geen gerelateerde objecten/artikelen gevonden.

Schoorsteenveger

Uit VerhalenWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Afkomstig uit Noord-Italië en Zwitserland

In de negentiende eeuw vestigden veel Italianen en Zwitsers uit het Italiaans sprekende grensgebied zich in Nederland om hier een beter bestaan op te bouwen. Onder hen veel schoorsteenvegers. Zij kwamen uit de omgeving van het Lago Maggiore en de Valle Maggia. In de winterperiode vertoefden zij soms in hun vaderland en brachten bij terugkeer jongens mee om als knechtje in het schoorsteenvegersbedrijf mee te werken.

Jonge jongens

Het waren jongens in de leeftijd van negen tot veertien jaar, maar meestal toch rond de dertien. Oud genoeg om het werk te kunnen doen, maar klein en vooral slank genoeg om door de nauwe schoorstenen te kunnen klimmen. Hun ouders hadden de jongens uitbesteed aan hun 'padrone' omdat zij het zelf vaak niet konden bolwerken. Het waren daarom ook vooral de armere regio’s waaruit de kinderen afkomstig waren. De lange reis naar Nederland werd te voet afgelegd. Hun 'padrone' zorgde vaak slecht voor hen en niet zelden moesten de jonge schoorsteenvegertjes zelf hun kostje bij elkaar scharrelen.

Zwaar werk

Het werk was vies, ongezond en gevaarlijk. Ze moesten met een zak over hun hoofd in schoorstenen kruipen om het roet weg te krabben. Zij moesten bewijzen dat zij helemaal tot bovenaan gekomen waren. Dit deden zij door hun hand bovenuit de schoorsteen te steken. De rookkanalen werden niet alleen gereinigd, ook metselwerk aan de schoorstenen werd uitgevoerd. Ook in Delft streken tal van Italiaanse gelukzoekers, waaronder ook enkele schoorsteenvegers, neer. De eerste van deze immigranten kwamen al voor 1850 naar Delft. En in de tweede helft van de negentiende eeuw waren het er meer dan dertig.

Gevaarlijk

De Nederlandse puntdaken vormden een extra risico voor deze lieden. De schoorsteen stond vaak precies op de punt van het dak en was daardoor moeilijk bereikbaar. Dat het werk gevaarlijk was blijkt uit een voorval dat plaatsvond op donderdag 24 augustus 1871 toen de vijftienjarige Julius Tonino tijdens zijn werk uit de dakgoot viel. De jongen werd overbracht naar het ziekenhuis maar kwam er wonderwel nog redelijk goed van af.

Monopolie

Door heel Nederland verwierven de Italiaanse schoorsteenvegers monopolieposities doordat zij goedkoop werkten. Hun hulpjes kregen veelal niet meer dan kost en inwoning plus een zakcentje. Nederlandse schoorsteenvegers waren tegen deze concurrentie niet opgewassen, waardoor de Italianen steeds meer terrein wonnen. In Delft waren het met name Ceschi, Togni en Bianconi die de markt beheersten.

Een nieuw vaderland

Veel jongens die in Nederland het vak leerden huwden hier, begonnen voor zichzelf en keerden niet meer naar hun vaderland terug. Anderen hielden het hier voor gezien om in hun geboorteland een bestaan op te bouwen. Ook waren er die zich uiteindelijk op een ander beroep wierpen zoals Antonio Ferrari die paraplumaker werd. Natuurlijk waren er lang vóór de komst van de Italianen ook al schoorsteenvegers in Delft actief zoals Hercules Pietersz (1651) en Ari Pietersz Volder (1641).

Casimiro Ceschi die met zijn zoontje Frederico een schoorsteen metselt op een Delfts dak.
Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies