1 gerelateerd item gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
 
De Poortwachter van het Westland
: R78357

Poortwachter

Uit VerhalenWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Stadswallen en waltorens

Van oudsher werden de steden beschermd tegen vijanden door stadwallen. Deze wallen mochten pas dan worden opgetrokken wanneer de stad van de landheer stadsrechten had verkregen. In deze ommuring waren waltorens en stadspoorten opgenomen. En bovenop de ommuring stonden tal van windmolens. Door deze op de stadswal te plaatsen leverden ze geen gevaar of hinder op in de stad, konden zij als extra uitkijkpost dienst doen en vingen zij bovendien veel meer wind.

Gerbrand van den Eeckhout (ca. 1640–1645), Fondation Custodia, Parijs

De waltorens dienden ter verdediging van de stad en eveneens als uitkijkpunt. Enkele van deze waltorens zijn tot de dag van vandaag bewaard gebleven. Dit zijn de Rietveldsetoren, de Sint-Huybrechtstoren en de Bagijnetoren. Maar er waren er meer zoals bijvoorbeeld de Sint-Sebastiaanstoren. Verder bevonden zich in de stadsmuur uitsparingen van waaruit de omgeving geobserveerd kon worden en indien nodig de vijand kon worden bestookt.

Acht stadspoorten

In de Delftse stadswallen was een achttal stadspoorten opgenomen. Sommige waren zeer bescheiden, zoals de Koepoort, andere van indrukwekkend formaat, zoals de Waterslootsepoort. De poorten waren op strategische punten aangelegd en zo neergezet dat het verkeer goed kon doorstromen. Helaas zijn met de opkomst van drukker verkeer en het wegvallen van de strategische functie veel stadspoorten gesloopt en hebben we in Delft nog slechts de Oostpoort over.
In de zuidelijke omwalling stonden twee stadspoorten dichtbij elkaar. Dat waren de Schiedamsepoort of Kethelpoort en de Rotterdamsepoort. Beide poorten zijn uitstekend te zien op het schilderij ‘Gezicht op Delft’ van Johannes Vermeer. Ook aan de noordkant van de stad stonden twee stadspoorten dichtbij elkaar nabij het Noordeinde. Dit waren de Wateringsepoort en de Haagpoort. Verder was er ter hoogte van het Prinsenhof nog de Schoolpoort.
In de nabijheid van de grotere stadspoorten waren handel en nijverheid veelal toegespitst op de reiziger die door de poort de stad binnenkwam of die juist verliet.

Poortwachters

Poortwachter

Om de veiligheid te vergroten werden de poorten ’s avonds gesloten om ze pas weer in de ochtend te openen. Bovendien werden zij permanent bewaakt door poortwachters. Deze wachters controleerden wie er de stad in- en uitgingen en hielden tevens toezicht op wat er zoal door de wagenaars (voermannen of koetsiers) de stad in werd gebracht.
Eén zo’n poortwachter was Barthout Jansz Post. Hij woonde op het Noordeinde en was bakker. Hij verdiende er daarnaast bij als poortwachter. Barthout was de vader van de Delftse kunstschilder Utrant Barthoutsz Post. Barthout werkte als opziener bij de Haagpoort alwaar hij toezicht hield op Leidse en Haarlemse wagens, maar ook op de wagenaars tussen Delft en Den Haag. Ook Jan Aelbrechtsz Backer was poortier bij de Haagpoort (1589). Omstreeks 1701 tot 1731 was het Maarten van der Heijde die de Haagpoort en de Wateringsepoort bemande. Bij de Waterslootsepoort was het poortwachter Jacob ten Smitte die voor de veiligheid van de stad zorgde. Terwijl Bartholomees Janszoon (1589) en Pieter van der Mees (1785) de Kethelpoort (ook wel Zuidpoort genoemd) voor hun rekening namen. Bij de Oostpoort waakte Arij Jansz Verschuijr over zijn stadgenoten.

Meer over de poorten

In Delft verschenen de eerste stadspoorten pas in de vijftiende eeuw en verdwenen de meeste in de achttiende eeuw. Veel poorten hadden in de volksmond meerdere namen. Voorbeelden hiervan lazen we reeds hierboven. Ook de Rotterdamsepoort had meerdere benamingen zoals Sint-Jacobspoort en Wittevrouwenpoort.
De Waterslootsepoort zou de grootste stadspoort van Nederland geweest zijn. De poort deelde de Watersloot op in een buitenpoorts deel en een deel dat binnen de vesten lag. Deze situering was de reden van het ontstaan van de namen Buitenwatersloot en Binnenwatersloot.
Toen Willem van Oranje besloot zich in Delft te vestigen zijn de wallen, poorten en andere strategische werken verbeterd of uitgebreid. Bebouwing buiten de stadpoorten werd afgebroken om mogelijke vijanden geen uitvalsbasis te bieden. Gelukkig is Delft een Spaanse belegering bespaard gebleven, mede doordat de steden en gebieden rondom Delft reeds prinsgezind waren en zodoende als buffer voor onze stad dienden.

Delft heeft acht stadspoorten gehad
Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies