. Willem's laatste woorden zijn: "Mon Dieu, mon Dieu, ayez pitié de moi et de ton pauvre peuple." In het Nederlands betekent dit: "Mijn God, Mijn God, heb medelijden met mij en met dit arme volk." Balthasar Gerards probeert te vluchten via de Schoolstraat, waar hij buiten de stadspoort een paard heeft klaarstaan, echter zonder succes. Hij werd opgepakt en na een kort proces, op 14 juli op de Markt op een gruwelijke wijze terechtgesteld.
Willem van Oranje wordt op 3 augustus 1584 bijgezet in de Delftse Nieuwe Kerk. Hij laat een (vierde) vrouw, Louise de Coligny, hun pasgeboren zoon Frederik Hendrik en dochters uit zijn huwelijk met Chorlotte de Bourboun achter. De voorouders van Willem van Oranje werden bijgezet in Breda. Omdat die stad in Spaanse handen is, moet van deze traditie worden afgeweken en is een nieuwe traditie geboren. Pas in 1614 krijgt Hendrick de Keyzer opdracht om een echt grafmonument te ontwerpen. Dit komt in 1623 gereed, helaas is Louise de Coligny dan al overleden.

Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden

Na de moord komt de Staten-Generaal bijeen en besluiten de vertegenwoordigers van de gewesten de strijd gezamenlijk voort te zetten. Het bestuur wordt waargenomen door de Raad van State, waarin ook Maurits, dan 17 jaar, zitting heeft. De Oranjes zijn stadhouder en legeraanvoerders, maar geen koning en daarom wordt gezocht naar een nieuwe vorst. Pas in 1588 wordt besloten dat de Staat zich niet meer aan een buitenlandse heerser hoeft te onderwerpen en is de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden geboren.

Cold Case Willem van Oranje

Rondom de dood van Willem van Oranje zijn vragen open gebleven. Was hij opslag dood of heeft hij nog even geleefd? Heeft hij inderdaad zijn beroemde laatste woorden kunnen spreken? Zijn de kogelgaten in Museum het Prinsenhof echt? Vier jaar lang hebben forensisch instituut DelfTech en Museum het Prinsenhof samengewerkt aan de reconstructie van deze moord om zo antwoord te krijgen op deze vragen. High-tech onderzoek zoals 3D-laserscan technologie, schietproeven en sporenonderzoek op het plaats van delict en bouwhistorisch bronnenonderzoek, hebben meer inzicht gegeven in de moord.


Of Willem zijn beroemde woorden heeft kunnen uitspeken is afhankelijk van de interpretatie van een (latijnse) woord in het toendertijd opgemaakte autopsierapport. Dat woord kan worden vertaald als hart en als middenrif. Is zijn middenrif geraakt, dan zou de Prins zijn laatste woorden, zij het met zwakke stem, kunnen hebben uitgesproken. Uit het onderzoek blijkt dat Willem's hart direct door de kogels werd getroffen of werd verscheurd door drukgolven in het lichaam. Nog steeds geen 100% zekerheid.
Ook de plek van de kogelgaten hebben altijd vragen opgeroepen. Als Willem van Oranje de lunch in de Historische Eetzaal heeft genuttigd, kwam hij van links aangelopen, terwijl de kogelgaten ook aan de rechter kant zitten. Uit het onderzoek blijkt dat hij met zijn gasten in het Gastenkwartier moet hebben geluncht, zodat hij van rechts is gekomen. Deze vergissing moet zijn ontstaan in 1887, toen het Prinsenhof een Rijksmuseum werd. De Historische Zaal heeft mooi schilderwerk, waardoor het werd aangezien als de eetzaal van Willem van Oranje. Het schilderwerk werd echter pas in 1658 aangebracht.
Ook de kogelgaten in de Moordhal zijn minitieus onderzocht. In de kelder van het Prinsenhof heeft de politie met een vergelijkbaar wapen als Baltasar Gerards heeft gebruikt, schietproeven gedaan. De mogelijkheid bestaat dat de loden kogels het lichaam van de Prins hebben verlaten en kleine inslagen in het stucwerk hebben achtergelaten. De plek van de kogelgaten is orgineel, maar deze zijn in de loop der tijd uitgesleten. Nieuwsgierige bezoekers hebben keer op keer hun vingers in de gaten gestoken en zijn zo groter en dieper geworden.

Bronnen en literatuur

Museumgids van Museum Het Prinsenhof te Delft Wikipedia Willem van Oranje
Peter Hofland in Vorsten Royale van mei 2012

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies