geen gerelateerde objecten/artikelen gevonden.

Pijpmaker

Uit VerhalenWiki

Ga naar: navigatie, zoeken
Fragment uit een schilderij van Jan Steen

De typisch Hollandse pijp heeft haar oorsprong in Engeland. Het waren Engelse soldaten in Hollandse krijgsdienst die hier hun korte kleipijpen introduceerden. Ook waren het de Engelsen die zich als eerste pijpenmakers in de lage landen vestigden. Zij hadden hun mallen uit Engeland meegebracht waardoor de eerste pijpen die in Holland geproduceerd werden, niet veel verschilden van de Engelse.
Ook Hollanders begonnen met de vervaardiging van pijpen. En om de Engelse concurrentie uit te schakelen, verenigden zij zich in een gilde dat zowel Engelsen als soldaten uitsloot van lidmaatschap. We spreken dan van de eerste helft van de zeventiende eeuw. In de loop der tijd veranderde de vorm van de pijp en werd klei gebruikt van een betere kwaliteit. Langzaam maar zeker ontstond de typisch Hollandse pijp. De steel werd langer gemaakt zodat de rook minder heet en aangenamer werd. En door een beter productieproces werd de steel ook dunner. Ook begon met merktekens in de pijpenkop aan te brengen zodat men altijd wist wie de maker was. Medio achttiende eeuw kwam de pijpindustrie wat in de verdrukking doordat het roken van sigaren in zwang kwam.
Hoewel Gouda het centrum van de pijpenindustrie werd, waren er in andere steden ook pijpenmakers actief. In Delft was er bijvoorbeeld ene Tomas Bael (ook wel Balij genoemd) woonachtig in de Lange Breedsteeg (tegenwoordig het stuk Breestraat tussen Koornmarkt en Achterom). Deze Tomas was 'tabakpijpmaker' en zou afkomstig zijn uit Engeland. Hij trad op 21 januari 1634 te Rijswijk in het huwelijk met Styntge Tonis die woonde op de Geer. Dit was een jaar (!) nadat ze in Delft in ondertrouw gingen (22-1-1633). Hun eerste kind (Martha) werd dus geboren (13-12-1633) nog voor zij getrouwd waren. Tussen 1633 en 1642 kregen zij vijf kinderen, twee dochters en drie zonen (Martha, Maria, Johannes, Matteeus en Lucas), die niet allen de volwassen leeftijd bereikten.
Zoon Matteeus bereikte wel de volwassen leeftijd, hij trouwde, kreeg kinderen en werd pottenbakker en wijkmeester. Hij wordt o.a. genoemd in het boek De Delftse pottenbakkersnering in de Gouden Eeuw (1575–1675) van Marie Cornélie Roodenburg. Hierin wordt hij Matthijs Thomas Balij genoemd. Matteeus gebruikte als alias 'Mathijs de Baije' (Digitale Arena, 19-12-1687).
Tomas zou als pijpmerk een globe gevoerd hebben, dan wel de letters TB. Pijpen of pijpresten met een van beide merken zijn regelmatig in de regio Delft gevonden. Tomas en zijn vrouw waren in ieder geval op 1 augustus 1666 nog in leven. Zij traden toen op als doopgetuige. Ook komen zij voor als getuige bij de doop van hun kleinkinderen. Wanneer zij de pijp uitgingen, of anders gezegd de pijp aan Maarten gaven, is niet bekend.

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies