geen gerelateerde objecten/artikelen gevonden.

Wyntges; Geertruyt

Uit VerhalenWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

(Delft, 13 mei 1636 — Delft, 15 mei 1712)

Geertruyd Wyntges (ook bekend als Geertje Pieters) was de eerste dochter van Pieter Wyntges en Barbara Michiels, die op 1 juli 1635 in Rijswijk waren getrouwd. Zij werd in Delft gedoopt op 13 mei 1636.
Op ongeveer tien- of twaalfjarige leeftijd ging Geertruyd werken als inwonende huishoudelijke hulp in het gezin van dominee Van Oosterwijck in Voorburg. De eerste vermelding van de band tussen Geertruyd en Maria van Oosterwijck is te vinden in een testament, opgemaakt bij notaris Van Assendelft in Delft op 1 november 1658. Daarbij legateerde Maria aan haar een bedrag van 100 gulden.
Omstreeks 1664 trad Geertruyd als huishoudelijke hulp in dienst van Maria van Oosterwijck. Naast haar huishoudelijke werkzaamheden belastte zij zich ook steeds meer met het prepareren van verfmaterialen. Daarbij ontving zij van Maria van Oosterwijck teken- en schilderles. In enkele jaren ontwikkelde Geertje zich tot een volleerd schilderes van bloemstillevens, die ook werd gewaardeerd door Constantijn Huygens, zoals blijkt uit een gedichtje van 31 maart 1676:

't En moght niet minder zijn voor Geertje Pieters hand,
Niew' eere van ons land:
En gaet sy rysende soo s' onlangs is geresen,
Sal 't haest Goud moeten wesen.
Stilleven van Geertruyt Wyntges, ca. 1675. FitzWilliam Museum Cambrige

Constantijn Huygens voert haar in 1679 opnieuw ten tonele in een gedicht aan Willem van Heemskerck over ‘Joff. Oosterwyck en haer dienstmaegd, oock Schildersche’:

Ons aardige vriendinn’, de zeldzam’ Oosterwyck,
Bij wie wij geen gelijk en kennen, haars gelijk,
Doet daaglijks wonderen nooit genoeg te schatten.,
Een van die wonderen, bij niemand licht te vatten,
Is, dat de maagd een’ maagd, een dienstmaagd heeft gebaard,
En van de vaat-doek af, van besem en van haard
Zo schielijk aangekweekt en leren Oosterwijcken,
Datz’ Oosterwijcks penseel alleen bestaat te wijken.
Wat dunkt u, geestig vriend, heb ik groot ongelijk,
Die Geertje Pieters noem Geertruyd van Oosterwijck?
Zij is door Oosterwijck al datz’ heeft leren wezen,
Zij is haar eigen print; of, wilt gij ‘t klaarder lezen,
Z’is Oosterwijckens maan: en geeft die zulke schijn,
Denkt wat er in die zon, die ’t licht geeft, lichts moet zijn’

Omstreeks 1684 eindigde de samenwerking met Maria van Oosterwijck en keerde Geertje als zelfstandig schilderes terug naar haar geboorteplaats Delft. Mogelijk verlegde Geertje Pieters in Delft haar aandachtsveld en ging zij werken voor de Delftse plateelindustrie.
Van haar hand zijn drie werken bekend. Er is melding gemaakt van nog een schilderstuk van haar hand ‘Twee Troonien in een Notenboom kasje verbeeldende een Oude Vrouw met haar Dienstmaeght, gekopieret naer de Sotte Cleef’. Mogelijk is ook nog een tegeltableau van haar hand bewaard gebleven.

Bronnen: Kroniek van Nootdorp, ds C. Spoor.
Zie voor nadere details ook de website over Maria van Oosterwijck en Noud Janssen, Wyntges, Geertje, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland.

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies