geen gerelateerde objecten/artikelen gevonden.

Witstokmaker

Uit VerhalenWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Witstokmaker is een beroep dat in Delft voorkwam. Over de betekenis ervan bestaat geen zekerheid. Volgens het beroepsnamenboek van Glasbergen zou het een variant kunnen zijn op witrokmaker. Een witrok was een witte jas, pij of een wit uniform. Ook kon het een doek zijn van goedkope, witte wol. Toch lijkt het vermoeden van Glasbergen onjuist want elke vermelding over dit ambacht handelt over een witstockmaker en nergens over witrokmaker. Daarmee lijkt een lees- of transcriptiefout uitgesloten. Bovendien onderbouwt Glasbergen zijn vermoeden niet en lijkt hij het slechts te baseren op klankovereenkomst. De paar witstokmakers die we in de archieven tegenkomen leefden omstreeks 1600. Daarna lijkt het te zijn uitgestorven.
Eén van de Delftse witstokmakers was Jacob Jansz. Jacob woonde aan de Molslaan maar was afkomstig uit Middelburg. Op 20 juni 1593 trad te Delft hij in het huwelijk met Catalina Marcus uit Leiden. Een tweede witstokmaker heette Jan Jansz, hij woonde eerst in de Kloksteeg maar wordt later genoemd in de Jacob Gerritstraat en de Pontemarkt (Brabantse Turfmarkt). Dit doet het vermoeden rijzen dat hij nabij de hoek Gerritstraat/Turfmarkt woonde.
Gezien het patroniem zouden Jacob en Jan broers geweest kunnen zijn. Dit maakt het waarschijnlijk dat hun vader, Jan senior, ook witstokmaker was en zijn zoons het vak geleerd heeft. Het is niet ondenkbaar dat de benaming witstokmaker streekgebonden was. Omdat Jacob uit Middelburg afkomstig was zou het een Zeeuwse benaming kunnen zijn. In het ORA (1648) vinden we Marinus Willemsz van Menichte die op de Markt woonde.
Opvallend is dat Marinus afwisselend witstokmaker en bostelmaker wordt genoemd. Het kan natuurlijk zijn dat hij twee beroepen uitoefende, maar het kan evengoed dat witstokmaker een synoniem is voor bostelmaker. Bostel is een afvalproduct van bierbrouwerijen waaruit veevoer gemaakt werd en wordt. Het heeft een wittige kleur. Mogelijk werden daar briketten van geperst ter grootte van turfblokken (± 264 ml). Dit zou de naam witstok kunnen verklaren. Echter, we mogen dit niet voor waar aannemen zolang de bewijzen daarvoor ontbreken.
In ieder geval was het een ambacht waarmee slechts weinigen hun brood konden verdienen, want de witstokmakers zijn op de vingers van één hand te tellen. En bovendien was het medio zeventiende eeuw uitgestorven. Om uit te vinden wat het ambacht inhield zullen we dus in de (late?) Middeleeuwen moeten zoeken.

Bostel
Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies