geen gerelateerde objecten/artikelen gevonden.

Bernadette Mariaschool

From VerhalenWiki

Jump to: navigation, search

Leerlingen van nu waren nieuwsgierig naar het onderwijs van hun grootouders. Tijdens het project Schoolse tradities hebben Delftenaren hun oude basisschool bezocht. Hieruit kwamen interessante gesprekken voort die zijn vastgelegd op film. Deze zijn nu te zien op WikiDelft. Joke van der Zanden bezoekt haar oude basisschool, de Bernadette Mariaschool, en vertelt over de basisschool in haar jeugd.


Interview op 7 april 2014 met mevrouw Joke van der Zanden-van der Burg door leerlingen van groep 8 van de Bernadette Mariaschool, Aan ’t Verlaat 30 te Delft

Leerling: hoeveel kinderen zaten er bij u in de klas?
Joke: Het was een school die vlak na de oorlog hier is neergezet, van hout, toen. Wij noemden dat de Finse school. Er waren toen heel veel kindertjes die geboren werden, want het was geboortegolf. Daar hebben jullie denk ik wel van gehoord.
Leerlingen: Ja.
Joke: Dus de klassen waren heel vol. Wij zaten wel met 35 à 40 kinderen in één klas.

Leerling: Hoeveel groepen waren er?
Joke: Er waren in die tijd geen groepen, maar het waren klassen. We hadden klas 1, 2, 3, 4, 5 en 6. Dus zes klassen. En na de zesde, of in de zesde klas had je nog een heel klein opleidingsklasje. Dat was voor leerlingen die door gingen leren, zoals dat toen heette hè. Jongens die konden dan naar het Stanislascollege, want het was een katholieke school. En de meisjes, voor de meisjes was er geen middelbare katholieke school in Delft; die gingen naar de mulo. En die kinderen mochten dan in de zesde klas een aantal keren per week apart bij de hoofdmeester komen en die kregen extra les.

Leerling: Waar lag eigenlijk de mulo?
Joke: Die mulo die, voor de meisjes en de jongens had je ook een mulo, dat was in de stad, in het centrum. En het Stanislascollege is nog steeds aan het Westplantsoen.

Leerling: Welke vakken waren er?
Joke: We hadden eigenlijk alle vakken. Rekenen en taal dat was ontzettend belangrijk. Daar deden we heel veel aan. In de hogere klassen, in de vierde klas kreeg je geschiedenis en aardrijkskunde. In de vijfde klas konden wij Frans leren. Dat was niet verplicht. Daar moesten de vader en moeder ook geld voor betalen. En de leerlingen die dat van thuis mochten en dat wilden, kregen na schooltijd Franse les. En verder, ja, wat tegenwoordig wereldoriëntatie wordt genoemd. Dat viel een beetje onder aardrijkskunde. Zingen deden we heel erg veel in de klas. Gymnastiek, handenarbeid, handwerken. Er was een verschil tussen jongens en meisjes. De meisjes kregen handwerkles. De jongens kregen handenarbeid.

Leerling: Gingen jullie op schoolreisje?
Joke: Dat is ook zo iets. Jullie vinden dat allemaal heel normaal hè, schoolreisje. En bij ons was dat alleen in de zesde klas. Daar zat je zes jaar lang naar te verlangen. Dan kregen we een schoolreisje en dat was dan - lach niet - iets van de Heilige LandStichting, want dat was katholiek, of naar een museum. En dan mocht je af en toe wel even nog naar de speeltuin. Maar we vonden het fantastisch, want we gingen met de bus heen en een bus terug en dat was in die tijd echt niet zo gebruikelijk, want we deden alles lopend.

Leerling: Wat vond u van school en wat vond u het leukste?
Joke: Ik vond dit zelf een hele leuke school. In Delft had je alleen maar scholen voor apart jongens en apart meisjes. En dit was de enige school – met de Heilig Hartschool - waar het gemengd was waar jongens en meisjes in één klas zaten. Dat was heel modern in die tijd, want dat hoorde eigenlijk niet. En het was gewoon, ja geweldig hier. De buurt natuurlijk. Deze weg hierachter die was er niet.

Leerling: Wat was het dan?
Joke: Dat was gewoon onze speelplaats. De school lag meer naar voren. En de speelplaats liep helemaal door tot over de weg, want dat was één grote speelplaats. Daarnaast was het zwembad.

Leerling: En wat vond u het leukst?
Joke: Op school?

Leerling: Ja.
Joke: Ik vond de gymnastiek heel erg leuk. Daar moesten we een heel end voor lopen, want de gymzaal was op de Brasserskade. Dus we gingen dan met de klas lopend, helemaal naar de Brasserskade om te gymmen. Weten jullie waar de Brasserskade is?
Leerling: Ja, daar gymmen wij ook.
Joke: Oh, daar gymmen jullie ook. Dat is nog steeds?
Leerling: Ja.
Joke: Oké. Nou dat was toen ook. En het schoolzwemmen vond ik heel erg leuk. We kregen in de vijfde en zesde klas schoolzwemmen. En dan niet zoals jullie misschien met een bus naar het zwembad. Nee, lopen.
Leerling: Wij ook.
Joke: Jullie ook lopend? Nou, kijk. Wij moesten dan naar het Sportfondsenbad in de, op de Weteringlaan. Dus niet naar het instructiebad; dat was er niet.
Leerling: Daar gaan wij wel heen.
Joke: ja.

Joke: Nog meer vragen?
Leerling: Hadden jullie etuis?
Joke: Wij hadden etuis, maar die werden meestal zelf gemaakt óf in de handenarbeid-, of handwerkles: haken of breien. Of je moeder maakte hem. En we hadden ook een pennenlap. Dat waren een aantal lapjes op elkaar met een knoop erop genaaid, want je had een kroontjespen. Kennen jullie dat, kroontjespen?
Leerling: Ja.
Joke: En met inktpotjes op je tafel waar je dan in moest dopen met echte inkt. Dat hebben jullie niet meer, denk ik.
Leerling: Nee.
Joke: Nee. Dus op elke tafel hadden we zo’n richeltje. Daar moesten het potlood en de pen liggen. En een potje. En dat werd met echte inkt gevuld. En daar mocht je je pen in dopen tot aan het gaatje van de kroontjespen. En dan had je zo’n pennenlapje waar je hem dan aan af kon vegen en dan kon je schrijven.

Leerling: Werden er mensen geslagen vroeger?
Joke: Op deze school werden er voor zover ik weet geen mensen geslagen. Ik heb het nooit meegemaakt dat er iemand geslagen werd. Je moest voor straf in de hoek staan. De meester kon wel eens even hard bij de bovenarm pakken en misschien een keertje knijpen. Maar er werd absoluut, zover ik weet, niet geslagen. Het was een vrij rustige sfeer. Heel gedisciplineerd ook.

Leerling: Wat deed u in de pauzes?
Joke: In de pauzes gingen we naar de speelplaats, hier achter. Die was heel groot. Daar had iedere klas een beetje een eigen hoekje waar die speelde. En daar deden we tikkertje en hardlopertje. En jongens gingen voetballen. En allemaal van die spelletjes. Touwtjespringen, knikkeren.

Leerling: En zag die speelplaats ook zo, zoals hier eruit?
Joke: Nee. Nee. De school stond meer naar voren. We hadden geen grasveld hier voor. De speelplaats was in het verlengde van de school. En wat ik al zei: die weg was er niet. Die liep helemaal door tot het zwembad. Dus we hadden heel veel ruimte. En er liepen dus tijdens het speelkwartier altijd twee mensen, een juf en een meester, of twee meesters, te surveilleren. Die liepen de hele tijd over de speelplaats heen en weer. Want gillen was er niet bij hè op de speelplaats. Nee, het was best wel streng. Maar dat deden we ook niet.

Leerling: En was het gewoon van zand of was het ook met gras?
Joke: De speelplaats?

Leerling: Ja.
Joke: Nee net stenen. Het was allemaal stenen.
Leerling: Dus als je viel?
Joke: Ja, als je viel dan viel je hard. Dat gebeurde wel eens.

Leerling: Waren de lokalen groot, of waren ze klein?
Joke: Dat is een beetje moeilijk. Als je klein bent dan lijken de lokalen groot en als je groot ben dan lijkt het klein. Maar ik denk dat het ongeveer deze afmeting was. En we hadden geen centrale verwarming. We hadden daar in de hoek een grote kachel staan en die werd dus ’s morgens door de hoofdmeester of een van de anderen, werd die gestookt zodat die brandde als we binnenkwamen en het warm was.
De tafels en stoelen stonden allemaal in rijtjes. Vier rijen zo. Achter elkaar. En je zat met z’n tweeën zo naast elkaar van groot naar klein. De kleintjes zaten voor, de groten zaten achter. De jongens zaten aan de ene kant, de meisjes zaten aan de andere kant. En als we binnenkwamen dan moesten we altijd naast de tafel blijven staan totdat de juffrouw zei: “Ga maar zitten”. Dan gingen we zitten. Doodstil. Als de meester, hoofdmeester binnenkwam moesten we allemaal gaan staan. Dat deed iedereen ook. Dat waren we gewend. En dan zei die: “Ga maar zitten”. Dan gingen we weer zitten. En als we klaar waren met ons werk dan moest je zo met je armen over elkaar zitten. En je mocht dus niet praten of roepen. Alleen je vinger opsteken als je iets wilde weten. En dan hadden we leesboeken. Die mocht je gaan lezen als je je werkjes af had. We hadden op school een bibliotheek waar we dan boeken konden ruilen.

Leerling: Had u geen zelfstandig werken?
Joke: Wij hadden geen zelfstandig werken net zoals jullie hebben. Alles ging klassikaal. Alles ging met de hele klas tegelijk. Dus als wij gingen rekenen dan zei de juf of de meester: “Ga nu rekenen. Stil”. Dan hadden we daar een uur voor of misschien anderhalf uur. Dat weet ik niet meer. En dan was de tijd om en dan was het klaar. En als je je werk niet af had, ja, dan was het jammer. En als je het wel af had dan mocht je al eerder met je armen over elkaar en dan mocht je dus je boek lezen. Soms werden er wel eens na schooltijd wat kindertjes geholpen door de juf als ze nog niet helemaal klaar waren. Maar vroeger was het zo dat ze al heel snel dachten van als je het niet bij kon benen van: dat is niet zo’n sterke leerling, die doet z’n best, maar laat het maar een beetje.

Leerling: Maar eigenlijk, is het geen tijdverspilling om met je handen over elkaar te zitten?
Joke: Ja, maar dat was de gewoonte. Maar er werd wel heel snel dan het leesboek gepakt hoor.

Leerling: Hadden jullie ook een TV in de klas?
Joke: Een TV? Lieverd, we hadden thuis niet eens een TV in die tijd. TV dat kenden we helemaal niet. Nee, dat hadden we niet. We hadden altijd hele grote kaarten voor in de klas hangen. Van aardrijkskunde zo’n hele grote kaart met alle plaatsen. En wat platen aan de muur, van die ouderwetse platen. En dat was het.

Leerling: Had u allemaal een eigen bankje en een eigen schrift, of moest u dat allemaal delen?
Joke: Nee. We hadden allemaal een eigen plaats, een eigen bankje. We hadden eigen schriftjes waar de naam op stond. Die werden ook elke keer opgehaald als je klaar was met werken. En die werden op een stapeltje gelegd. Dat werd nagekeken.
En dan was het altijd een gunst om de schriftjes te mogen uitdelen bij het volgende werkje. Dan kreeg je een stapeltje schriftjes met de namen er op en dan mochten we die uitdelen aan de kinderen.

Leerling: U had geen klassenbeurt of zo?
Joke: We hadden wel iets van corvée-achtig. Dat was dan het bord schoonmaken met een borstel. Meer niet.

Leerling: Waren er meer meesters dan juffen?
Joke: Het was heel mooi verdeeld. Klas 1, 2 en 3 hadden een juf. En klas 4, 5 en 6 hadden een meester. Dat was altijd zo. En het waren ook altijd dezelfde juffen en meesters. Ze gingen niet naar een andere klas. Er was een juffrouw in de eerste klas, mevrouw Romijn (fonetisch). Die heeft geloof ik 40 of 45 jaar de eerste klas gedaan. Zo ging dat.

Leerling: Waren de meesters dan streng en de juffen ook?
Joke: In mijn, ik vond het wel redelijk normaal. Ze waren wel streng, maar wij waren vroeger ook best streng thuis. We werden best streng opgevoed, waardoor wij het niet zo raar vonden dat het op school ook zo ging. Het was altijd heel rustig en stil. Je mocht nooit zomaar iets roepen. Dat deed niemand. Dat gebeurde gewoon niet. Je kan je wel voorstellen, als je 40 kinderen hebt die allemaal zo zitten dan moet het wel een beetje rustig zijn. Hè? Maar ze waren niet superstreng of vervelend vond ik.

Leerling: Vierde u ook verjaardag?
Joke: Ja. De verjaardagen. Degenen die jarig waren en die mochten trakteren van hun vader en moeder. Want het was niet altijd zo dat ieder kind zomaar kon trakteren. Want in die tijd, hè zo vlak na de oorlog, 5 - 6 jaar na de oorlog, hadden de mensen gewoon helemaal niet zo veel geld. En als er getrakteerd werd, waren het meestal gewoon snoepjes, of een kaakje. En dan mocht je als jarige samen met 1 vriendje of vriendinnetje die je zelf mocht uitkiezen de klassen rond. Dat kennen jullie misschien wel?
Leerling: Ja.
Joke: En dan ging je bij alle juffrouws en meesters langs omdat je jarig was en dan mocht je de kinderen in de klas die je kende, broertjes of zusjes die hoger zaten of lager, mochten ook een traktatie uit die klas. En dan kregen we van alle juffen en meesters een plaatje voor je verjaardag. Dat waren altijd hele mooie plaatjes. Iets van engeltjes of iets met een kruisje er op.

Leerling: Dus eigenlijk, u trakteerde niks aan de juf maar u kreeg iets?
Joke: Je trakteerde wel aan de juf mee. Maar van alle andere juffen kregen we een plaatje. Ja.

Leerling: Kreeg u zelf ook van uw juf een plaatje?
Joke: Ja. Ja. Er werd ook veel met plaatjes en beloninkjes gewerkt. Als je bijvoorbeeld, je kreeg cijfers op school. Ik weet niet of jullie dat hebben maar je kreeg cijfers. En als je dan bijvoorbeeld vijf keer een 10 had gehaald dan kreeg je een plaatje erbij geplakt. Maar dat was natuurlijk achteraf niet zo heel leuk, want dan ging iedereen die plaatjes tellen. En dan “Hoeveel plaatjes heb jij?”. “Nou ik heb er al zo veel”. Weet je. Het was een beetje zo’n strijd onder elkaar.

Leerling: Had u zelf ook heel veel van die plaatjes?
Joke: Ja, ik had best aardig wat plaatjes. Soms.
Leerling: Gewoon omdat je tienen had gehaald? Of de klassen rondging?
Joke: Ja. Ja de klassen rond was maar één keer op je verjaardag.
Leerling: Ja maar wel vier keer. Nee, zes keer.
Joke: Zes jaar lang. En wat heel leuk was: ik was gelijk jarig met de juffrouw uit de eerste klas. Dezelfde datum. En dan mocht ik elk jaar dat ik hier op school zat op mijn verjaardag, omdat zij ook jarig was, naar het kamertje van de bovenmeester komen en dan kreeg ik een gebakje. En de andere kinderen bij mij in de klas die wisten niet wat daar gebeurde, dus die waren heel nieuwsgierig. Want dan werd ik geroepen dat ik even uit de klas moest komen. En dan kwam ik terug en dan had ik een gebakje gekregen. “Wat heb je”? “Wat deden ze”? Dan waren ze heel jaloers.
Leerling: En wat zei u toen?
Joke: Ik zei: “Ik heb een traktatie gekregen omdat ik jarig ben en de juf is ook jarig”.
Leerling: En waren ze toen heel veel erg jaloers?
Joke: Ja. Ze waren best een beetje jaloers. (Ze lacht).

Leerling: Was het altijd leuk op school of waren er ook heel veel nare dingen?
Joke: Nou, er waren niet echt heel veel nare dingen. Het enige wat wij wel eens naar vonden dat we naar de schooltandarts moesten.
Leerling: Hadden jullie een schooltandarts?
Joke: Wij hadden een schooltandarts. Jaah! Die kwam dan alle klassen rond. En de kinderen die daar bij aangesloten waren, want je ouders konden wel beslissen of je daar aan mee deed of niet. Maar voor ons was het heel geweldig, want geen een kind ging naar de tandarts in die tijd. Er was amper een tandarts in Delft toentertijd. Misschien maar één of twee. Dus wij waren aangesloten bij de schooltandarts en dan ging je met z’n allen daar heen. Dan gingen ze je tanden en kiezen nakijken. En als er een gaatje was dan werd dat opgeschreven. En dan had ze een tandartsstoel in het zwembad staan.
Leerling: Hè?
Joke: Ja. Daar zo was, in het zwembad was ruimte. Daar hadden ze een kamer. Daar stond de stoel. En daar werden we dan met twee kinderen tegelijk uit de klas gehaald als je een gaatje in je kies had. En zij ging dat maken. En dat was een heel aardige tandarts. Dat was namelijk een vrouw. Mevrouw Angela (fonetisch). En ze was heel lief. En het leuke is, ik vond het heel interessant en ik heb later bij haar gewerkt als assistente. Dat is wel heel grappig hè? En toen, toen ik bij haar werkte toen had zij een buitenpraktijk in Pijnacker en daar hadden ze ook nog een schooltandarts en daar deden we precies hetzelfde. Ja.

Leerling: Had u zelf ook mensen onderzocht toen u tandarts was?
Joke: Nou ik. Ja kinderen die moesten we dan ook ophalen. Ik was assistent hè. Dus dan ging ik de kinderen uit de klas halen. En dan gingen ze met me mee. Het ging altijd wel heel goed hoor. Zij was heel lief.
Leerling: Waren er dan ook kinderen die bang waren voor de tandarts?
Joke: Ja zeker maar dat is nu nog steeds zo. Toch?

Leerling: Zat de juf eigenlijk ook op zo’n grote stoel, of zaten ze gewoon heel hoog? Joke: Is dit de stoel van de juf? Ik zie het ja. Nee, nee. Ze zaten achter een lessenaar. Leerling: Zoals die?
Joke: Nee, een groot bureau. En dan op een hoge stoel en ze liepen ook heel vaak door de klas. Dan waren wij aan het werken en dan handel terug en dan liepen de juffen en meesters liepen alsmaar zo langs de rijtjes.
Leerling: Werd u daar niet zenuwachtig van?
Joke: Nee nee. Ja, als je dan even soms iets niet wist en ze kwamen langs en je deed even zó, bij een sommetje of zo, dan hielpen ze even zo aan je tafeltje. En dat was best wel fijn. Leerling: Oké.

Leerling: Werden er ook kinderen gepest in die school?
Joke: Ja daar heb ik heel vaak over nagedacht of er kinderen gepest werden. We hadden wel vaak bijnamen voor kinderen. Heel veel kinderen hadden bijnamen.
Leerling: Grappige of slechte bijnamen?
Joke: Nou, toen vonden we het heel leuk, maar achteraf denk ik wel eens. We hadden een jongen in de klas en die noemden we altijd Nico schoenenpoep. En waarom dat weet ik niet. Maar de hele, iedereen noemde hem zo. En ik heb hem jaren later nog eens ergens gezien. Hij was volwassen en ik dacht: hé, Nico Schoenenpoep. Raar hè?
Leerling: Wat was uw bijnaam?
Joke: Ja ik was heel klein toen ik op de lagere school zat. Soms zeiden ze wel eens ‘Muisje’. Maar niet echt vervelend of plagerig.
Leerling: Heeft u zelf ook een bijnaam bedacht voor iemand anders?
Joke: Ja dat zal heus wel. Ik was niet zo heel heilig. (ze lacht). Ja wat ook wel eens... Weet je, in die tijd liepen er heel veel kinderen met snottebellen. Dat was gewoon zo.
Leerling: Oh ja.
Joke: Dus toen had ik ook een Toos Snottebel in de klas. Die noemden we zo. Toos Snottebel. En ja wat je ook heel vaak had: kinderen die een brilletje hadden werden vroeger veel meer. Nee, brillenjood noemden we dat.
Leerlingen: Ah, ah.
Joke: Ja, erg hè? Brillenjood.

Leerling: Wat voor straffen waren er op school?
Joke: Die straffen die vielen wel, want dat deden we natuurlijk nooit in de klas. Dat riepen we eens een keer op de speelplaats, die bijnamen. Maar dat was niet echt dat je elkaar opwachtte en dan. Ja dat stelde op zich niet zo veel voor. Maar de straffen die wij kregen, dat zei ik net al, dat was in de hoek staan, met je handen op je rug, als je zat te vervelen of te klieren. Ja en strafregels schrijven. We moesten heel vaak strafregels schrijven.
Leerling: Had u dan ook, hoe heet het, strafregels dat iemand tien blaadjes moest schrijven?
Joke: Ja zo iets. En dan van: ik mag niet… en dan wat je had zitten vervelen. “Ik mag niet te veel kletsen in de klas” en dat moest je dan zo veel keer opschrijven. Weet je wel?
Leerling: Hebt u dat ook wel eens gehad?
Joke: Ja, dat zal heus wel. (ze lacht). Maar we werden niet geslagen of ander soort dingen. Nee.

Leerling: Hoe vaak had u eigenlijk pauze?
Joke: Ja. De school was van 9 tot 12 ’s morgens. Om 9 uur begonnen we en 12 uur waren we klaar. En dan hadden we om half 11 volgens mij iets van een klein half uurtje of 20 minuutjes pauze en dan mocht je op de speelplaats spelen. En het was ook niet zo dat we iets te eten bij ons hadden of dat we schoolmelk hadden wat jullie misschien allemaal wel hebben?
Leerling: Nee niet allemaal.
Joke: Niet allemaal, maar dat hadden wij dus niet. Je was dan gewoon even buiten om lekker te spelen. Dan gingen we om 12 uur naar huis. We moesten ook altijd bidden hè, in de klas. ’s Morgens als we kwamen. Om 12 uur moesten we bidden: zo’n gebed. En dan gingen we naar huis, lopen. En om 2 uur begon de middagschool tot 4 uur. Ja. Dus we hadden 2 uur tussen de middag vrij: van 12 tot 2.

Leerling: Met bidden, was dat, moest, roepte de juf dan iemand en die moest het zeggen? Of was het alleen de juf die dat deed?
Joke: Bidden, nee, dat was heel erg gewoon. Iedereen kwam, ging zitten en de juf die bad het voor, een ‘Wees Gegroet’ en een ‘Onze Vader’. Ik weet niet of jullie nog weten wat dat is, maar. Dan moesten we dat nabidden. En om 12 uur moesten we het Angelus bidden. Zo heette dat. Dat was een gebed wat je om 12 uur bad. Ik zou echt niet meer weten hoe het is. Maar het was echt zo’n eind. En met de hele klas zeiden we dat op. We moesten ook. Of ‘moesten’. Ja we hadden een kerk op de Brasserskade. En dan was de gewoonte dat je naar de schoolmis ging, elke ochtend voordat je naar school ging, kon je dan naar de kerk. Dat heette de schoolmis. En dan gingen we, om 9 uur begon de school. Dus dan gingen we om kwart over 8 of 8 uur van huis. Nee eerder, kwart voor 8. Liepen we naar de Brasserskade met een heel stel vriendinnen en vriendjes. Gingen we daar naar de kerk. Dat duurde een half uur. Mochten we daar ons brood op eten in de pastorie. Kregen we een kopje thee. Liepen we terug naar school en dan waren we op tijd op de speelplaats om kwart voor 9. En dat deden we bijna elke dag.

Leerling: En als jullie eigenlijk niet bidden, kreeg u dan straf?
Joke: Nou ja je deed alsof hè. Het waren natuurlijk allemaal katholieke kindertjes die op die school zaten. Want dat hoorde zo. In die tijd mocht de school geen kinderen toelaten die niet katholiek waren. Dat was nog heel streng.

Leerling: Maar eigenlijk, u had een gemixte klas dus dan aan de ene kant zaten er eigenlijk meisjes en aan deze kant jongens?
Joke: Ja.
Leerling: Maar dan is het toch niet echt gemengd?
Joke: Ja, je speelde met elkaar op de speelplaats. Ik bedoel met ‘gemixt’ dat het dus niet alleen een jongensschool is of alleen een meisjesschool, zoals het in Delft bij alle scholen was. Behalve – dat zei ik al – bij deze school en bij de Heilig Hartschool. Dat was ook een gemengde school. Verder was alles apart. Je had aparte jongensschool daarnaast aparte meisjesschool. De Geertruid van Oostenschool, de Emmaschool, de Lodewijk was allemaal apart. En ik vond het heel erg leuk dat dit een school was waar jongens en meisjes waren.

Leerling: Woonde u vroeger dicht bij school?
Joke: Nou, nu met deze weg hier zou ik redelijk dichtbij wonen, want ik woonde daar in de bomenwijk, in de Lindenlaan. Maar die weg was er niet. Dus wij moesten helemaal omlopen. Dus de hele weg af, zo langs ’t Verlaat, het sluisje over. Weten jullie het sluisje? Ja hè?
Leerling: Ja
Joke: En dan weer helemaal terug lopen naar huis. Of over die brug daar. Dat kon ook. En dan helemaal zó naar huis toe. En dat liepen we dan vier keer. ’s Morgens en tussen de middag en dan weer naar school tussen de middag en dan weer als we klaar waren. En wat we ook altijd deden. Onze moeders die hadden geen kinderopvang zoals dat nu is, of naschoolse opvang. Maar dan kregen we een abonnement voor het zwembad. Dan gingen we eerst ’s morgens naar de kerk. Dan waren we om kwart voor 8 weg. Dan gingen we om 12 uur naar het zwembad als we uit het school kwamen, met brood mee. Gingen we zwemmen tot 2 uur. Dan waren we weer gauw op school. Het was natuurlijk vlakbij. En dan gingen we om 4 uur weer naar het zwembad tot een uur of half 6. En dan gingen we pas naar huis. Jaah! En je mocht eigenlijk maar één keer per dag met je abonnement in het zwembad. Maar wij gingen gewoon stiekem natuurlijk twee keer. Dat wisten ze toch niet meer. Maar dat was wel heel leuk hoor, want we hadden een hele grote groep vrienden en vriendinnen uit die klassen zo die dat ook allemaal deden. Ja, het was altijd leuk.
Leerling: Waarom mocht je er maar één keer in?
Joke: Ja dat waren de regels van het zwembad dat je maar één keer per dag daarin mocht. Leerling: Maar met dat abonnement. Is het niet zo als je dat abonnement, als je daar in komt dan moet je toch telkens betalen? Je wordt toch telkens gescand?
Joke: Nee dat was, dat scannen dat kenden ze helemaal niet joh. Dat bestond niet. Leerling: Was er toen een stempel of zo?
Joke: Nee, het was gewoon een pasje en dat liet je zien en dan mocht je doorlopen. Leerling: Maar moesten je ouders daar niet voor betalen?
Joke: Jawel. Daar betaalden ze wel iets voor; 5 gulden voor het hele seizoen. Ja. Het was een andere tijd. 5 Gulden was toen ook veel. Het hele seizoen hè. Want het zwembad was openlucht. IJskoud hoor: 14 graden was dat water.

Trudy (Cicero Publiciteit): Misschien kun jij nog iets vertellen over het zwembad. Want het was eigenlijk geen normaal zwembad zoals wij dat nu kennen hè?
Joke: Dat zwembad, dat was eigenlijk heel leuk. Het was wel met kleedhokjes, maar d’r hingen gordijntjes voor. Daar kon je je omkleden. Het water in dat zwembad, werd verteld, dat haalden ze gewoon uit de sloot. Maar dat werd dan gezeefd. Dat werd dan wel
Leerling: schoongemaakt
Joke: Schoon aan het begin van het seizoen. Maar later als het seizoen bijna afgelopen was nou dan was je helemaal groen als je d’r uit kwam van de alg. En ik heb wel eens gehoord dat er palingen in zaten, want door dat zeven gaan natuurlijk wel eitjes en dingetjes mee van buitenaf. Dus soms zwommen d’r visjes in en op de grond lagen kiezelstenen. Dus je liep met je benen over de kiezelstenen. Je kon er wel zwemles krijgen, want je had daar mevrouw en meneer Vonk; dat waren de badmeester en de badjuf en die gaven de zwemlessen.
Leerling: Met dat zwembad het werd wel gezeefd, maar werd dat dan niet helemaal - hoe heet het - dat je, ja zoals nu hebben we badmeesters en buitenzwembad dat je hebt - hoe heet het - met een soort lang visnet heen over de grond gaat?
Joke: Nee joh, nee dat deden ze allemaal niet. De kleur van het water zag er net zo uit als de kleur van de sloot hier aan de overkant. Donkergroen. Je kon niet op de bodem kijken. Er liep wel een badmeester en een badjuf en die letten ook wel op. Er werd ook wel opgelet. Maar het was gewoon uh.
Leerling: Maar kregen jullie dan ook speeltjes er in, of mocht je alleen maar zwemmen?
Joke: Wat vroeg je daarvoor?
Leerling: Nou, of er allemaal speeltjes ingegooid werden?
Joke: Speeltjes? Nee nee. Het was alleen maar zwemmen. Een band lag er wel. Ze hadden van die grote opblaasbanden van auto’s, weet je. Die lagen er dan wel eens.
Leerling: En ook geen glijbaan?
Joke: Nee. Glijbanen niet, wel een springplank; een lage en een hoge springplank was er, in het diep. Dat was leuk.
Leerling: En had u dan ook - hoe heet het - met zwemles op de, hebt u ooit op zwemles gezeten?
Joke: Ik heb nooit op zwemles gezeten, maar ik ging daar elke dag heen en er waren kindjes die zwemles kregen. En dan zat ik altijd te kijken. Op een gegeven moment zeiden ze wel eens van: “Oh zwem maar mee hoor”. Dus het ging eigenlijk vanzelf.

Leerling: Was dat ook met bandjes, dat je eerst?
Joke: Nee, hoor. Wij hadden eerst in het ondiep. Daar leerde je dan. Het is nog mooier. Je ging eerst op een krukje, werd je gelegd. En daar leerde je droog de beenslag. Dan mocht je hem in het water proberen, met van die grote kurken om. En op de rug zwemmen hadden ze een soort haak zo, met een stok d’r aan. Die werd zo je nek in gelegd. En dan kon je zo de rugslag leren. Ja, het was heel anders. En als het goed ging dan met armen en benen, dan mocht je met twee kurken naar het diep toe. En dan liep de badjuf dus altijd mee. En dan moest je alsmaar baantjes zwemmen, baantjes zwemmen totdat je één kurk af mocht. En als het goed ging, mocht je de laatste kurk af. Nou en dan weet ik nog wel dan stond je soms alleen met je hoofd boven water en dan deed je zo en dan bleef je hangen. En dan was wel diploma zwemmen. Dat was er wel.
Leerling: Had u dan ook diploma A, B en C?
Joke: Ja. A en B. A heb ik daar in het buitenbad. En B. Maar wij hadden ook schoolzwemmen hè? In de vijfde klas. En dat was in het Sportfondsenbad. En daar werd, heel veel kinderen konden toen nog niet zwemmen. Dus die waren toen tien jaar, denk ik. Toen konden ze nog niet zwemmen. Die kregen daar zwemles. Daar was dat schoolzwemmen voor om echt te leren zwemmen. Wij hadden het geluk dat we hier vaak naar het zwembad waren geweest dat we al een beetje wisten hoe het moest.

Leerling: Had u broers en zussen?
Joke: Ja.
Leerling: Hoeveel?
Joke: Twee broers en één zus.
Leerling: Zaten die toen ook hier op school toen u naar het zwembad ging?
Joke: Ja, mijn zusje was één jaar jonger dan ik; die zat dus een klas onder mij. Mijn broertje was drie jaar jonger; die zat hier ook op school. Maar onze jongste broer is pas veel later geboren. Toen waren wij hier al van school af, die is echt veel jonger. En die heeft hier, denk ik, op de kleuterschool gezeten. Want de kleuterschool was apart hè. Jullie hebben één geheel, maar de kleuterschool. Het heette Mariaschool toen en de kleuterschool heette Bernadetteschool en die stond er helemaal achter. Los. En daar heeft hij nog wel gezeten. En toen zijn we verhuisd.

Leerling: Is dit logo eigenlijk altijd gebleven? Of had u een ander logo, van school?
Joke: Ik heb eerlijk gezegd daar niet zo goed naar gekeken naar dat logo. Dat zou ik niet precies weten of we echt een logo hádden. We hadden wel de naam op de school staan: Mariaschool. Het was een school van hout ook helemaal.
Leerling: Ja. Hij heeft wel eens in brand gestaan.
Joke: Ja. Hij is afgebrand. Wij noemden het de Finse school, omdat het verhaal ging dat er in de oorlog of na de oorlog dat die school geschonken was door Finland. Maar of dat zo is, weet ik niet helemaal zeker. Maar het heette de Finse school. Als mensen vroegen: ”Waar zit je op school?” en je zei: “de Finse school” dan wisten ze het.

Leerling: Vond u het niet vies in het zwembad om daar te zwemmen?
Joke: Toen ik klein was vond ik het helemaal niet vies, maar als ik er nu aan denk, dan. Ik zou mijn kinderen er niet laten zwemmen. (Ze lacht).
Leerling: Maar waren er ook wel mensen verdronken in dat zwembad eigenlijk daar?
Joke: Nee, nee. Niet, zover ik weet niet. Er werd wel genoeg op gelet hoor.
Leerling: Nee, maar als het groen is en je gaat dan duiken dan.
Joke: Ja, dat zou kunnen. Nee, ik geloof niet dat er zulke gekke dingen gebeurd zijn.

Leerling: Is er brand geweest in onze school? Heeft u die meegemaakt?
Joke: Nee, toen was ik al lang weg. Ik heb zelf de brand niet meegemaakt. Ik was toen al lang weg hier. Maar ik heb er wel van gehoord natuurlijk.

Leerling: Wat was uw advies?
Joke: Toen ik van school kwam?
Leerling: Ja.
Joke: Ik ben naar de mulo gegaan. Dus doorleren en ik had graag naar een hogere opleiding gewild, maar die was er niet voor meisjes in Delft, niet op katholieke scholen.

Leerling: Zaten de ramen hoog of laag?
Joke: Oh, de ramen. Ja. Een goeie vraag. Die zaten hoog. Want tot aan het onderste raam was het gewoon hout. Het waren allemaal houten, ja schroten zouden we dat nu noemen. Daar was de hele klas mee afgetimmerd.

Leerling: Met zwemmen daar zwemden ook visjes. Zwemden die soms in je broek? (gelach)
Joke: Nou. Je had natuurlijk een badpak aan, maar het gebeurde wel eens als je je ging omkleden en je deed je badpak naar beneden dat er zoiets op je, alg of iets gekleefd zat.

Leerling: Wie was uw lievelingsmeester of juf?
Joke: Lievelingsmeester of juf? Ik vond zelf bij een meester in de klas het leukste. Meesters waren toch iets makkelijker, dacht ik wel eens. Maar echt een lievelingsmeester, ja dat had ik niet in die tijd. Weet je, er was ook heel veel afstand tussen de leerkrachten en de leerlingen. Wij wisten ook niet hoe ze heetten.
We wisten alleen de achternaam. En ze stonden altijd in een keurig pak voor de klas met een stropdas, sigaretjes te roken - want dat mocht toen nog - of pijp. Maar je wist niet, er was niet echt een hele korte afstand zoals nu. Met jullie juf is het heel anders.

Leerling: Wij hebben op woensdag zo dat we alleen de helft van de dag op school hoeven te zitten. Hadden jullie dat ook?
Joke: Ja. Wij hadden op woensdagochtend school en woensdagmiddag vrij. Maar we hadden ook nog op zaterdag school. ’s morgens. Alleen ’s morgens. En dan had je ‘s middags ook vrij.

Leerling: Konden jullie in de eerste klas meer spelen of moesten jullie ook gewoon werken?
Joke: Nee, we moesten echt. Toen wij in de eerste klas op school kwamen, werd er meteen vanaf de eerste dag gewerkt. Je leerde schrijven, je leerde letters. Er werd niet meer gespeeld, alleen tijdens het speelkwartier.

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies