5 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
 
Plateelbakkersproef
: 105717
Plateelbakkersproef
: 102891
Plateelbakkersproef
: 105099
Portret van Maurits
: 105504
Contour / Continuïteit, Heden en Verleden. 111 hedendaagse Nederlandse kunstenaars in drie Delftse Musea
: E428

Overige Delftse schilders

Uit VerhalenWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Van een aantal Delftse schilders is vrijwel niets (meer) bekend. Soms is het niet meer dan een naam met daarbij de aanduiding ‘schilder’ in een enkel document. Het is dan zelfs niet eens duidelijk of deze persoon een kunstschilder of een huisschilder was. Niet zelden was men beide. Toch verdienen ook zij hun plaatsje in de geschiedenis van de stad en daarmee op WikiDelft. Hopelijk duiken er over hen meer gegevens op en kan de informatie hier in de loop der tijd uitgebreid worden.
Ze staan hier alfabetisch geplaatst op voornaam. Het zijn schilders die in Delft werkten en/of woonden, maar ook schilders van elders die in Delft hun grote liefde huwden. Uitleg over de gebruikte afkortingen of genoemde archieven, alsmede over termen uit de schilderswereld krijgt u hier.

A

Adam Standers was een Haagse schilder die tussen 1620 en 1625 in Delft woonde en werkte. Hij woonde aan de westzijde van de Verwersdijk. Op 6 juli 1625 huwde Adam met Heijlke Ariensdr uit de Hoefijzersteeg, weduwe van Pieter Centen. Ook Adam was eerder getrouwd geweest (1608), hij was weduwnaar van Cecilia Gerrits van Dalem. Celia overleed in 1625. Adam hertrouwde dus vrijwel meteen. Nog datzelfde jaar vestigden Adam en Heijlke zich in Den Haag.

Adriaen Adriaensz Gibons, ook wel Gyboons genoemd, was een Haagse kunstschilder. Hij kwam op 10 februari van de hofstad naar de prinsenstad om aldaar zijn bruid, de Delftse Liedewij Pieters te trouwen. Liedewij woonde in de Choorstraat. Adriaen staat tussen 1613 en 1616 vermeld als schilder. Bronnen: Ecartico en DTB-Delft.

Adrijaen de Schilder was ook daadwerkelijk schilder. Adrijaen woonde in 1602 op het Oosteinde. Bron: DTB-Delft.

Ariaen Yvensen stond op 1 augustus 1600 geregistreerd in de ‘Gouden Ark’ aan de Nieuwe Beestenmarkt alwaar zij inwoonden/huurden bij notaris Zacharias (een verder onbekende notaris in Delft). Ariaen was gehuwd met Anneken (Tanneken) Carels. Anneken (en wellicht ook Adriaen) was afkomstig uit Rotterdam. Yvens was in 1594 werkzaam en woonachtig geweest in Rotterdam. Mogelijk was hij de schilder die op 27 mei 1602 begraven werd in de Nieuwe Kerk. Die woonde tot dat moment op het Oosteinde. Zeker is dat Ariaen Yvens overleed tussen augustus 1600 en oktober 1607, want in laatst genoemde maand trad zijn weduwe opnieuw in het huwelijk. Bronnen: Delftse huis- en straatnamen van vroeger, Ecartico en Lidmaten Herv. Gem.

C

Cornelis Jacobsz vinden we op de site Ecartico (universiteit Amsterdam) als een Delftse kunstschilder. Verder zijn daar geen gegevens over bekend. Mogelijk betreft het hier dezelfde Cornelis Jansz die schilder was en volgens de DTB-Delft huwde met Sefgen Jansdr. uit Rotterdam. De ondertrouw vond in Delft plaats op 17 juni 1595. Het stel woonde in Haarlem.

Cornelis Jansz wordt genoemd in een akte in het ONA-Delft. Hij treed daarin op als getuige bij een testament. De akte dateert van 8 juni 1593. Niet vermeld staat of Cornelis Jansz in Delft woonde dan wel werkte.

Corstiaen van Couwenhoven leefde in 1631 in Delft en was schilder. Corstiaen was gehuwd en uit dit huwelijk was tenminste één kind geboren. Omdat er verder niets meer over hem te vinden is, ligt het voor de hand dat zijn naam Couwenberg i.p.v. Couwenhoven zou moeten zijn. Toch mogen we dat niet zomaar voetstoots aannemen want de verwanten van laatstgenoemde werden in de Oude Kerk begraven, het kind van Couwenhoven in de Nieuwe Kerk. Omdat ook dit ook niet alles zegt moeten we voorzichtig blijven met het trekken van conclusies.

D

De schilder: Soms is het in oude documenten moeilijk om vast te stellen of het om een beroep gaat dan wel om een achternaam. En zo nu en dan is het beide. Die twijfel is er ook bij De Schilder, die ook daadwerkelijk schilder was. Hij woonde op het Oosteinde (1602).
Moeilijker is het te bepalen bij Abraham de Schilder (Marktveld, 1625); Frans de Schilder (1610); Besaen de Schilder (Oosteinde, 1599); Gillis de Schilder (1624); Jacob de Schilder (1604, Verwersdijk) enz... Bron: DTB-Delft.

G

Glaude de schilder genoemd in een ONA-Delft akte van 5 oktober 1661. Niet vermeld staat of Glaude woonachtig in Delft was.

H

Hans van Borcht werd in oktober 1600 vermeld als lidmaat van de gereformeerde kerk met daarbij de aantekening ‘schilder int Oosteynde’. Van der Burcht, Borcht, Verburgh enz. was een naam met vele varianten. De naam kwam vroeger veelvuldig in Delft voor, ook schilders met deze familienaam. Enige verwantschap met deze schilders is derhalve niet uit te sluiten. Bron: Lidmaten der gereformeerde kerk.

J

Jacob Willemszn. van der Weer vinden we op Historisch GIS als woonachtig aan het Vrouwjuttenland 35. Van der Weer was schilder en stijfselverkoper. Vrijwel zeker betreft het hier de schilder Jacob Weyer.

Jan Cocx, schilder te Delft, wordt als testateur vermeld in het ONA-Delft. Anna Cocx is hierin testatrice. De akte is van 14 mei 1643.

Jan Cornelisz 't Wout woonde in 1600 aan de oostzijde van de Verwersdijk, alwaar hij de directe buurman was van portretschilder Jan Gerbrantsz de Jong. Beide buren zullen elkaars werk dus zeker gekend hebben en mogelijk zelfs beïnvloed. Helaas is er verder weinig bekend over 't Wout.

Jan Jansz, schilder in de Molstraat in 1610. Hij huwt op 13 juni van dat jaar met Trijntgen Tijsen van de Turfmarkt. Hij zal geboren zijn omstreeks 1585. Jan Jansz was mogelijk dezelfde als de schilder Jan Jansz Desem (zie hieronder).

Jan Jansz Desem, was een schilder die woonachtig was op de Molslaan. Jan ging in 1638 op 20 november in ondertrouw (attestatie van Rijswijk) met Elsgen Goverts die op het Rietveld woonde. Voor Jan was dit zijn tweede huwelijk. Mogelijk was Jan dezelfde schilder die op 13 juni 1610 als jongeman huwde met Trijntgen Tijsen. Deze Jan was schilder en woonde in de Molstraat terwijl zijn bruid op de Turfmarkt woonde.

Jan Pietersz, Op de website 'Achter de gevels van Delft' kunnen we de hier volgende tekst lezen:

'...Verder woonde in de Cellebroerssteeg nog een schilder Jan Pietersz. Mij is slechts gebleken, dat hij onder de meesters olieverfschilders in het St. Lucasgilde alhier te boek stond en in of althans na 1613 verhuisd was naar het voormalig St. Hieronymusconvent aan het Oude Delft, blijkens de aantekening in het gildemeestersboek: ‘Jan Pietersz. in St. Jeronimus’...'

Uit gegevens van het haardstedenregister blijkt dat Jan reeds in 1600 in deze steeg woonde aan de westzijde. In de tijd waarin deze Jan Pietersz leefde waren er in Delft enkele schilders actief die naar deze combinatie van voornaam en patroniem luisterden. Verder onderzoek is derhalve nodig alvorens we weten op wie van hen dit citaat betrekking heeft.

Jo(h)annes de Vries woonde aan de Lakengracht (nu Raam) en oostzijde Paardenmarkt. Mogelijk was hij een broer van de Delftse schilder Jochum de Vries die eveneens in die tijd aan de Lakengracht woonde. Johannes zou de plateelschilder kunnen zijn die op 13 januari 1681 in de Oude Kerk begraven werd. Op het moment van overlijden woonde deze plateelschilder (inmiddels?) in de Achterzak.

Johannes Druijst Soms is het moeilijk vast te stellen of iemand al dan niet uit Delft afkomstig was, zoals in het geval van Johannes Druijst. Johannes wordt in de Delftse ONA-archieven in 1659 genoemd als schildersgezel, maar verder ontbreekt elke vorm van informatie omtrent hem. Het is daarom zelfs onzeker of hij zijn schildersopleiding heeft voltooid en het tot meester heeft geschopt.

Joost Dircksz, genoemd in de ONA-archieven op 8 mei 1625, waarbij een vraagteken achter het beroep schilder staat. Een vraagteken omdat onduidelijk is of het hier om een familienaam gaat, om een beroep of om beide. Het raadplegen van andere bronnen biedt ook niet veel soelaas. Weliswaar wordt er in de DTB Joost de schilder genoemd, maar ook hier is onduidelijk of het om een eigennaam of een beroepsaanduiding gaat. Deze Joost was in ieder geval gehuwd en had een kind. Hij woonde in 1633 op de Turfmarkt. Toch is er een kleine aanwijzing dat schilder zijn beroep was. Die aanwijzing is het woordje 'de'. Bij de personen die 'Schilder' achter hun voornaam of patroniem hebben komt in de DTB slechts tweemaal (in betreffende periode) de toevoeging 'de' voor, hetgeen doet vermoeden dat deze twee personen (waaronder 'onze' Joost) schilder van beroep waren.

M

Michiel NN was een schilder uit Delft. In het Oud Notarieel Archief van Rotterdam komt de volgende tekst uit 1625 voor:

‘Arent Kivit, met zijn vrouw Anna Pieters Walenburch Westewagenstraet, benoemen elkaar over en weer tot universeel erfgenamen zij legateren aan haar verwanten twee contrefeytsels van Pieter Adriaensz Walenburch en twee contrefeytsels van Maria van Varicq, haar vader en moeder. Met een tafereel van de Passie onses Heeren en een tafereel met deuren waarop Christus van de Cruice in gecontrefeyt staat Aan de broer van voornoemde Anna Pieter Walenburchsdr t.w. Bruyn van Walenburch worden de contrefeytsels gelegateerd voorstellende haar ouders, geschilderd door mr. Michiel NN schilder te Delft. De weeskamer wordt uitgesloten van bemoeienis.’

Michiel NN moet Michiel Jansz. van Mierevelt zijn geweest.

P

Pieter Vinson staat weliswaar geregistreerd in het ONA-Rotterdam als woonachtig in Delfshaven, maar tot 1795 behoorde Delfshaven bij Delft en was het letterlijk de haven van Delft. Derhalve dienen de bewoners van Delfshaven tot aan dat jaar beschouwd te worden als Delftenaren. In 1634 woonde de schilder Pieter Vinson in Delfshaven. Hij was gehuwd met Sara van der Bergh met wie hij enkele kinderen had. Bronnen: ONA-Rotterdam, DTB-Rotterdam.

Pieter Ghysbrechtsz Vlem, ook wel Vlam genoemd, vestigde zich in 1565 vanuit Mechelen in Delft. Het jaar daarna verkreeg hij op 4 mei het Delftse poorterschap. Pieter was in Mechelen werkzaam van 1543 tot 1565 en zal derhalve begin zestiende eeuw geboren zijn. Pieter Ghysbrechtsz Vlem was illuminator.

T

Trijntje de schilderesse, genoemd in een ONA-Delft akte van 5 oktober 1661. Niet vermeld staat of Trijntje woonachtig in Delft was.

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies